Pas pensioenregeling aan!

Volgend jaar gaan de maximale pensioenopbouwpercentages verder omlaag en wordt het pensioengevend loon gemaximeerd op € 100.000. Deze pensioenaanscherpingen hebben gevolgen voor de pensioenregeling van uw werknemers en eventueel ook voor die van uzelf. De pensioenregeling moet nog dit jaar worden aangepast. Lukt dit niet meer helemaal voor het einde van het jaar, leg de pensioenregeling dan vóór 1 januari 2015 voor aan de Belastingdienst. Op die manier voorkomt u dat de pensioenregeling ‘onzuiver’ wordt.

 

Pensioenaanscherpingen

Vanaf 1 januari 2015 worden de jaarlijkse pensioenopbouwmogelijkheden verder beperkt en kan geen pensioen meer worden opgebouwd over het loon dat uitkomt boven € 100.000. De pensioenregeling van uw werknemers en eventueel van uzelf moet zijn aangepast aan de nieuwe pensioenaanscherpingen. U moet ervoor zorgen dat de pensioenregeling past binnen de nieuwe fiscale kaders per 1 januari 2015. Zo niet dan is sprake van een ‘onzuivere’ pensioentoezegging met alle ongewenste gevolgen van dien. De volledige pensioenaanspraak wordt dan mogelijk in de heffing betrokken en bovendien is een revisierente van in principe 20% verschuldigd.

 

Voorleggen pensioenregeling

Om onwenselijke gevolgen te voorkomen moet de pensioenregeling per 1 januari 2015 dus zijn aangepast. Lukt het u niet om alle aanpassingen op tijd door te voeren, bijvoorbeeld omdat de pensioenuitvoerder u pas recent hierover heeft geïnformeerd, leg dan de pensioenregeling vóór 1 januari 2015 ter beoordeling voor aan de Belastingdienst. In dat geval kan de pensioenregeling in overleg met de Belastingdienst nog met terugwerkende kracht worden aangepast aan de nieuwe pensioenaanscherpingen.

 

Tip:
Met het voorleggen van de pensioenregeling aan de Belastingdienst voorkomt u dat de pensioenregeling in de periode tussen invoering en aanpassing met terugwerkende kracht als fiscaal ‘onzuiver’ wordt aangemerkt.

 

Hypotheekrenteaftrek voor een woning in aanbouw

Ook wanneer u nog bezig bent met de bouw van uw eigen woning is al hypotheekrenteaftrek mogelijk. Maar wanneer kwalificeert een woning in aanbouw nu precies voor de eigenwoningregeling? Recent is hierover wat onduidelijkheid geweest. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft daarom de regels voor hypotheekrenteaftrek voor een woning in aanbouw verduidelijkt.

 

Woning in aanbouw

Wanneer uw woning nog in aanbouw is, heeft u onder voorwaarden recht op hypotheekrenteaftrek. De Belastingdienst hanteert daarbij het uitgangspunt dat al van een woning in aanbouw sprake kan zijn wanneer concrete stappen zijn gezet waaruit valt op te maken dat de bouwwerkzaamheden binnen afzienbare tijd gaan beginnen. Maar recent heeft de Hoge Raad in twee arresten beslist dat hypotheekrenteaftrek voor een woning in aanbouw pas mogelijk is vanaf het moment dat is gestart met het heien of het leggen van de fundering. Dit heeft in de praktijk gezorgd voor enige onduidelijkheid over het begrip ‘woning in aanbouw’. Om die onduidelijkheid weg te nemen heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën laten weten dat ook sprake kan zijn van een woning in aanbouw als de feitelijke bouwwerkzaamheden (heien of aanleggen fundering) nog niet zijn begonnen.

 

Let op!
Heeft u een stuk grond en enkel de intentie om te gaan bouwen dan is voor de eigenwoningregeling nog geen sprake van een woning in aanbouw. Er moeten namelijk wel voldoende concrete stappen zijn gezet waaruit naar redelijke verwachting valt aan te nemen dat de bouwkundige werkzaamheden voor de nieuwbouwwoning binnen afzienbare tijd gaan beginnen.

Eigen woning binnen drie jaar

Heeft u een woning gekocht die in aanbouw is, dan is hypotheekrenteaftrek mogelijk wanneer het uw bedoeling is om binnen drie jaar na het jaar van aankoop zelf in de nieuwe woning te gaan wonen. Heeft u een bouwkavel en zijn de bouwkundige werkzaamheden begonnen, dan kan al sprake zijn van een woning in aanbouw zes maanden voordat gestart wordt met de feitelijke bouwwerkzaamheden. U moet dan wel aannemelijk maken dat de nog te bouwen woning binnen afzienbare tijd (in het kalenderjaar of de drie daarop volgende jaren) bestemd is voor eigen bewoning.

 

 

Verruimde betalingstermijn voor de belastingaanslag 2014

Ontvangt u volgend jaar een aanslag inkomstenbelasting over 2014 met een te betalen bedrag, dan heeft u ruim vijf maanden de tijd om dit bedrag aan de Belastingdienst te betalen. Bovenop de standaard betalingstermijn van zes weken krijgt u namelijk nog eens automatisch vier maanden extra de tijd.

 

Tegemoetkoming

Voor veel mensen zal de aanslag inkomstenbelasting 2014 volgend jaar hoger uitvallen dan verwacht. Dat komt vooral omdat de Belastingdienst de afbouw van de inkomensafhankelijke (heffings)kortingen niet op tijd heeft kunnen verwerken in de systemen. Ook werkgevers hebben hierdoor niet voldoende rekening kunnen houden met enkele fiscale wijzigingen. Veel mensen worden dan ook volgend jaar geconfronteerd met een bijbetaling. Hierover is veel ophef ontstaan. Daarom is er nu een tegemoetkoming in de vorm van langer uitstel van betaling.

 

Langere betalingstermijn

Voor iedereen die een te betalen aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014 krijgt, geldt automatisch een langere betalingstermijn. Daarbij gaat het niet alleen om het bijbetalingsbedrag, maar om het gehele bedrag van de aanslag. De langere betalingstermijn is vier maanden en komt bovenop de standaard betalingstermijn van zes weken. Gedurende deze periode hoeft geen invorderingsrente te worden betaald. Dat geldt niet voor eventueel te betalen belastingrente.

 

Tip:
Ontvangt u naast een aanslag inkomstenbelasting 2014 ook een aanslag zorgverzekeringswet (ZVW) dan geldt de langere betalingstermijn ook voor deze aanslag.

Dagtekening

De verruimde betalingstermijn geldt voor te betalen belastingaanslagen over 2014 met een dagtekening die ligt tussen 1 mei 2015 en 30 juni 2016. Ontvangt u een te betalen aanslag inkomstenbelasting 2014 met een dagtekening na 30 juni 2016, dan geldt weer de reguliere betalingstermijn van zes weken.

 

Let op!
Zorg ervoor dat u binnen de verruimde periode betaalt. Betaalt u namelijk niet binnen de verlengde termijn, dan bent u alsnog invorderingsrente verschuldigd vanaf de datum waarop de standaard betalingstermijn van zes weken is verstreken.

Afzonderlijke brief

Gezien de automatische verwerking is het voor de Belastingdienst niet mogelijk om de betalingstermijn op de aanslag zelf aan te passen. Op uw aanslag inkomstenbelasting 2014 staat dus de gebruikelijke betalingstermijn van zes weken. Om verwarring te voorkomen stuurt de Belastingdienst een afzonderlijke brief waarin staat dat er voor u een langere betalingstermijn geldt.

 

Einde forfaitaire aftrek kinderalimentatie

Voor ouders zijn er vanaf volgend jaar minder fiscale tegemoetkomingen. Het aantal kindregelingen gaat per 1 januari 2015 omlaag van tien naar vier. Zo vervalt dan de aftrek van kosten voor het levensonderhoud van kinderen. Het einde van deze in de wandelgangen ook wel genoemde forfaitaire aftrek van kinderalimentatie, kan een reden zijn tot wijziging van het alimentatiebedrag.

 

Kindregelingen

In 2015 zijn er nog maar vier kindregelingen die ouders financieel ondersteunen. Dit zijn:

 

  • de kinderbijslag
  • het kindgebonden budget
  • de combinatiekorting
  • de kinderopvangtoeslag

 

Gescheiden ouders

Omdat er minder kindregelingen zijn, krijgen met name alleenstaande ouders vanaf 1 januari 2015 extra kindgebonden budget tot maximaal € 3.050. Deze inkomensafhankelijke extra tegemoetkoming kan invloed hebben op het te betalen bedrag aan kinderalimentatie omdat dit zorgt voor een verlaging van de resterende behoefte van het kind.

 

Ook het afschaffen van de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen kan leiden tot een aanpassing van de kinderalimentatie. Dit is nu nog een forfaitaire aftrekpost voor de ouder die de kinderalimentatie betaalt. Door het afschaffen van deze aftrekpost kan de draagkracht van deze ouder verminderen.

 

Tip:
Door de hervorming van de kindregelingen kunnen wijzigingen in de behoefte en draagkracht optreden, die vervolgens kunnen leiden tot aanpassing van het kinderalimentatiebedrag. Dat hoeft echter niet. Er kunnen ook nog andere zaken spelen. Ga daarom na of uw omstandigheden zodanig wijzigen dat aanpassing van de alimentatie redelijk is.

 

Let op!
De verwachting is dat de wijzigingen in de kindregelingen zullen leiden tot een verhoging van het aantal herzieningsverzoeken voor kinderalimentatie. Neem voor meer informatie contact met ons op.

 

 

 

Fiscale eenheid aangaan of verbreken

Onderneemt u vanuit meerdere bv’s dan is een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting een overweging waard. Naast voordelen zijn er echter ook nadelen. Wenst u een fiscale eenheid aan te gaan dan wel te verbreken per 1 januari 2015 dan moet een verzoek hiertoe op tijd bij de Belastingdienst binnen zijn.

 

Fiscale eenheid

Op verzoek en onder voorwaarden kan uw holding (moedervennootschap) samen met één of meer dochtervennootschappen (werk-bv’s) voor de vennootschapsbelasting worden aangemerkt als een fiscale eenheid. Zij worden dan gezien als één belastingplichtige.

 

Tip:
Bij een fiscale eenheid hoeft er maar één aangifte vennootschapsbelasting te worden ingediend.

Voordelen

Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kent enkele belangrijke voordelen. Zo kunnen verliezen en winsten onderling worden verrekend en kan er zonder fiscale gevolgen tussen de bv’s ‘geschoven’ worden met activa. Reorganisatie is onder voorwaarden binnen de fiscale eenheid zonder belastingheffing mogelijk en er is geen winstneming op onderlinge transacties.

 

Nadelen

Naast voordelen is er ook een aantal belangrijke nadelen. Er kan bijvoorbeeld maar eenmaal geprofiteerd worden van het 20%-vennootschapsbelastingtarief over de eerste € 200.000 belastbare winst. Over het meerdere is 25% belasting verschuldigd. Zijn er binnen de fiscale eenheid meerdere bv’s met een winst boven de € 200.000 dan kan dus maar één keer gebruik worden gemaakt van het 20%-tarief. Zo kan het voordeel van een fiscale eenheid omslaan in een nadeel.

 

Let op!
Een ander belangrijk nadeel is dat iedere bv hoofdelijk aansprakelijk is voor de totale belastingschuld van de fiscale eenheid

Ook voor de investeringsaftrek kan een nadeel optreden. Deze wordt namelijk beperkt doordat de investeringen van alle deelnemende bv’s bij elkaar worden opgeteld.

 

Verzoek

Een verzoek om een fiscale eenheid aan te gaan dan wel te verbreken moet schriftelijk worden ingediend bij de Belastingdienst. Hiervoor moet een aantal formulieren worden ingevuld. Voor het aangaan van een fiscale eenheid per 1 januari 2015, moet het verzoek zijn ingediend vóór 1 april 2015. Voor het beëindigen van een fiscale eenheid per 1 januari 2015, moet het verzoek uiterlijk 31 december 2014 bij de Belastingdienst binnen zijn.