Advieswijzer Succesvol financieren

Alhoewel de economie aantrekt, is het voor bedrijven nog steeds lastig om geld te lenen bij een bank. Maar u bent tegenwoordig voor een financiering niet meer alleen afhankelijk van de bank. Er is een nieuwe financieringsmarkt aan het ontstaan, een markt die complementair kan zijn aan de zo vertrouwende bancaire financiering. Daarnaast biedt ook de overheid u extra financieringshulp. Wilt u meer weten? Lees dan vooral verder.

Private financiering

Welke ondernemer kent ze niet, de private financiers. Of het nu familie, vrienden of zakenrelaties zijn, voor velen zijn ze bij de start van een bedrijf onmisbaar om aan aanvullend kapitaal of een geldlening te komen. Toch biedt dit persoonlijke netwerk niet altijd uitkomst. Naarmate de financieringsbehoefte, de risico’s, de omvang en complexiteit van uw plannen toenemen, zult u sneller op zoek moeten naar andere financieringsvormen, als alternatief of aanvullend. De particuliere financieringsmarkt kent een breed palet aan potentiële geldschieters.

Tip!Denk bij alternatieve financieringsbronnen ook aan leverancierskrediet, hypotheekbanken, leasemaatschappijen en factoring. Voor uw liquiditeitspositie het overwegen waard!

Business angels

Ook wel informal investors genoemd. Het zijn veelal particulieren die, al dan niet verenigd, hun kennis, ervaring, netwerk en kapitaal inzetten voor startende of jonge, veelal innovatieve ondernemingen. Voor deze investeerders draait het om een goed plan en geloof in de ondernemer. Wat ze ook hebben, is de wil om risicodragend te investeren. De ondernemer ontvangt risicokapitaal. De informal investor krijgt een aandeel in de zeggenschap, eigendom of winst van de onderneming.

Tip!Informeer ook naar business angels-initiatieven en -bijeenkomsten bij u in de regio of daarbuiten. Zij brengen ondernemers en investeerders bij elkaar!

Private equity

Investerings- en participatiemaatschappijen, ook wel genoemd private equity, zijn doorgaans private maatschappijen waarin kleinere en grotere beleggers/investeerders zijn verenigd. Zij kunnen zorgen voor het benodigde risicodragend vermogen dat u als ondernemer nodig heeft om bij andere financiers met succes uw kredietbehoefte te regelen. Risicodragend vermogen kan worden verstrekt in de vorm van zowel aandelenkapitaal als een (achtergestelde) lening. De drijfveer van private equity is rendement!

Kredietunie

Een nieuwe financieringsvorm in een coöperatief jasje. De kredietunie is een coöperatieve kredietvereniging van mkb-ondernemers. Het is een jong initiatief van Kredietunie Nederland, een coöperatie van kredietunies, opgezet door een aantal voormalige bankiers als reactie op de behoefte aan een gespecialiseerde kredietverstrekking voor het mkb. Doel van een kredietunie is om via een gemeenschappelijke kas geld uit te lenen aan collega-ondernemers binnen een sector of regio. Zowel de kredietgevers als de kredietnemers zijn lid en mede-eigenaar van de coöperatie. De kredietunie heeft geen winstoogmerk en wil voorzien in het verlenen van krediet tot € 250.000. De verwachting is dat het aantal kredietunies snel zal groeien.

Crowdfunding

Deze financieringsvorm wint snel aan populariteit. Het is een internetmarktplaats voor financiering. Hoe werkt het? De ondernemer plaatst het idee of plan op een van de crowdfundingplatforms en doet een beroep op meerdere particuliere investeerders om te financieren. De kredietvraag, rente en looptijd bepaalt u zelf. Wilt u de geldverschaffers in ruil voor hun inleg aandelen in het bedrijf of een percentage van de omzet of winst aanbieden, dan kan dat ook. Investeerders kunnen inschrijven tot de inschrijving vol is, waarna uw financiering rond is!

Let op!De regelgeving voor alternatieve financieringsvormen staat nog in de kinderschoenen. Controleer of het crowdfundingplatform beschikt over een AFM-vergunning!

Nederlandse Investeringsinstelling

In de loop van 2014 is ook een nieuw initiatief gestart: de Nederlandse Investeringsinstelling. Deze instelling vervult een functie als intermediair en aanspreekpunt om institutionele beleggers, zoals grote verzekeraars en pensioenfondsen, in te schakelen bij de financiering van belangrijke projecten. De investeringsinstelling richt zich op projecten die in de kern rendabel zijn, maar om verschillende redenen niet aan de benodigde bancaire financiering kunnen komen.

Overheid als cofinancier

Met de helpende hand van de overheid heeft u als ondernemer meer kans van slagen om bij kredietinstellingen een lening te kunnen afsluiten. Ook al zijn uw plannen en de financiële vooruitzichten nog zo goed, zonder voldoende zekerheden zult u de kredietaanvraag al snel zien stranden. Vandaar dat de overheid diverse regelingen in het leven heeft geroepen om de toegang tot de kredietmarkt te vergemakkelijken.

Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB)

Voor ondernemers met een financieringsbehoefte, maar onvoldoende onderpand, kan de BMKB uitkomst bieden. Voorwaarde is wel dat de toekomstperspectieven gunstig zijn en de kredietverstrekker een aanvraag hiervoor indient. Bent u nog geen drie jaar als ondernemer actief, dan is er voor u de Starters BMKB. U kunt via deze regeling maximaal € 266.667 aan krediet krijgen, terwijl de overheid zich garant stelt voor 67,5% van het krediet.

Bent u geen starter meer of heeft u een hogere kredietbehoefte? Dan is er nog de reguliere BMKB, bedoeld voor bedrijven met niet meer dan 250 fte’s in dienst en een jaaromzet tot € 50 miljoen óf een balanstotaal tot € 43 miljoen. De kredietregels inzake omvang, aflossing en looptijd zijn afhankelijk van het bestedingsdoel en type onderneming.

De reguliere BMKB is tijdelijk verruimd tot uiterlijk 31 december 2015. Sluit u als bestaand bedrijf bij de bank een nieuwe lening af van maximaal € 266.667, dan staat de overheid nu borg voor 67,5%. Dit was 45%. Ook het maximumbedrag waarvoor de overheid borg staat, is tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen.

Voor innovatieve ondernemers die over een S&O-verklaring beschikken, biedt de overheid binnen de BMKB-regeling daarnaast een aanvullende garantieregeling.

Tip!Vraag de bank (of de niet-bancaire financierder) bij uw kredietaanvraag of u in aanmerking komt voor de BMKB!

Innovatiekrediet

Heeft u een innovatief idee, maar ontbreken alleen de middelen nog om verder te investeren, dan biedt wellicht het Innovatiekrediet uitkomst. Hiermee kunnen veelbelovende innovatietrajecten worden gefinancierd. Het is een risicodragend krediet. De rente varieert van 7% tot 10%, afhankelijk van het risicoprofiel. Het krediet bedraagt maximaal € 10 miljoen.

Microkrediet

Veel ondernemers zijn al geholpen met een relatief gering krediet. Maar het risicoprofiel belemmert de toegang tot een bankkrediet. Denk dan eens aan microfinanciering. Op dit moment bedraagt het kredietplafond € 50.000. De regeling staat open voor startende en bestaande ondernemers in het midden-en kleinbedrijf en wordt uitgevoerd door Qredits Micro-financiering Nederland. Qredits komt alleen in beeld als de bank uw kredietaanvraag heeft afgewezen.

MKB-krediet

Sinds begin november 2013 biedt Qredits ook het nieuwe MKB-krediet aan. Dit is een zakelijke lening aan startende en bestaande ondernemers in het mkb van minimaal € 50.000 en maximaal € 250.000. Deze lening is er speciaal voor ondernemers die een financiering nodig hebben en hiervoor niet bij de bank terecht kunnen. Er gelden wel een aantal voorwaarden.

Vroegfasefinanciering

Bent u ambitieus, groeit uw onderneming in de komende periode substantieel in omvang en wilt u onderzoeken of uw idee kans van slagen heeft op de markt, dan is de Vroegefasefinanciering misschien iets voor u. Met een lening uit deze financieringsvorm kan de overheid u ondersteunen om uw idee van de planfase naar de startfase te brengen. Uiteraard moet u de lening inclusief 5,34% rente terugbetalen.

Groeifaciliteit

U wilt op eigen kracht groeien in Nederland of daarbuiten, of u wilt een bedrijf overnemen, dan kan de Groeifaciliteit u helpen de benodigde risicodragende financiering aan te trekken. De Groeifaciliteit verschaft financiële instellingen een extra garantie, misschien net genoeg om de financiers (bank of participatiemaatschappij) over de streep te trekken. Let wel, de Groeifaciliteit is niet bedoeld voor een herfinanciering. De garantie is beperkt tot 50% van de financiering.

Garantie Ondernemingsfinanciering

Speciaal voor (middel)grote ondernemingen die hoofdzakelijk actief zijn in Nederland, financieel gezond zijn en toekomstperspectief hebben, is er nog de GO-regeling. Via de GO-regeling kan de bank met 50% overheidsgarantie de benodigde extra zekerheden binnenhalen. Leningen van maximaal € 150 miljoen zijn tot maximaal de helft gegarandeerd.

Tot slot

De besproken regelingen zijn slechts een selectie uit het groeiende aanbod. Wij kunnen de kansen en de valkuilen met u verkennen om uiteindelijk te komen tot een passende financieringsoplossing.

Advieswijzer Echtscheiding en uw bedrijf

Wanneer u als ondernemer gaat scheiden, heeft dit in de meeste gevallen ook gevolgen voor de onderneming. Of dit nu een eenmanszaak is of een bv. Een eigen bedrijf maakt een scheiding vele malen lastiger. Deze advieswijzer bevat een overzicht van enkele belangrijke zaken waarmee u als ondernemer te maken kunt krijgen bij een echtscheiding.

U en uw partner overwegen of hebben inmiddels besloten om te gaan scheiden. Wat betekent dit financieel? Kan de onderneming worden voortgezet? Maakt uw partner aanspraak op een deel van (de waarde van) het bedrijf? Wat gebeurt er met het pensioen in eigen beheer? Dit vraagt om deskundige begeleiding. Wij inventariseren samen met u uw persoonlijke situatie en kijken naar zaken als:

  • Huwelijksvermogensregime: is er een gemeenschap van goederen of heeft u huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden gesloten?
  • Rechtsvorm van uw bedrijf: is er sprake van een eenmanszaak, vof, bv of andere vorm? Staat het bedrijf op uw naam en/of op uw partners naam? Werkt u beiden in het bedrijf? Is er een regeling getroffen over de eigendom van en/of het recht op een deel van de waarde van de onderneming?
  • Vermogens- en inkomenspositie: wat behoort tot uw privé- en zakelijk vermogen? Waaruit bestaat het gezinsinkomen? Heeft u kinderen?
  • Pensioenen: welke regelingen hebben u en uw partner gesloten? Is er een pensioen in eigen beheer? Welke aanspraken heeft u beiden opgebouwd voor en tijdens het huwelijk?
  • Fiscaliteit: wat zijn de fiscale gevolgen van de scheiding? Moet u fiscaal afrekenen over de waarde van het bedrijf? Op welke fiscale valkuilen moet u alert zijn?

Tip:ga regelmatig na of uw huwelijksvermogensregime nog wel past bij uw zakelijke en privébelangen.

Huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden

Zonder huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden valt de (waarde van de) onderneming in de te verdelen gemeenschap. Wellicht heeft u in uw huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden wel specifieke bepalingen opgenomen over de gerechtigdheid tot het eigen bedrijf. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een verrekenbeding, waarbij de waarde van het geheel of van een gedeelte van de onderneming moet worden verrekend.

Het kan dus zomaar zijn dat u als ondernemer de waarde van uw onderneming moet delen met uw (ex-)partner. De activa/passiva van het bedrijf dienen hiervoor reëel te worden gewaardeerd. De scheiding brengt het risico met zich mee dat het uitkopen van de ex-partner ten koste kan gaan van de continuïteit van het bedrijf. Als het bedrijf dan ook de belangrijkste inkomensbron is, is het zaak met ons te zoeken naar passende oplossingen. Denk hierbij ook aan het (tijdelijk) aanhouden van een belang in de onderneming door uw ex-partner. Maar ook aan het verrekenen van andere bezittingen of het overnemen van schulden.

Let op!Ga na of bij een bedrijfsfinanciering ook privézekerheden, bijvoorbeeld een hypotheek op de woning, zijn verstrekt. Dit vraagt dan om extra aandacht bij de afwikkeling van de scheiding.

Verevening van pensioenrechten

Bij een echtscheiding heeft de ex-partner van de ondernemer/dga in principe recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Daarnaast heeft de ex-partner recht op een bijzonder partnerpensioen/nabestaandenpensioen. Het maakt niet uit of het pensioen is opgebouwd in eigen beheer of extern is verzekerd.

Op basis van rechtspraak kan de ex-partner eisen dat het pensioenaandeel van een pensioen in eigen beheer wordt afgestort bij een door de ex-partner gekozen verzekeringsmaatschappij. Indien u kunt aantonen dat dit de bedrijfscontinuïteit in gevaar brengt en de financiering van het pensioenaandeel ook via andere wegen niet mogelijk is, dan kan de afstorting worden afgewezen dan wel worden opgeschort, eventueel onder het stellen van zekerheid. U en uw (ex-)partner zijn overigens te allen tijde vrij om te kiezen voor een alternatieve financiële oplossing.

Tip:
U bent vrij om samen met uw ex-partner een andere verdeling af te spreken of zelfs te besluiten niet tot verdeling van het pensioen over te gaan. Wijkt u af van de standaardverdeling, dan moet dit wel zijn vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant.

Alimentatie

Ook na een echtscheiding hebben u en uw ex-partner de plicht voor elkaar en de kinderen te zorgen door bij te dragen in de kosten van levensonderhoud (alimentatie). Met ingang van 1 april 2013 zijn er nieuwe richtlijnen voor het berekenen van kinderalimentatie. De belangrijkste verandering is de invoering van een draagkrachttabel. Ouders die gaan scheiden, hoeven minder kinderalimentatie te betalen naarmate zij meer voor de kinderen zorgen. Wanneer een van de ex-partners niet genoeg inkomsten heeft om van te leven, heeft de ander de plicht om bij te dragen in de kosten. Deze partneralimentatieplicht eindigt in beginsel na verloop van twaalf jaar. Zijn er geen kinderen en was de duur van het huwelijk korter dan vijf jaar, dan is de duur van de alimentatieplicht beperkt tot de duur van het huwelijk.

Let op!
Over de hoogte en de duur van de alimentatie kunt u met elkaar naar eigen inzicht en mogelijkheden afspraken maken. Neem de afspraken volledig en duidelijk op in een echtscheidingsconvenant. Voorkom discussie over het ondernemersinkomen en de onderlinge draagkrachtverdeling.

Let op!
Met ingang van 1 januari 2015 is een aantal kindregelingen afgeschaft, waaronder de aftrek van kosten voor het levensonderhoud van kinderen. Daarnaast kunnen sommige alleenstaande ouders aanspraak maken op een verhoging van het kindgebonden budget. De hervorming van de kindregelingen kan gevolgen hebben voor wie kinderalimentatie betaalt of ontvangt. Een aanpassing van het alimentatiebedrag kan nodig zijn.

Fiscaliteit

Fiscaal partnerschap

Een echtscheiding kan voor de scheidende partners uiteenlopende fiscale consequenties hebben. Op het moment dat u het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed heeft ingediend en u ook niet meer op hetzelfde adres ingeschreven staat, bent u geen fiscaal partner meer. Wel mag u in dat jaar nog kiezen om als fiscale partners de belastingaangifte in te vullen. Dit kan het jaar daarop niet meer. Bent u geen fiscaal partner meer dan heeft dit vooral direct gevolgen voor een aantal regelingen in de inkomstenbelasting. Op hoofdlijnen gaat het om de volgende regelingen.

Winst uit onderneming

Behoort het ondernemingsvermogen tot de te ontbinden gemeenschap van de (huwelijks)partners, dan wordt het deel dat volgens het huwelijksvermogensrecht toekomt aan uw partner bij ontbinding van de gemeenschap geacht te zijn overgedragen tegen reële waarde. Over de fiscale meerwaarde (goodwill en stille reserves) van dit deel van de onderneming moet u als ondernemer dan afrekenen. Onder voorwaarden hoeft er echter niet te worden afgerekend en geldt er een belastingvrije doorschuiffaciliteit.

Terbeschikkingstelling (TBS)

Als u een vermogensbestanddeel (zoals een pand) ter beschikking stelt aan de onderneming, aanmerkelijkbelangvennootschap of werkzaamheid van een verbonden persoon, dan is op dit vermogensbestanddeel de TBS-regeling van toepassing. Partners gelden voor de TBS-regeling als verbonden personen. De positieve en negatieve voordelen behaald met dit vermogensbestanddeel vormen dan belastbaar resultaat uit overige werkzaamheid (box 1). Met de echtscheiding eindigt de verbondenheid en de terbeschikkingstelling en vindt over het betreffende (aandeel in het) TBS-vermogen een fiscale afrekening plaats, tenzij er een doorschuiffaciliteit (fiscale begunstiging) van toepassing is.

Aanmerkelijk belang

Hebben u en uw partner een aanmerkelijk belang (ab), dan kan de scheiding tot gevolg hebben dat bij een of beide partners niet langer sprake is van een aanmerkelijk belang. Op dat moment is sprake van een fictieve vervreemding in de zin van de ab-heffing met een fiscale afrekening tot gevolg. Onder voorwaarden geldt ook hier een doorschuiffaciliteit.

Eigen woning

We zien dat bij echtscheiding doorgaans een van de partners de woning verlaat. Op dat moment is deze woning voor de vertrekkende partner geen hoofdverblijf meer en daarmee zou voor dit aandeel in de woning de eigenwoningregeling en bijbehorende hypotheekrenteaftrek komen te vervallen. Máár, op voorwaarde dat de ex-partner in de woning blijft wonen, blijft de eigenwoningregeling op grond van de scheidingsregeling nog maximaal twee jaar na vertrek gelden. Naast de scheidingsregeling zijn er ook nog vele fiscale valkuilen als een eigen woning in het spel is. Zeker met de invoering van de nieuwe fiscale regels voor hypotheekrenteaftrek in 2013.

Tot slot

In de toekomst wordt het wellicht mogelijk om te gaan scheiden zonder tussenkomst van de rechter. Inmiddels is hiervoor een wetsvoorstel ingediend. Scheiden zonder rechter kan straks alleen als echtparen het onderling eens zijn en er geen minderjarige kinderen zijn.

Een echtscheiding vraagt om goede fiscale begeleiding. Er zijn veel regels om rekening mee te houden. Denk hierbij ook aan de verdeling van lijfrenten en kapitaalverzekeringen. Vraag ons om begeleiding bij dit complexe proces.

Camerabeelden toegestaan voor controle bijtelling

Voor de controle op het privégebruik van zakelijke auto’s mag de Belastingdienst gebruikmaken van foto’s van politiecamera’s boven de snelwegen. Dat heeft hof Den Bosch afgelopen vrijdag, 27 maart 2015, beslist.

Maakt u gebruik van een auto van de zaak, dan krijgt u te maken met een bijtelling. Die bijtelling kan achterwege blijven als u kunt aantonen dat u de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé gebruikt. Dat kan met een sluitende rittenadministratie.

Voor de controle of een rittenadministratie inderdaad wel sluitend is, gebruikt de Belastingdienst diverse middelen, zoals foto’s van camera’s boven snelwegen. Dat is wat hof Den Bosch betreft geoorloofd. Ondanks dat sprake is van een inmenging in het privéleven van burgers, is die inmenging wat de rechter betreft wel toegestaan.

Het controleren van de rittenadministratie is namelijk op heel veel belastingplichtigen van toepassing en dan is een zo efficiënt mogelijke controle voor de Belastingdienst gerechtvaardigd, aldus het hof. Het is nog niet bekend of tegen deze uitspraak een cassatieberoep wordt ingesteld bij de Hoge Raad. De zakelijke automobilist die het niet zo nauw neemt met zijn rittenadministratie, is in ieder geval gewaarschuwd.

Toeslag 2011? Definitieve berekening mogelijk fout

Ontvangt u één of meerdere toeslagen van de Belastingdienst en heeft u met dagtekening tussen 12 februari en 4 maart de definitieve berekening voor 2011 ontvangen? Deze berekening is mogelijk fout, zo blijkt uit een nieuwsbericht van de Belastingdienst.

Van ongeveer 29.000 burgers is de toeslag(en) voor 2011 berekend met een verkeerd inkomen. Behoort u tot één van deze burgers dan krijgt u binnenkort van de Belastingdienst een nieuwe definitieve berekening en een excuusbrief met meer informatie.

Definitieve berekening

Ontvangt u één of meer toeslagen, dan krijgt u na afloop van het jaar nadat alle gegevens (zoals uw inkomen) bij de Belastingdienst bekend zijn, een definitieve berekening. Op deze berekening staat per toeslag hoeveel voorschot u heeft ontvangen en op welk toeslagbedrag de Belastingdienst nu definitief is uitgekomen.

Uit de definitieve berekening kan blijken dat u precies het juiste bedrag aan toeslag heeft gekregen, of juist te veel of te weinig. Het kan dus zijn dat u nog toeslag moet terugbetalen of juist nog toeslag ontvangt.

De acht fasen van bedrijfsoverdracht

Fase 1: wensen in kaart brengen

Waarom wilt u uw bedrijf verkopen en aan wie en wat wilt u gaan doen na de verkoop? Breng uw persoonlijke en financiële wensen in kaart. Dit kan u helpen in het latere verkoopproces.

Fase 2: voorbereiding

In deze fase vindt een analyse van uw bedrijf in al zijn facetten plaats. In welke markt opereert de onderneming en hoe is de financiële situatie, de kwaliteit van het management en de organisatie van het bedrijf? Al deze bevindingen worden vastgelegd in een informatiememorandum. Serieus geïnteresseerde kandidaten kunnen dit memorandum in een latere fase ter inzage krijgen.

Fase 3: verkoopklaar maken

Een bedrijf dat te koop wordt aangeboden, moet in een goede conditie verkeren. Alleen de eerste indruk is niet genoeg. Het is noodzakelijk dat u solide jaarrekeningen van ongeveer vijf achtereenvolgende jaren kunt overleggen. De jaarrekening moet een juist beeld geven van de winstgevendheid van het bedrijf, maar ook een schone balans is van groot belang. Wellicht staan er op de balans bepaalde activa die u ook privé gebruikt. Ook privéschulden aan de bv kunnen maar beter worden afgelost. Daarnaast moet ook de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen overeenkomen met wat in de branche gebruikelijk is.

Tip:Ga voor een zo optimaal mogelijke juridische en fiscale structuur. Breng bijvoorbeeld onroerend goed in een aparte bv onder of creëer een holdingstructuur met een of meer werk-bv’s. Het wijzigen van de structuur van uw bedrijf kan soms grote fiscale voordelen opleveren. Tijd speelt daarbij een belangrijke rol, want soms gelden wettelijke termijnen van enkele jaren.

Fase 4: waardebepaling

Al vrij vroeg in het hele overdrachtsproces wordt de waarde van uw bedrijf bepaald. Hiervoor bestaan verschillende methoden. Van liquidatie¬waarde tot discounted cash flow-methode en van intrinsieke waarde tot goodwill-methode.

Fase 5: prijsbepaling

Is uw bedrijf helemaal verkoopklaar en is de waarde bepaald, dan wordt het tijd om de verkoopprijs vast te stellen. Stel uzelf daarbij de volgende vragen:

  • Wat wil ik minimaal voor mijn bedrijf krijgen?
  • Wat kan ik maximaal voor mijn bedrijf krijgen?
  • Wat is een reële verkoopprijs?

Door vooraf een goed zicht te hebben op de verkoopprijs, verstevigt u uw onderhandelingspositie met een mogelijke koper.

Let op!Bent u van plan uw bedrijf binnen uw familie over te dragen, dan bent u wellicht geneigd genoegen te nemen met een lagere verkoopprijs. Een waarschuwing is hier op zijn plaats. Als u uw bedrijf overdraagt tegen een niet-marktconforme prijs, kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat sprake is van een schenking.

Fase 6: geschikte koper zoeken

In deze fase gaat u op zoek naar een mogelijke koper. Dat hoeft niet altijd een onbekende te zijn. Binnen het mkb worden nog steeds veel bedrijven overgedragen aan bijvoorbeeld de zoon of dochter. Potentiële kopers kunnen zich ook bevinden binnen uw bedrijf (bijvoorbeeld een werknemer) of uw zakelijke netwerk. Heeft u nog geen geschikte kandidaat, dan kunt u met uw bedrijf de markt opgaan.

Alvorens u de markt opgaat, is het belangrijk dat u een korte profielschets van uw bedrijf maakt. Hierin staat net genoeg informatie om de interesse van potentiële kopers te wekken.

Fase 7: onderhandelingsfase

Heeft u eenmaal een potentiële koper gevonden, dan start de onderhandelingsfase. Om onaangename gevolgen te voorkomen, is het belangrijk om alle handelingen schriftelijk vast te leggen. Zodra duidelijk is dat een potentiële koper echt geïnteresseerd is, wordt het tijd om belangrijke informatie uit te wisselen. Door het opstellen van een vertrouwelijkheidsovereenkomst voorkomt u dat onzorgvuldig met deze informatie wordt omgesprongen.

Als beide partijen vertrouwen hebben in de uitkomst van de onderhandelingen, is het gebruikelijk om elkaars intenties op papier vast te leggen. Dit kan in een intentieovereenkomst (‘letter of intent’).

Na de intentieovereenkomst zal de potentiële koper de informatie willen toetsen die u als verkoper heeft verstrekt. Daarvoor dient het due diligenceonderzoek. In de meeste gevallen is dit een zo breed mogelijk onderzoek naar het bedrijf. Alle juridische, fiscale, financiële en bedrijfseconomische aspecten komen aan bod.

Zodra beide partijen in de onderhandelingsfase op hoofdpunten een akkoord hebben bereikt, kan een voorovereenkomst worden gesloten.

Fase 8: verkoop

Als de hele onderhandelingsfase is afgerond, kan de definitieve koopovereenkomst worden gesloten, kunnen juridische zaken worden afgehandeld en kan de gang naar de notaris plaatsvinden.

Let op!Overweegt u om uw bedrijf in de komende vijf jaar over te dragen of te verkopen? Het verkoopklaar maken van een onderneming neemt meerdere jaren in beslag. Neem dus nu al contact met ons op voor een eerste verkenning van de mogelijkheden.

Sneller langer doorwerken

De AOW-leeftijd gaat vanaf 2016 stapsgewijs versneld omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. De Tweede Kamer heeft hier gisteren, 26 maart 2015, mee ingestemd. De huidige overbruggingsregeling die in 2019 zou eindigen, wordt verruimd en verlengd tot 2023.

De verhoging van de AOW-leeftijd betekent dat u langer moet doorwerken voordat u kunt stoppen en kunt gaan genieten van uw oude dag. De overbruggingsregeling is er speciaal voor mensen die geen of te weinig (gezamenlijk) inkomen hebben en biedt een uitkering op minimumniveau in de periode tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd.

De overbruggingsregeling eindigt in 2023 en wordt ook opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of vroegpensioen gaan of zijn gegaan. Oorspronkelijk gold de regeling alleen voor mensen die vóór 2013 met vervroegd pensioen waren gegaan.

De Eerste Kamer moet zich nog buigen over de versnelde stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd.

Premie bestuurdersaansprakelijkheid niet onbelast te vergoeden

Mag u de premie van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering van de directeur-grootaandeelhouder (dga) onbelast aan hem vergoeden? Het antwoord is nee. De aansprakelijkheidsverzekering voor de bestuurder is loon onder de werkkostenregeling. Uiteraard mag u de vergoeding wel aanwijzen als eindheffingsloon.

Veel dga’s sluiten een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af om het risico te beperken om persoonlijk (in privé) aansprakelijk gesteld te worden voor de schulden van de bv. Onder de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen was het nog mogelijk om de kosten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering onbelast tot een bedrag van € 454 te vergoeden. Dit is onder de werkkostenregeling echter niet meer mogelijk.

Vergoedt u de premie van de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dan moet u deze vergoeding tot het belastbare loon van de dga rekenen. U kunt de vergoeding wel aanwijzen als eindheffingsloon, zodat u deze kunt onderbrengen in de vrije ruimte. Houdt er wel rekening mee dat u op jaarbasis maximaal 1,2% van de totale fiscale loonsom kunt gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Overschrijdt u de vrije ruimte dan betaalt u loonbelasting over het bedrag boven deze vrije ruimte in de vorm van een eindheffing van 80%.

Verdien geld met innovatie

Als ondernemer bent u op zoek naar mogelijkheden om de toegevoegde waarde van uw bedrijf te vergroten. U denkt na over hoe u producten, diensten en processen kunt verbeteren en vernieuwen. U speelt in op nieuwe vragen vanuit de markt. Want op die manier bent u succesvol, doen klanten graag zaken met u en laat u de concurrent achter u. Innovatie is het sleutelwoord voor de toekomst, want stilstand is achteruitgang. Niet voor niets stimuleert de overheid bedrijven die innoveren met allerlei stimulerings- en financieringsregelingen. Bent u benieuwd of innovatie ook voor uw onderneming loont?

Wat is innovatie?

Een rondje op internet leert ons dat innovatie gelijk staat aan vernieuwing. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het begrip innovatie te omschrijven als: ‘Alle activiteiten die gericht zijn op vernieuwing in een bedrijf’. Innovaties kunnen volgens het CBS zowel technologisch als niet-technologisch van aard zijn. Bij technologische innovatie gaat het om het vernieuwen dan wel sterk verbeteren van producten, diensten of de processen waarmee producten en diensten worden voortgebracht. Van niet-technologische innovatie is bijvoorbeeld sprake bij vernieuwingen in de organisatie.

WBSO voor speur- en ontwikkelingswerk

Een van de belangrijkste fiscale stimuleringsregelingen voor innovatie is de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Met de WBSO kunt u de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) binnen uw bedrijf verlagen. Ook als zelfstandig ondernemer kunt u gebruik maken van de WBSO. U moet dan wel minimaal 500 uren per jaar besteden aan S&O.

Welke projecten komen in aanmerking?

Onder de WBSO vallen vier soorten projecten:

  • ontwikkeling van (onderdelen van) technisch nieuwe producten, productieprocessen of programmatuur;
  • technisch-wetenschappelijk onderzoek;
  • analyse van de technische haalbaarheid van eigen S&O;
  • technisch onderzoek naar verbetering van uw fysieke productieproces of de door u gebruikte programmatuur.

Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van loonbelasting krijgen voor werknemers die (gekwalificeerd) S&O-werk verrichten.
Een ondernemer die S&O-werk verricht, kan de aftrek speur- en ontwikkelingswerk toepassen. Dat kan echter alleen als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) een S&O-verklaring heeft afgegeven. Als werkgever kunt u maximaal drie keer per jaar een WBSO-aanvraag indienen voor een periode van minimaal drie en maximaal twaalf maanden. De aanvraag mag meerdere projecten bevatten en moet minstens één volledige kalendermaand voor het begin van de projectperiode worden ingediend. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt dit maximum niet. U kunt tot en met 30 september ongelimiteerd aanvragen indienen.

Wat levert het op?

De afdrachtvermindering S&O bedraagt in 2015 35% van de S&O-loonsom voor zover dit loon niet meer bedraagt dan € 250.000, en 14% over de resterende S&O-loonsom. Er geldt een maximum voor de S&O-afdrachtvermindering van € 14 miljoen per kalenderjaar. De S&O-aftrek voor zelfstandigen bedraagt in 2015 € 12.421.

Is de verschuldigde loonheffing in een aangiftetijdvak niet voldoende om een evenredig deel van de S&O-afdrachtvermindering te kunnen verrekenen, dan mag u een restant verrekenen met andere aangiftetijdvakken die vallen in het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft.

Extra budget voor startende ondernemingen

Werkgevers die als starter worden aangemerkt, krijgen een S&O-afdrachtvermindering van 50% in plaats van 35% over de eerste € 250.000 van het totale S&O-loon. Startende zelfstandigen krijgen een extra S&O-aftrek van € 6.213.

S&O-administratie

U bent verplicht om een S&O-administratie bij te houden van de uitvoering van de projecten. Uit deze administratie moet blijken welke S&O-werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd daaraan is besteed. De bewaartermijn van de administratie is zeven jaar. Binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar moet u het aantal gerealiseerde S&O-uren melden aan RVO.nl. Alle informatie over de WBSO vindt u terug op de website www.rvo.nl.

Research en Development Aftrek (RDA)

De RDA verlaagt de overige kosten van speur- en ontwikkelingswerk. Uw S&O-uitgaven bevatten immers niet alleen arbeid. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan investeringen in apparatuur en materialen. De aftrek bedraagt in 2015 60% van de kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan S&O. RVO.nl moet de kosten en uitgaven hebben vastgesteld en erkend in een RDA-beschikking. Zowel ondernemers in de inkomstenbelasting als bedrijven in de vennootschapsbelasting kunnen gebruik maken van de RDA.

Innovatiebox in de vennootschapsbelasting

Heeft u voor uw eigen innovatie een S&O-verklaring of een octrooi ontvangen en onderneemt u in de vennootschapsbelasting, dan is de innovatiebox wellicht interessant voor u. De winsten die u maakt met innovatieve activiteiten kunt u onderbrengen in de innovatiebox. U betaalt dan aanzienlijk minder belasting. De voorwaarden zijn streng en er geldt een boxdrempel. U kunt elk jaar beslissen of u gebruik gaat maken van de innovatiebox.

Kunt u de innovatiebox toepassen, dan mag u sinds 2013 ook kiezen voor een forfaitaire regeling. Deze houdt in dat u 25% van uw totale winst mag aanmerken als voordeel voor de innovatiebox. De forfaitaire regeling kent een maximum van € 25.000.

Financieringsregelingen voor innovatie

De ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en processen is duur. Heeft u een innovatief idee, maar beschikt uw bedrijf niet over de benodigde financiële middelen, dan biedt wellicht het Innovatiekrediet voor u uitkomst. Hiermee kunnen veelbelovende innovatietrajecten worden gefinancierd. Het is een risicodragend krediet. De rente varieert van 7% tot 10%, afhankelijk van het risicoprofiel. U moet het verleende Innovatiekrediet en de hierop berekende rente terugbetalen.

Er zijn meer financiële regelingen vanuit de overheid. Om uw toegang tot kredieten te vergemakkelijken, biedt de overheid diverse garantieregelingen. Door de garantiestelling zal een kredietverstrekker eerder bereid zijn u een lening te verstrekken. Beschikt u als innovatieve ondernemer over een S&O-verklaring, dan biedt de overheid binnen de regeling Borgstelling MKB Kredieten (BMKB) een aanvullende garantieregeling. De overheid staat borg voor 60% van de lening bij een krediet van maximaal € 1,5 miljoen. Meer informatie over verschillende financieringsregelingen voor innovatie vanuit de overheid kunt u vinden op www.rvo.nl.

Subsidieregelingen voor innovatie

Naast subsidies in de vorm van fiscaal voordeel of krediet zijn er ook subsidies in de vorm van een financiële bijdrage. Er zijn subsidies voor onderzoek en ontwikkeling, subsidies voor samenwerking en innovatie, subsidies die speciaal voor uw branche gelden en provinciale subsidies voor innovatie. Voor meer informatie over subsidies kunt u naast www.rvo.nl ook terecht op www.ondernemersplein.nl.

Voor als het u duizelt

In het voorgaande hebben wij een aantal regelingen voor u op het gebied van innovatie op een rij gezet. Maar er is nog zoveel meer. Wij kunnen ons voorstellen dat u wel wilt innoveren, maar dat u niet precies weet welke mogelijkheden u heeft en welke stappen u moet nemen. Bovendien moet u er op bedacht zijn dat het gaat om veelal ingewikkelde regelingen met vaak een beperkt budget. Win daarom informatie bij ons in. Wij helpen u graag verder!

Geleend voor eigen woning bij familie of eigen bv? Doe opgaaf

Leent u geld voor uw eigen woning van iemand die niet verplicht is dat aan de Belastingdienst door te geven? En bent u verplicht om af te lossen op de lening om renteaftrek te krijgen? Dan moet u een opgaaf lening eigen woning doen. Doe de opgaaf nadat u de lening bent aangegaan of nadat u de lening hebt gewijzigd. Denk daarbij aan de termijnen!

Tip:
Bent u in 2014 een lening voor uw eigen woning aangegaan bij familie of uw bv? Doe de opgaaf lening eigen woning voordat u uw aangifte inkomstenbelasting 2014 indient. Doet u pas in 2016 aangifte over 2014? Doe dan de opgaaf in 2015!

Geen opgaaf, geen renteaftrek

Bent u in 2014 een lening aangegaan en doet u daarvan niet tijdig opgaaf? Dan heeft u over 2014 geen renteaftrek. Doet u de opgaaf wel tijdig voor 2015, dan heeft u vanaf 2015 renteaftrek.

Opgaaf voor sommige woningschulden van na 2012

De opgaaf lening eigen woning is één van de voorwaarden voor renteaftrek voor leningen die zijn aangegaan vanaf 2013. Voor een nieuwe hypotheek krijgt u alleen nog renteaftrek als u de lening in 360 maanden aflost, ten minste volgens een annuïtair schema. Om renteaftrek te krijgen moet de Belastingdienst naast de aangifte ook gegevens over de lening ontvangen. Als u leent bij een bank, dan levert die de informatie aan de Belastingdienst. Als u leent bij familie of bijvoorbeeld uw eigen bv, dan moet u de informatie over de lening aanleveren. U vult daartoe het formulier ‘Opgaaf lening eigen woning’ – via ons kantoor of via de site van de Belastingdienst – in.

Let op! U hoeft niet jaarlijks de opgaaf te doen. Alleen nadat u de lening bent aangegaan of nadat de lening is gewijzigd moet u opgaaf doen. Leningen die u al voor 2013 had en waarop u niet hoeft af te lossen om renteaftrek te krijgen, hoeft u niet op te geven met het formulier ‘Opgaaf lening eigen woning’.

In de volgende voorbeelden moet u een opgaaf lening eigen woning doen:

  • U bent in 2014 een lening bij familie of uw bv aangegaan voor de aanschaf, onderhoud of verbouwing van uw woning.
  • U bent in 2014 gescheiden en heeft geleend om het aandeel van uw partner in de woning over te nemen.
  • U bent verhuisd en heeft voor de nieuwe woning meer geleend dan voor uw oude woning.
  • Heeft u een woninglening van voor 2013 overgesloten bij familie of uw eigen bv? Dan hoeft u tot het bedrag van de oude lening geen opgaaf te doen.

Let op!
De termijn voor de opgaaf is veel korter als de lening wijzigt. Denk bijvoorbeeld aan de looptijd, de manier van aflossen (annuïtair of lineair) of het rentepercentage. Dan moet u de opgaaf doen uiterlijk in januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening is gewijzigd.

Ontslag nu of na 1 juli 2015?

Per 1 juli 2015 gaat het nieuwe ontslagrecht in. De huidige ontslagvergoeding maakt dan plaats voor de transitievergoeding. Wat nu als u de (tijdelijke) dienstbetrekking van uw werknemer wenst te beëindigen? Is het dan financieel gunstiger om de werknemer nu te ontslaan of juist te wachten tot na 1 juli 2015? Het antwoord op die vraag hangt af van de situatie.

Stel het tweede jaarcontract van uw werknemer eindigt van rechtswege vóór 1 juli 2015. Laat u dit contract gewoon aflopen en neemt u afscheid van de werknemer dan kost dat u op dit moment niets. Het wordt anders als u het tijdelijke arbeidscontract nog een keer zou verlengen en de einddatum ligt na 1 juli 2015. Laat u het verlengde contract daarna van rechtswege aflopen dan bent u aan de werknemer wel een transitievergoeding verschuldigd. Na 1 juli 2015 is de werknemer immers langer dan twee jaar bij u in dienst geweest.

Voorbeeld

Stel, u houdt een zieke werknemer in dienst na afloop van de tweejaarstermijn. De loondoorbetalingsverplichting is weliswaar gestopt, maar zolang de werknemer ziek is loopt het dienstverband ‘slapend’ door. Zegt u dit dienstverband vóór 1 juli 2015 op, dan bent u geen ontslagvergoeding verschuldigd. Na 1 juli 2015 moet u aan de zieke werknemer, indien u het slapende dienstverband wilt beëindigen, een transitievergoeding betalen. Betreft het een lang dienstverband dan kan deze vergoeding voor u erg oplopen.

Tip:Soms is het financieel gunstiger om te wachten met een beëindiging tot na 1 juli 2015. Bijvoorbeeld als u buiten de reguliere UWV-procedure om het contract wilt ontbinden van een oudere werknemer met een lang dienstverband. De huidige kantonrechtersformule valt dan duurder uit dan de transitievergoeding. Vergelijk daarom de uitkomst van de kantonrechtersformule met de transitievergoeding. Dan weet u wat voor u financieel voordeliger is: beëindiging nu of na 1 juli 2015.