Minimumloon per 1 juli 2015 iets omhoog

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon gaan weer iets omhoog per 1 juli 2015. Als werkgever bent u verplicht ten minste het minimumloon aan uw werknemers uit te betalen. Ook moet u het wettelijk minimumloon vermelden op de loonstrook. Daarom alvast de bedragen per 1 juli 2015.

Stijging minimumloon

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon worden telkens op 1 januari en op 1 juli aangepast aan de ontwikkeling van de gemiddelde cao-lonen in Nederland. Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2015:

  • € 1.507,80 per maand (januari 2015: € 1.501,80)
  • € 347,95 per week (januari 2015: € 346,55)
  • € 69,59 per dag (januari 2015: € 69,31)

Ook de minimumjeugdlonen voor 15 t/m 22-jarige werknemers gaan per 1 juli aanstaande iets omhoog. Zo bedraagt het minimumjeugdloon voor een 22-jarige dan € 1.281,65 per maand en voor een 15-jarige is dit € 452,35.

Let op! Het wettelijk minimumloon geldt als minimum beloning voor uw werknemers. Zorg ervoor dat uw werknemers niet worden onderbetaald. U riskeert anders forse boetes.

Aanpak schijnconstructies

Momenteel behandelt de Eerste Kamer een wetsvoorstel over de aanpak van schijnconstructies. Het wetsvoorstel bevat verschillende maatregelen die ervoor moeten zorgen dat iedereen die in Nederland werkt, ook daadwerkelijk het loon krijgt waar hij of zij recht op heeft. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, mogen werkgevers het minimumloon niet meer contant uitbetalen. Ook is het straks niet langer mogelijk om een deel van het minimumloon als onkostenvergoeding uit te betalen of bedragen in te houden op het minimumloon. Op dit inhoudingsverbod kan een uitzondering gelden. Details hierover volgen later.

Advieswijzer zakendoen met uw eigen bv

Investeren in eigen bedrijfspand

In de huidige markt is het investeren in en financieren van eigen vastgoed bepaald geen sinecure. Mocht u wel de mogelijkheden hebben om te investeren in een eigen bedrijfsruimte dan is het de vraag wie er gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op! Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie het voordeligst is, kunnen wij u voorrekenen.

Op naam van de bv

De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt naast de fiscaliteit ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject, bijvoorbeeld ter belegging van pensioengelden in eigen beheer. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en financieringskosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere verkoopwinst of -verlies behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip: Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga

Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen en exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgen(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is in de meeste gevallen 50% van de WOZ-waarde van het pand.

Tip: Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 52%, effectief is dit voor de dga maar 45,76%. U profiteert namelijk van de TBS-vrijstelling van 12% (2015)!

Geldleningen

Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een reëel rentepercentage. Bovendien moeten er zekerheden zijn gesteld. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst ook zouden zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Tip: Heeft u al een leningsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv

Leent u geld aan uw bv dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. U zelf krijgt te maken met de TBS-regeling. Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Ook hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) wordt dan uitgegaan van een normale zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv

Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders zijn.

Let op! Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening (u leent in uw hoedanigheid als werknemer) kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economische verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. In dat geval geldt voor het rentevoordeel een nihilwaardering. Ook als u de lening gebruikt voor het kopen van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter, is onder de werkkostenregeling het rentevoordeel onbelast.

Let op! Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijke handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast.

Let op! Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is alleen aantrekkelijk als het rendement op deze beleggingen hoger is dan de nettorente die u aan de bv moet betalen.

Wisselende rekening-courantstanden

In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat er onder voorwaarden geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld niet in box 3 opnemen.

Lenen voor de eigen woning

De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een reële leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1 en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met de nieuwe regels. Voor het nieuwe leningdeel is de rente alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst tijdig informeren over deze hypothecaire geldlening.

Tot slot

U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv. In deze advieswijzer staan slechts enkele mogelijkheden benoemd. Wij vertellen u graag meer.

Advieswijzer Ondernemen over de grens

Schrijf een goed plan

Aan de andere kant van de grens liggen volop kansen. U wilt er het liefst vandaag nog aan de slag. Wees slim en maak eerst een goed plan. Het begint met de kernvraag wat uw drijfveer is om internationaal te gaan ondernemen? Het antwoord hierop legt de basis voor uw exportstrategie en is bepalend voor de te zetten stappen. Verzamel om te beginnen zo veel mogelijk informatie en leg contact met collega-ondernemers. Wat zijn hun ervaringen, tips en adviezen? Ga ook te rade bij overheidsinstanties, zoals de Kamer van Koophandel, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) of de Nederlandse ambassade in het buitenland.

Tip:Speciaal voor ondernemers met grensverleggende ambities is er de app NL exporteert.

Om de buitenlandse markt op te gaan, moet u als ondernemer weten wat de sterke en zwakke punten van de huidige organisatie zijn. Zijn de mensen in het bedrijf er klaar voor? Kunt u het logistiek organiseren? Hoe wordt het buitenlandse avontuur gefinancierd? Naast deze interne analyse is het van belang om grondig de kansen en bedreigingen van de buitenlandse markt in kaart te brengen. Van belang is bijvoorbeeld of u zich op de B2C- of B2B-markt richt, wie uw concurrentie is, of uw producten of diensten wel of niet uniek genoeg zijn en met welke distributiemogelijkheden en culturele verschillen u te maken krijgt. Verken de buitenlandse markt grondig.

Tip:Om u te helpen, is er de regeling Starters International Business voor advies en ondersteuning bij het formuleren van uw exportstrategie. Informeer ook bij uw Kamer van Koophandel.

Met deze interne en externe analyse in de hand, krijgt u een goed beeld in hoeverre u exportproof bent. Maar u moet ook rekening houden met de toepasselijke wet- en regelgeving in het betreffende land. Als u zaken doet met klanten buiten de EU, zult u veelal ook met douaneformaliteiten van doen krijgen. 

Let op:Wees op de hoogte van de lokale wet- en regelgeving voor uw product of dienst. Heeft u keurmerken of certificaten nodig? Om dit te achterhalen, moet u weten wie uw klant is en waarvoor uw product gebruikt wordt. Bij RVO.nl is er per land informatie beschikbaar.

Financiering: wat is mogelijk?

Internationaal zakendoen, betekent investeren. Hoe gaat u dit financieren? Welke betalingsvormen zijn er? Welke risico’s loopt u? Is er zekerheid omtrent de betaling te regelen? Kunt u voor steun aankloppen bij de overheid? Hier volgen enkele tips.

Het is voor u de normaalste zaak. Na het leveren van het goed of dienst stuurt u uw buitenlandse afnemer een factuur en vertrouwt u erop dat de factuur tijdig betaald wordt. Dat doen immers al uw klanten. Maar wat nu als later of niet betaald wordt? Exporteert u voor aanzienlijke bedragen aan buitenlandse afzenders, dan is een export¬kredietverzekering voor u het overwegen waard.

Tip:Met het toenemende handelsrisico wordt het afdekken van betalingsrisico’s belangrijker. De verzekeringspremie varieert naar gelang omzet, transactie en risicoprofiel. U kiest voor veilig!

Een veelgebruikte betaalmethode is het gebruik van cheques en wissels. Het zijn onvoorwaardelijke betalingsopdrachten om u te betalen. Ook kunt u gebruikmaken van een documentair incasso of een letter of credit. De bank is dan tussenpersoon. De afnemer betaalt bij levering van de goederen aan de bank en als de documenten van de leverancier in orde zijn, vindt de betaling plaats. Afhankelijk van de valuta waarmee u zakendoet, loopt u een wisselkoersrisico. U kunt dit afdekken, bijvoorbeeld door een vreemdevalutarekening te openen.

De overheid biedt als stimulans voor internationaal ondernemen meerdere programma’s en subsidies. Voor de actuele regelingen kunt u terecht bij RVO.nl. Hoe kunt u in 2015 geld verdienen met hulp van de overheid? Neem daarvoor contact met ons op. 

Let op de btw!

Doet u zaken met buitenlandse afnemers, dan krijgt u te maken met andere btw-regels. Wie betaalt de btw, wie draagt de btw af en in welk land? Bestaat er recht op teruggave van buitenlandse btw? Zijn de afnemers gevestigd binnen of buiten de EU? U heeft van doen met onze eigen btw-regels en veelal de regels in het exportland. Gaat u goederen exporteren naar landen buiten de EU, dan brengt u de buitenlandse afnemer 0% aan btw in rekening. U moet aan de hand van uw administratie wel kunnen aantonen dat de goederen de EU verlaten hebben. Levert u geen goederen maar wel diensten aan afnemers buiten de EU, dan is het relevant te weten of de prestatie voor de btw in Nederland belast is of in het niet-EU-land.

Levering van goederen

Levert u binnen de EU goederen aan een buitenlandse ondernemer die in zijn eigen land btw-aangifte doet en daarmee beschikt over een btw-identificatienummer, dan verricht u een intracommunautaire levering en is het 0% btw-tarief van toepassing. Op de factuur vermeldt u het tarief van 0% btw, het btw-identificatienummer van uw klant en een aanduiding waaruit blijkt dat het een intracommunautaire levering betreft.

Let op:Alleen met het btw-identificatienummer heeft u de zekerheid dat uw klant ook daadwerkelijk ondernemer is. Anders mag u het 0%-tarief niet toepassen. Controleer dan ook het door uw klant opgegeven btw-nummer.

Heeft de klant geen btw-identificatienummer, terwijl de goederen aldaar wel worden afgeleverd, dan gelden voor u de btw-regels voor afstandsverkopen. U moet als leverancier in beginsel buitenlandse btw berekenen en afdragen. Onder voorwaarden is er de keuze om in plaats van buitenlandse btw, toch Nederlandse btw in rekening te brengen.

Levering van diensten

Bij grensoverschrijdende diensten is de hoofdregel dat de dienst belast is in het EU-land waar de afnemer is gevestigd. Kan de buitenlandse afnemer van de dienst zijn btw-identificatienummer aan u overhandigen en is dit nummer ook daadwerkelijk van hem, dan kunt u er in principe van uitgaan dat de btw verlegd kan worden en dat uw klant de btw in zijn land verschuldigd is. In dat geval is er sprake van een intracommunautaire dienst. U noteert op de factuur ‘btw verlegd’ of ‘VAT reverse charge’ en u vermeldt het btw-identificatienummer van de afnemer. Er gelden uitzonderingen, waarbij u dan soms toch Nederlandse btw of buitenlandse btw in rekening brengt/moet brengen.

Let op:Voor bepaalde goederen en diensten en in bijzondere situaties gelden specifieke btw-regels. Per 1 januari 2015 zijn de btw-regels voor telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten verricht aan niet-belastingplichtige afnemers gewijzigd. Doe tijdig een beroep op onze deskundigheid.

Tot slot

Met deze advieswijzer willen wij u als internationaal ondernemer in spe voorbereid op weg helpen. Vergroot uw kans op succes bij de entree op de buitenlandse markt.

Advieswijzer Vermogens- en inkomensplanning

Financiële planning

Als ondernemer in de inkomstenbelasting of als directeur-grootaandeelhouder (dga) weet u waarschijnlijk precies waar u naar toe wilt met uw bedrijf. U bent bezig met groei, u ziet kansen en u schat de risico’s in. Voor uw bedrijf heeft u misschien allang een financiële planning gemaakt. Omdat u duidelijkheid wilt of omdat u bijvoorbeeld een lening heeft aangevraagd bij de bank. Maar hoe zit het met uw persoonlijke financiële planning?

Tip:Met een persoonlijk financieel plan krijgt u niet alleen inzicht in uw huidige inkomens- en vermogenssituatie, maar u ziet ook welke risico’s uw inkomen en vermogen kunnen aantasten, welke maatregelen u hiertegen kunt nemen en hoe u uw doelen kunt bereiken.

Een financiële planning bestaat uit drie soorten planningen:

  • een inkomensplanning
  • een vermogensplanning
  • een estate planning

Hierna gaan we dieper in op de vermogens- en inkomensplanning.

Plan uw inkomen

Iedereen heeft dromen, ieder van ons denkt weleens na over de toekomst en ligt weleens wakker van mogelijke risico’s. Want wat gebeurt er als u ziek of arbeidsongeschikt wordt, als u komt te overlijden of als u met pensioen gaat? Is uw (gezins)inkomen dan nog toereikend? Met een inkomensplanning brengt u dit inkomen, de gevolgen van onverwachte situaties en uw wensen in kaart.

Uitgangspunt is uw huidige situatie en het consumptief besteedbaar inkomen: de totale inkomsten van u en uw partner (inclusief rente-inkomsten e.d.), verminderd met de vaste uitgaven en verrekend met alle fiscale aspecten. Denk aan de belasting in box 3, hypotheekrenteaftrek en de bijtelling van de auto van de zaak. Wat onderaan de streep overblijft, kunt u reserveren voor later of gebruiken voor variabele lasten.

Uit het inkomensoverzicht blijkt wat uw netto-inkomen verminderd met de vaste lasten in de nabije toekomst is. Maar een inkomensoverzicht doet meer. Als het goed is, kunt u hieruit ook afleiden hoe het (gezins)inkomen eruitziet bij pensionering, bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden. Is dit niet toereikend dan kunt u hier nu al op anticiperen door het inkomen op tijd bij te sturen.

Pensioenopbouw

Door de toenemende vergrijzing staat de aow onder druk. De komende jaren gaat de aow-gerechtigde leeftijd stapsgewijs steeds verder omhoog, om zéér waarschijnlijk in 2021 uit te komen op 67 jaar. Bovendien voorziet de aow alleen in een minimale levensbehoefte. U zult er dus zelf voor moeten zorgen dat u in de toekomst zonder geldzorgen kunt genieten van uw oude dag. Er zijn diverse mogelijkheden om pensioen op te bouwen: via een verzekeraar, in uw eigen onderneming, met spaar- en beleggingstegoeden, via een lijfrenteverzekering of koopsompolis of door vermogen op te bouwen in bijvoorbeeld uw eigen woning en dat later te gebruiken voor uw pensioen.

Meerdere keuzes dga

U bouwt vanuit de bv pensioen in eigen beheer op bij de werk-bv, bij uw holding of in een aparte pensioen-bv, of u stort de premies af bij een verzekeraar. U bouwt privé lijfrente op bij een verzekeraar of bij een bank (banksparen). Als mkb-ondernemer in de inkomstenbelasting kunt u ook privé een lijfrente opbouwen bij een verzekeraar of via banksparen. Ook heeft u de mogelijkheid om jaarlijks een percentage van de ondernemingswinst aan de fiscale oudedagsreserve toe te voegen.

Tip:Aan alle hier genoemde mogelijkheden kleven voor- en nadelen. Heeft u eenmaal een keuze gemaakt over hoe u uw pensioen wilt opbouwen, dan is die keuze vaak niet zonder consequenties te wijzigen.

Arbeidsongeschiktheid

Voor u als zelfstandig ondernemer of dga is er vanuit de overheid niets geregeld in het geval u arbeidsongeschikt raakt. Om de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid te beperken, zult u dus zelf iets moeten regelen. Met de inkomensplanning kan uw adviseur uitrekenen hoeveel gezinsinkomen er overblijft bij arbeidsongeschiktheid en welke uitkering moet worden verzekerd om dit inkomen eventueel aan te vullen.

Overlijden

Komt u onverwachts vroeg te overlijden, dan heeft dit niet alleen financiële gevolgen voor uw gezin, maar mogelijk ook voor uw bedrijf. Er zijn echter zaken die u nu al kunt regelen om de gevolgen te beperken:

  • Sluit een overlijdensrisicoverzekering af om de hypotheek op uw privéwoning af te lossen.
  • Overweeg een compagnonsverzekering om uw zakelijke partners en uw erven te behouden voor problemen bij het overnemen van uw aandeel in het bedrijf.
  • Denk aan een partner- en wezenpensioen om uw nabestaanden te verzekeren van inkomen. Bouwt u pensioen in eigen beheer op, overweeg dan om het risico van overlijden te verzekeren, omdat de bv anders niet aan haar pensioenverplichtingen kan blijven voldoen.

Tip: iedere oplossing die u kiest om het risico van een eventueel vroegtijdig overlijden te beperken, is afhankelijk van onder meer uw vermogenspositie, uw gezinssamenstelling en de fase van uw ondernemerschap.

Plan uw vermogen

Bij vermogensplanning gaat het niet alleen om uw privévermogen, maar ook om alle juridische, fiscale en financiële aspecten van het vermogen dat u opbouwt in uw bedrijf. Beide vermogens, zakelijk en privé, horen tot uw totale vermogen, maar worden (fiscaal) anders behandeld.

Privévermogen

Uw privévermogen wordt belast volgens de belastingheffing in box 3. Uw vermogen wordt tot een jaarlijks vrijgesteld bedrag (heffingvrij vermogen) niet in de heffing betrokken en u betaalt hierover geen belasting. Het meerdere wordt wel belast. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat u een fictief rendement behaalt van 4%. Hierover bent u 30% belasting verschuldigd. Per saldo bent u 1,2% inkomstenbelasting verschuldigd over uw vermogen. Het werkelijke rendement evenals de kosten worden niet in aanmerking genomen.

Zakelijk vermogen

Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting dan wordt het vermogen binnen uw onderneming fiscaal als een apart vermogen behandeld. Bij een eenmanszaak bent u maximaal 52% inkomstenbelasting verschuldigd over het werkelijke rendement, inclusief waardeontwikkeling. Als liquiditeiten echter structureel overtollig zijn, worden zij belast als privévermogen in box 3.
Een bv is maximaal 25% vennootschapsbelasting verschuldigd over haar werkelijke rendement en de waardeontwikkeling. Daarnaast bent u als dga over de waardestijging van de aandelen in de bv bij realisatie daarvan 25% inkomstenbelasting verschuldigd in box 2. Hetzelfde geldt als u dividend ontvangt vanuit de bv. 

Ondernemingsstructuur

Privé beleggen of zakelijk, zakelijk vermogen overhevelen naar privé of andersom, geld lenen van of aan de bv, wel of geen dividend uitkeren? Het zijn vragen die allemaal gevolgen kunnen hebben voor het totale vermogen. Daarnaast speelt ook de ondernemingsstructuur een grote rol. De ondernemingsvorm van uw bedrijf bepaalt of er een scheiding is tussen privé en zakelijk. Bij een bv is het privévermogen niet verbonden met de zaak. Gaat de bv failliet dan heeft dit normaal gesproken geen (grote) financiële consequenties voor uw privévermogen. Als het misgaat, bieden de eenmanszaak en de vof in dat opzicht weinig bescherming. Dit kan een reden zijn om vermogen vanuit uw onderneming privé onder te brengen. Een andere mogelijkheid is het aangaan van een zogenaamde holdingstructuur om de overtollige zakelijke liquiditeiten (zonder belastingheffing) in de holding-bv onder te brengen en zo het risico te spreiden.

Tot slot

Met een goed financieel plan krijgt u inzicht in uw financiële situatie, kunt u plannen maken voor de toekomst en bent u zich bewust van de financiële risico’s en kansen. Uw financiële plan is echter nooit af en zal waarschijnlijk regelmatig moeten worden aangepast. Er kunnen zich altijd weer situaties voordoen waar u rekening mee moet houden. Wij kunnen u hiermee helpen.

Advieswijzer Ondernemen in een keten

Keten

Als u (een deel van) het door u aangenomen werk uitbesteedt aan een onderaannemer, is het mogelijk dat deze onderaannemer dit op zijn beurt weer (deels) uitbesteedt aan een andere onderaannemer. Ook deze onderaannemer kan het werk weer verder uitbesteden. Op deze manier ontstaat een keten van aannemers en onderaannemers.

Ketenaansprakelijkheid houdt in dat als één onderaannemer zijn loonheffingen over het aangenomen werk niet betaalt, alle aannemers in de keten vóór hem hoofdelijk aansprakelijk zijn voor deze loonheffingen. U kunt dus aansprakelijk worden gesteld voor de niet-betaalde loonheffingen van alle onderaannemers. De keten van aansprakelijkheid eindigt namelijk pas bij de hoofdaannemer.

Let op! Een opdrachtgever kan nooit aansprakelijk zijn. Dit kan anders zijn als de opdrachtgever wordt aangemerkt als eigenbouwer, als sprake is van een opdrachtgever in de confectiesector of een koper van nog te vervaardigen kleding.

Aannemer en ketenaansprakelijkheid

De ketenaansprakelijkheid is alleen van toepassing als u wordt aangemerkt als aannemer. Hiervan is sneller sprake dan u wellicht denkt. Een aannemer is namelijk iedere natuurlijke of rechtspersoon die anders dan in dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard uitvoert tegen een te betalen prijs. 

Werk van stoffelijke aard

Voorbeelden van een werk van stoffelijke aard zijn het tot stand brengen van bouwwerken, de aanleg van wegen, het onderhoud van gebouwen en herstelwerkzaamheden van allerlei aard. Maar ook het verrichten van typewerk, het verpakken van zaken, het bewerken van producten van de landbouw, het vervaardigen van kleding en schoonmaakwerkzaamheden worden aangemerkt als werk van stoffelijke aard. 

Tip:Werken of producten die met name door geestelijke of intellectuele arbeid ontstaan, worden niet aangemerkt als werk van stoffelijke aard. Denk daarbij aan werkzaamheden van architecten, musici, auteurs en adviseurs. Voor deze werken geldt de ketenaansprakelijkheid 

Werk buiten dienstbetrekking

Ook als de uitvoering van het werk plaatsvindt in een dienstverband met de opdrachtgever geldt de ketenaansprakelijkheid niet.

Werk tegen een te betalen prijs

De ketenaansprakelijkheid geldt daarnaast alleen als het werk wordt uitgevoerd tegen een te betalen prijs. Hiervan is al snel sprake. Werken tegen een te betalen prijs zijn namelijk niet alleen de aangenomen werken tegen een vooraf bepaalde prijs, maar ook de regieovereenkomsten waarbij achteraf de prijs wordt bepaald aan de hand van gebruikte materialen en gewerkte uren.

Let op!Koopt u een product dat nog door de verkoper moet worden gemaakt, dan kan de verkoper mogelijk worden beschouwd als uw onderaannemer in de zin van de ketenaansprakelijkheid.

Geen ketenaansprakelijkheid

In de volgende gevallen geldt de ketenaansprakelijkheid niet:

  • Als blijkt dat het niet betalen van de loonheffing zowel niet aan uw onderaannemer of diens onderaannemer(s) als aan u te wijten is. Denk hierbij aan niet betalen door plotseling verslechterde economische omstandigheden of uitzonderlijk slechte weersomstandigheden.
  • Als het werk geheel of voor meer dan 50% wordt verricht op de plaats waar de onderneming van uw onderaannemer gevestigd is. Deze uitzondering geldt niet als het gaat om werk in de confectiesector.
  • Als het uitgevoerde werk minder belangrijk is dan de daarbij gesloten koop-/verkoopovereenkomst van een bestaande zaak. Het minder belangrijk zijn, zal vaak blijken uit het geringe aandeel van het uitgevoerde werk in de koopprijs van de bestaande zaak. 

Hoogte aansprakelijkheid

De ketenaansprakelijkheid geldt voor de loonheffingen. Hieronder vallen de loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW. Daarnaast kunt u aansprakelijk gesteld worden voor de verschuldigde kosten en rente. De Belastingdienst moet dan wel aantonen dat deze kosten en rente mede aan u te wijten zijn. 

Let op! U kunt ook aansprakelijk gesteld worden voor het toegepaste anoniementarief.

U bent niet aansprakelijk voor de boete die in de naheffingsaanslag van uw onderaannemer is opgenomen.

Tip: In tegenstelling tot de inlenersaansprakelijkheid kent de ketenaansprakelijkheid geen aansprakelijkheid voor niet-betaalde omzetbelasting.

Beperk uw aansprakelijkheid

Als (onder)aannemer kunt u uw aansprakelijkheid beperken door een aantal maatregelen te treffen.

Aanvragen verklaring van betalingsgedrag

Uw onderaannemer kan de Belastingdienst vragen te verklaren dat hij alle loonheffingen heeft betaald. Deze verklaring geeft u als aannemer een beeld van de risico’s die u loopt, maar geeft u over het algemeen geen vrijwaring voor de ketenaansprakelijkheid.

Opnemen kettingbeding

Neem, waar mogelijk, altijd een kettingbeding op in uw contract met uw onderaannemer, zodat uw onderaannemer het werk niet verder kan uitbesteden zonder uw toestemming.

Let op! Een kettingbeding geeft u zicht op het aantal onderaannemers in de keten en de risico’s die u daarbij loopt, maar geeft u geen vrijwaring voor de ketenaansprakelijkheid.

Registratie van gegevens

Het komt zeer regelmatig voor dat de Belastingdienst de loonheffingen waarvoor u als aannemer aansprakelijk wordt gesteld, heeft vastgesteld met het anoniementarief. De aansprakelijkheid voor het anoniementarief wordt verminderd indien u de identiteit van de werknemer van uw onderaannemer en het loon per werknemer en per werk kunt aantonen en u kunt aantonen dat de werknemers over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikken. U voldoet aan deze voorwaarden als u de volgende gegevens van elk ingeleend personeelslid registreert: 

  • NAW-gegevens, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN);
  • nationaliteit;
  • soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur;
  • aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning, notificatie of VAR-verklaring inclusief nummer en geldigheidsduur;
  • NAW-gegevens onderaannemer;
  • een overzicht van de gewerkte uren.

Rechtstreeks storten bij de Belastingdienst

U kunt uw aansprakelijkheid ook beperken door het deel van de factuur van uw onderaannemer dat bestemd is voor loonheffingen, rechtstreeks te storten naar de Belastingdienst. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u de NAW-gegevens en het loonheffingennummer van de onderaannemer en een omschrijving van het werk en de periode waarvoor u de storting doet.

Let op!Als u aan de voorwaarden voldoet, wordt u als aannemer voor het gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen hoger zijn dan uw storting.

Storten op G-rekening

Een G-rekening is een geblokkeerde rekening van de onderaannemer. U kunt uw aansprakelijkheid beperken door het deel van de factuur van uw onderaannemer dat bestemd is voor loonheffingen, te storten op de G-rekening. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur. Deze factuur moet aan de wettelijke eisen voldoen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk bevatten. Daarnaast moeten uit uw administratie direct de gegevens van de factuur, de onderaanneming en een manurenadministratie blijken. 
Als u aan de voorwaarden voldoet, wordt u als aannemer voor het gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen hoger zijn dan uw storting. 

Let op!Het G-rekeningenstelsel zou vervangen worden door een depotstelsel. De invoering van het depotstelsel is echter keer op keer uitgesteld. In maart 2015 is bekend gemaakt dat het depotstelsel definitief niet wordt ingevoerd. In plaats daarvan blijft het G-rekeningenstelsel bestaan en wordt dit toekomstbestendig gemaakt. 

Wet aanpak schijnconstructies

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet aanpak schijnconstructies (WAS). Deze wet gaat uitbuiting en onderbetaling van werknemers en oneerlijke concurrentie tegen. Er komt een ketenaansprakelijkheid voor betaling van het aan werknemers verschuldigde minimum- of cao-loon. Alle opdrachtgevers in de keten worden hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon aan werknemers die in dienst van hun werkgever arbeid verrichten voor deze opdrachtgever in het kader van een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk. De ketenaansprakelijkheid geldt ook voor loon dat door de uitlener verschuldigd is over door de werknemer bij de inlener verrichte arbeid. 

Let op! De ketenaansprakelijkheid geldt alleen voor opdrachtgevers die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Een particulier kan dus niet met ketenaansprakelijkheid te maken krijgen. 

Tip: De opdrachtgever is niet aansprakelijk als hem niet kan worden verweten dat het loon niet is betaald aan de werknemer. De bewijslast hiervan ligt bij de opdrachtgever

Naast de ketenaansprakelijkheid gaan onder meer nog de volgende maatregelen gelden:

  • Werknemers hebben recht op het volledige minimumloon en krijgen dit ook uitbetaald. Het is niet meer toegestaan om:
    o een deel van het loon als onkostenvergoeding uit te betalen of bedragen in te houden op het loon als daarmee het loon daalt onder het minimumloon,
    o het gedeelte van het loon dat gelijk is aan het minimumloon contant te betalen. 
  • Loonstroken worden transparanter.
  • De inspectie SZW gaat van gecontroleerde ondernemingen bekend maken of er een overtreding van de WAS is geconstateerd of niet. Zo wordt openbaar welke ondernemingen zich aan de regels houden en welke ondernemingen bijvoorbeeld hun werknemers onderbetalen. 

Let op! Op het moment van verschijnen van deze advieswijzer moet de Eerste Kamer nog instemmen met de maatregelen. De beoogde ingangsdatum van de maatregelen is 1 juli 2015.

Tot slot

De ketenaansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen voor uw onderneming hebben. In deze advieswijzer zijn we nader ingegaan op de mogelijkheden om uw aansprakelijkheid zo veel mogelijk te beperken. Neem voor meer informatie contact met ons op. 

Sneller beloond voor in dienst nemen jongere

Er zitten nog steeds te veel jongeren thuis zonder baan. Het kabinet legt zich daar niet bij neer. Om meer jongeren aan de slag te krijgen wordt de premiekorting voor het in dienst nemen van een uitkeringsgerechtigde jongere verruimd met ingang van 1 juli 2015. Helpt u een jongere aan een baan dan wordt u daar dus extra voor beloond.

Regeling in een notendop

Als u een uitkeringsgerechtigde jongere in dienst neemt in de leeftijd tussen 18 en 27 jaar, dan komt u onder voorwaarden in aanmerking voor de premiekorting jongere werknemers. De korting geldt tijdelijk tot 1 januari 2018 en bedraagt per aangenomen jonge werknemer € 3.500 per jaar voor de duur van de dienstbetrekking en voor maximaal twee jaar. Vooralsnog kunt u de premiekorting alleen toepassen voor uitkeringsgerechtigde jongeren die u vóór 1 januari 2016 in dienst neemt.

Een van de voorwaarden voor toepassing van de premiekorting jongere werknemers is dat het moet gaan om een dienstbetrekking van ten minste 32 uur per week op basis van minimaal een halfjaarcontract. 

Verruiming op komst

Die voorwaarde wordt versoepeld. Met ingang van 1 juli 2015 gaat de eis van ten minste 32 uur per week omlaag naar ten minste 24 uur per week. Neemt u dus op of na 1 juli 2015 een uitkeringsgerechtigde jongere in dienst dan komt u sneller in aanmerking voor de premiekorting. De eis van minimaal een halfjaarcontract blijft ongewijzigd.

Advieswijzer: Personeel inlenen

Van inlenen is sprake als personeel dat in dienst is bij een andere ondernemer in uw onderneming onder uw leiding of toezicht werkzaamheden verricht. De andere ondernemer kan een uitzendbureau zijn, maar bijvoorbeeld ook een collega-ondernemer die zijn personeel (tijdelijk) aan u uitleent.

Let op! De aansprakelijkheid geldt voor loonheffingen en btw. Indien de verleggingsregeling van toepassing is, geldt de aansprakelijkheid niet voor de btw.

Blijft het personeel onder leiding en toezicht van de andere ondernemer dan is er geen sprake van inlenen maar van aannemen van werk. U kunt dan niet als inlener aansprakelijk gesteld worden, maar mogelijk krijgt u wel te maken met de ketenaansprakelijkheid.

Doe de Waadi-check

Elke ondernemer die personeel uitleent, is verplicht dit te registreren bij de Kamer van Koophandel (KvK). Ondernemingen die bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld uitzendbureaus) moeten in hun bedrijfsactiviteiten ‘ter beschikking stellen van arbeidskrachten’ aangeven. Ondernemers die niet-bedrijfsmatig personeel uitlenen (bijvoorbeeld een aannemer die tijdelijk personeel uitleent aan een collega-aannemer) hebben alleen een meldingsplicht bij de KvK.

Let op! Een zzp’er hoeft zich niet als uitzendonderneming te registreren bij de KvK.

Leent u personeel in van een ondernemer die dit niet heeft geregistreerd bij de KvK, dan riskeert u een hoge boete die kan oplopen van € 12.000 (bij minder dan 10 ingeleende werknemers) tot € 48.000 (bij 30 of meer ingeleende werknemers). Eenzelfde boete kan worden opgelegd aan de uitlener. Leent u een dga in (die tezamen met zijn echtgenoot ten minste 90% van de aandelen in zijn bv bezit) dan bedraagt de boete voor zowel de bv als de inlener nihil.

Controleer altijd voordat u zaken gaat doen met een uitlener of deze juist bij de KvK geregistreerd is. U doet dit eenvoudig met de gratis Waadi-check op de website van de KvK.

Inlenersaansprakelijkheid

Als inlener kunt u door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld worden als de uitlener of doorlener de volgende belastingen en premies niet betaalt:

  • loonheffingen (dit omvat loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet), en 
  • btw.

Let op! Als uw uitlener juist is geregistreerd bij de KvK levert dat nog geen vrijwaring voor de inlenersaansprakelijkheid op.

Als inlener of doorlener kunt u uw aansprakelijkheid beperken door een aantal maatregelen te treffen.

Verklaring van betalingsgedrag

Een uitlener kan de Belastingdienst vragen te verklaren dat hij alle loonheffingen en btw heeft betaald. Deze verklaring geeft u als inlener een beeld van de risico’s die u loopt, maar geeft u geen vrijwaring.

Registratie van gegevens

Het komt zeer regelmatig voor dat de Belastingdienst de loonheffingen waarvoor u als inlener aansprakelijk wordt gesteld, heeft vastgesteld met het anoniementarief. De aansprakelijkheid voor het anoniementarief wordt verminderd indien u de identiteit van het ingeleende personeel en het loon per ingeleend personeelslid en per werk kunt aantonen. Ook moet u kunnen aantonen dat het ingeleende personeel over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt. U voldoet aan deze voorwaarden als u de volgende gegevens van elk ingeleend personeelslid registreert:

  • NAW-gegevens, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN),
  • nationaliteit,
  • soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur,
  • aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning, notificatie of VAR-verklaring inclusief nummer en geldigheidsduur,
  • NAW-gegevens uitlener,
  • een overzicht van de gewerkte uren.

Rechtstreeks storten

U kunt uw aansprakelijkheid beperken door het deel van de factuur van uw uitlener dat bestemd is voor loonheffingen en btw rechtstreeks te storten naar de Belastingdienst. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u de NAW-gegevens en het loonheffingsnummer van de uitlener en een omschrijving van het werk en de periode waarvoor u de storting doet. Als u aan de voorwaarden voldoet, wordt u als inlener voor het gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen of btw hoger zijn dan uw storting.

Storten op G-rekening

Een G-rekening is een geblokkeerde rekening van de uitlener of doorlener. U kunt uw aansprakelijkheid beperken door het deel van de factuur van uw uitlener dat bestemd is voor loonheffingen en btw te storten op de G-rekening. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur. Deze factuur moet aan de wettelijke eisen voldoen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk bevatten.

Daarnaast moeten uit uw administratie direct de gegevens van de inlening, de manurenadministratie, de betalingen en de BSN’s van het ingeleende personeel blijken. Als u aan de voorwaarden voldoet, wordt u als inlener voor het gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen of btw hoger zijn dan uw storting.

Tip: Het G-rekeningenstelsel zou vervangen worden door een depotstelsel. De invoering van het depotstelsel  is echter keer op keer uitgesteld. In maart 2015 is bekend gemaakt dat het depotstelsel definitief niet wordt ingevoerd. In plaats daarvan blijft het G-rekeningenstelsel bestaan en wordt dit toekomstbestendig gemaakt.

Gecertificeerde uitlener

U kunt als inlener een beroep doen op de disculpatieregeling. Dit betekent dat u niet aansprakelijk gesteld wordt, ook niet als achteraf blijkt dat de uitlener te weinig loonheffingen of btw heeft afgedragen. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De uitlener voldoet aan de NEN 4400-1 of de NEN 4400-2 norm en is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA). Op de website van SNA (www.normeringarbeid.nl) kunt u controleren welke ondernemingen aan deze eisen voldoen. 
  • U stort 25% van het factuurbedrag (inclusief btw) op de G-rekening van de uitlener. Indien voor de btw de verleggingsregeling van toepassing is, stort u 20%.
  • De factuur voldoet aan de wettelijke eisen, en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk staan op de factuur vermeld.
  • Bij betaling vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur.
  • Uit uw administratie blijken direct de gegevens van de inlening, de manurenadministratie en de betalingen.
  • U moet de identiteit van het ingeleende personeel kunnen aantonen en het BSN moet bekend zijn en u moet kunnen aantonen dat het personeel over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikt.

Een aantal grote beursgenoteerde uitzendondernemingen heeft zekerheid gesteld voor de betaling van hun loonheffingen en btw. Als u personeel inleent van een dergelijke uitzendonderneming geldt de voorwaarde dat u 25% van het factuurbedrag op de G-rekening moet storten, niet. De Belastingdienst geeft aan dergelijke uitzendondernemingen jaarlijks een verklaring af. Beschikt uw uitlener over een dergelijke (geldige) verklaring en voldoet u aan de overige voorwaarden, dan kunt u het gehele factuurbedrag overmaken naar de uitzendonderneming en u toch nog beroepen op de disculpatieregeling.

Let op! Voldoet u niet aan de voorwaarden van de disculpatieregeling, dan is er nog een andere disculpatiemogelijkheid. Als het niet betalen van de loonheffingen en btw niet aan u en de uitlener te wijten is, zult u niet aansprakelijk gesteld worden. Een voorbeeld is een faillissement door plotseling verslechterde economische omstandigheden of uitzonderlijk slechte weersomstandigheden.

Wees alert op overige verplichtingen

Naast de verplichtingen uit de Waadi en de inlenersaansprakelijkheid dient u als inlener ook nog rekening te houden met de volgende verplichtingen:

  • U bent aansprakelijk voor betaling van het minimumloon en de vakantietoeslag door de uitlener. De boete hiervoor kan per werknemer oplopen tot € 10.000 voor betaling onder het minimumloon en € 2.000 voor betaling onder de minimumvakantietoeslag. 
  • U bent verplicht om de identiteit van een vreemdeling te controleren aan de hand van zijn originele identiteitsbewijs. Een kopie van dit identiteitsbewijs dient u bovendien tot vijf jaar na beëindiging van het werk te bewaren. Doet u dit niet, dan riskeert u een boete van € 2.250 per vreemdeling.
  • Laat u een vreemdeling zonder vereiste tewerkstellingsvergunning werken, dan riskeert u een boete van € 12.000 per vreemdeling.

Wet aanpak schijnconstructies

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet aanpak schijnconstructies (WAS). Deze wet gaat uitbuiting en onderbetaling van werknemers en oneerlijke concurrentie tegen. Er komt een ketenaansprakelijkheid voor betaling van het aan werknemers verschuldigde minimum- of cao-loon. Inleners worden hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon aan werknemers die in dienst van hun werkgever arbeid verrichten voor de inlener. De ketenaansprakelijkheid geldt ook voor opdrachtgevers in de keten voor de betaling van het loon aan werknemers die in dienst van hun werkgever arbeid verricht voor deze opdrachtgever in het kader van een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk. 

Let op! De ketenaansprakelijkheid geldt alleen voor opdrachtgevers die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Een particulier kan dus niet met de ketenaansprakelijkheid te maken krijgen. 

Tip! De opdrachtgever is niet aansprakelijk als hem niet kan worden verweten dat het loon niet is betaald aan de werknemer. De bewijslast hiervan ligt bij de opdrachtgever

Naast de ketenaansprakelijkheid gaan onder meer nog de volgende maatregelen gelden:

  • Werknemers hebben recht op het volledige minimumloon en krijgen dit ook uitbetaald. Het is niet meer toegestaan om
    • een deel van het loon als onkostenvergoeding uit te betalen of bedragen in te houden op het loon als daarmee het loon daalt onder het minimumloon,
    • het gedeelte van het loon dat gelijk is aan het minimumloon contant te betalen. 
  • Loonstroken worden transparanter.
  • De inspectie SZW gaat van gecontroleerde ondernemingen bekend maken of er een overtreding van de WAS is geconstateerd of niet. Zo wordt openbaar welke ondernemingen zich aan de regels houden en welke ondernemingen bijvoorbeeld hun werknemers onderbetalen. 

Let op! Op het moment van verschijnen van deze advieswijzer moet de Eerste Kamer nog instemmen met de maatregelen. De beoogde ingangsdatum van de maatregelen is 1 juli 2015.

Tot slot

De inlenersaansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen hebben voor uw onderneming. In deze advieswijzer zijn we nader ingegaan op de mogelijkheden om uw aansprakelijkheid zo veel mogelijk te beperken. Neem voor meer informatie contact met ons op.

Advieswijzer Wijziging verlofregelingen 2015

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Zwangerschapsverlof gaat 6 tot 4 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum in. De werknemer moet dit verlof aanvragen bij de werkgever met een verklaring van een arts waarin de vermoedelijke bevallingsdatum staat.

Het bevallingsverlof loopt vanaf de dag na de bevalling ten minste 10 weken, te vermeerderen met het aantal dagen dat de baby te vroeg is geboren. 

De partner van een werknemer heeft recht op 2 dagen betaald kraamverlof. De partner moet het kraamverlof bij een thuisbevalling binnen 4 weken na de geboorte opnemen. Bij een bevalling in het ziekenhuis moet de partner het verlof binnen 4 weken na thuiskomst van de baby uit het ziekenhuis opnemen.

Nieuw vanaf 1 januari 2015

  • De ‘couveuseregeling’: het bevallingsverlof wordt verlengd met maximaal 10 weken bij langdurige opname van de baby in het ziekenhuis. De eerste 7 opnamedagen tellen niet mee voor de verlenging van het bevallingsverlof.
  • Deeltijd bevallingsverlof: de periode van het bevallingsverlof vanaf 6 weken na de bevallingsdatum kan in overleg met de werkgever gespreid worden opgenomen over een periode van maximaal 30 weken. Dit maakt deeltijdopname van het bevallingsverlof mogelijk. De werknemer moet de werkgever hierom uiterlijk 3 weken na de bevallingsdatum verzoeken.
  • Overname overblijvend bevallingsverlof bij overlijden moeder. De partner van een moeder die na de geboorte tijdens het bevallingsverlof overlijdt, heeft recht op het resterende bevallingsverlof met behoud van loon. Het pasgeboren kind is op die manier verzekerd van zorg door een ouder. De werkgever van de partner kan de loondoorbetaling weer bij het UWV claimen.
  • Aangekondigd: 4 weken extra bevallingsverlof bij meerling. Bij zwangerschap van een meerling het zwangerschaps- en bevallingsverlof met 4 weken worden uitgebreid. Wanneer de wet op dit punt wordt aangepast is nog niet bekend. Dit is afhankelijk van het moment dat het UWV dit kan uitvoeren.

Pleegzorg- en adoptieverlof

Adopteert een werknemer een kind of neemt een werknemer een pleegkind op in zijn gezin? Dan heeft de werknemer recht op adoptieverlof of pleegzorgverlof. Het verlof geldt voor beide adoptieouders. Het adoptie- of pleegzorgverlof duurt maximaal 4 weken. Tijdens het verlof heeft de werknemer geen recht op loon, wel op een adoptie- of pleegzorguitkering. Het UWV keert die uitkering uit. Vaak loopt dat via de werkgever.  Tijdens het verlof bouwt de werknemer vakantiedagen op. Bij ziekte tijdens verlof loopt het verlof door.

Nieuw vanaf 1 januari 2015

  • De opnametermijn is verruimd van 18 naar 26 weken.
  • Werknemers kunnen het verlof gespreid opnemen en hoeven het niet meer in 4 aaneengesloten weken op te nemen. 

Kort- en langdurend zorgverlof

Kortdurend zorgverlof is er om enkele dagen noodzakelijke zorg te geven aan inwonende (pleeg- of adoptie)kinderen, de partner of ouders. De werkgever betaalt minstens 70% van het salaris door, maar niet minder dan het minimumloon. Tijdens het zorgverlof bouwt de werknemer vakantiedagen op. De werknemer kan maximaal 2 keer het aantal uren dat hij per week werkt als kortdurend zorgverlof opnemen in een periode van 12 maanden. 

Langdurend zorgverlof is er om voor langere tijd voor een ernstig zieke partner, kind of ouder te zorgen. De werkgever hoeft het salaris tijdens het verlof niet door te betalen, maar de werknemer bouwt tijdens het verlof wel vakantiedagen op. De werknemer kan per 12 maanden maximaal 6 keer het aantal uren dat hij per week werkt opnemen. Werkgever en werknemer kunnen afspreken dat het verlof over maximaal 18 weken wordt verdeeld. In overleg zijn ook andere afspraken mogelijk.

Nieuw vanaf 1 juli 2015

De opnamemogelijkheden voor zorgverlof worden verruimd. Vanaf 1 juli 2015 kunnen werknemers ook kort- en langdurend zorgverlof opnemen voor de noodzakelijke zorg aan:

  • grootouders, kleinkinderen, broers en zussen (tweedegraads bloedverwanten), 
  • andere huisgenoten dan de kinderen of partner (bijvoorbeeld een inwonende tante),mensen met wie uw werknemer een sociale relatie heeft (bijvoorbeeld een buurvrouw of vriend) en die van de hulp van uw werknemer afhankelijk zijn.

Vanaf 1 juli 2015 geldt niet langer als eis voor opname van het langdurend zorgverlof dat er sprake moet zijn van een levensbedreigende ziekte. Voortaan kan ook verlof opgenomen worden voor de noodzakelijke verzorging bij ziekte of hulpbehoevendheid.

Calamiteiten- en kortverzuimverlof 

Calamiteitenverlof is er voor problemen in het privéleven die de werknemer onmiddellijk moet oplossen, voor dokters- en ziekenhuisbezoek die niet buiten werktijd is te plannen en voor andere situaties waarin de werknemer korte tijd niet kan werken. De werkgever betaalt het salaris in dit soort gevallen door. Het calamiteitenverlof duurt een paar uur tot een paar dagen, zo lang als nodig is om de eerste problemen op te lossen. Duurt het langer, dan kan de werknemer verzoeken om opname van kortdurend zorgverlof.

Voorbeelden van situaties waarin de werknemer calamiteiten- of kortverzuimverlof kan opnemen: 

  • een direct familielid overlijdt,
  • de partner van de werknemer bevalt.

Nieuw vanaf 1 januari 2015

De wet beschrijft duidelijker wat onvoorziene omstandigheden zijn waarvoor calamiteiten- of kortdurend verzuimverlof mogelijk is. In de wet worden de volgende situaties benoemd, maar er zijn meer situaties denkbaar:

  • spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijze niet buiten werktijd om te plannen arts- of ziekenhuisbezoek:
  1. door de werknemer
  2. door iemand die valt binnen de categorie personen waarvoor ook kort- en langdurend zorgverlof mogelijk is (o.a. grootouders, ouders, kinderen,kleinkinderen) en die de werknemer daarbij begeleidt,
  • noodzakelijke verzorging op de eerste ziektedag van iemand die valt binnen de categorie personen waarvoor ook kort- en langdurend zorgverlof mogelijk is,
  • bij onvoorziene omstandigheden waarvoor de werknemer onmiddellijk vrij moet nemen. 

Aanpassing arbeidsduur

Werknemers die bij een werkgever werken met minstens 10 werknemers, kunnen hun contractuele arbeidsduur aanpassen als ze minimaal 1 jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn.

Nieuw vanaf 1 januari 2015

  • De werknemer mag 1 keer per jaar een nieuwe aanvraag doen tot aanpassing van de contractuele arbeidsduur. Dat was 1 keer per 2 jaar. Bij onvoorziene omstandigheden mag de arbeidsduur ook tussendoor worden aangepast
  • Ook is het mogelijk geworden de werktijd voor korte duur aan te passen, bijvoorbeeld om mantelzorg te geven en dat later te compenseren door meer te werken.

Plaats- en tijdonafhankelijk werken

De Eerste Kamer heeft het Wetsvoorstel flexibel werken als opvolger van de Wet aanpassing arbeidsduur aanvaard. Een werknemer die minstens 26 weken in dienst is mag niet alleen verzoeken om aanpassing van zijn arbeidsduur, maar ook om aanpassing van zijn werktijden en van zijn arbeidsplaats. Onduidelijk is nog wanneer het wetsvoorstel in werking treedt. 

Modelovereenkomsten gaan VAR vervangen

De Beschikking geen loonheffingen (BGL) als beoogde opvolger van de VAR-verklaring is van de baan. Er is een nieuw alternatief gevonden. De Belastingdienst gaat naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2016 werken met voorbeeldovereenkomsten. Bedrijven en zzp’ers kunnen die gebruiken en invullen. Mits in de praktijk volgens de overeenkomst wordt gewerkt, heeft een bedrijf zekerheid vooraf dat er geen loonheffingen hoeven te worden afgedragen.

Modelovereenkomsten

Opdrachtgevers (bedrijven) en opdrachtnemers (zzp’ers) kunnen zelf kiezen of zij een voorbeeldovereenkomst gebruiken of dat ze zelf een overeenkomst opstellen en voorleggen aan de Belastingdienst. Het is de bedoeling dat de Belastingdienst in oktober 2015 zo’n 40 verschillende (sectorspecifieke en algemene) beoordeelde voorbeeldovereenkomsten publiceert. Er is dan een ruime keuze aan voorbeeldovereenkomsten waarmee vrijwel alle opdrachtgevers en opdrachtnemers uit de voeten kunnen.

Let op! U kunt straks dus een keuze maken tussen een aantal overeenkomsten die door de Belastingdienst zijn beoordeeld en die dus zekerheid vooraf bieden over de loonheffingen. U mag ook zelf een overeenkomst tot opdracht opstellen. U moet deze dan wel voorleggen aan de Belastingdienst anders heeft u geen zekerheid vooraf.

Verantwoordelijkheid

Uiteraard moet er in de praktijk wel volgens de overeenkomst worden gewerkt, anders is er geen vrijwaring voor de loonheffingen. Blijkt bij een controle dat alsnog sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking dan volgt een correctieverplichting of een naheffingsaanslag loonheffingen, eventueel met boete. Voor de opdrachtnemer (zzp’er) betekent dit dat de Belastingdienst zijn inkomen in de aanslag inkomstenbelasting kwalificeert als loon en niet als winst uit onderneming.

Let op! Aan de overeenkomst is niet af te lezen of de opdrachtnemer (zzp’er) ook daadwerkelijk ondernemer is voor de inkomstenbelasting. Er wordt dus geen uitsluitsel gegeven over de fiscale status van de opdrachtnemer en of deze gebruik kan maken van de ondernemersfaciliteiten.

De komende tijd volgt meer duidelijkheid over de beoogde nieuwe werkwijze met (voorbeeld)overeenkomsten die de Belastingdienst per 1 januari 2016 zal gaan hanteren. De Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog mee instemmen. De Belastingdienst start in ieder geval nu met het benaderen van organisaties en grote ondernemingen om overeenkomsten voor te leggen. Totdat de nieuwe werkwijze wordt ingevoerd blijft de huidige VAR-systematiek bestaan.

Zzp-pensioen beter beschermd

Moet u als zzp’er een beroep doen op de bijstand dan hoeft u uw opgebouwde pensioen niet ‘op te eten’. Dit wordt geregeld in een wetsvoorstel dat binnenkort wordt ingediend. Het kabinet wil zo de pensioenopbouw voor zzp’ers verbeteren. Net zoals voor werknemers wordt uw opgebouwde pensioen beschermd voor de vermogenstoets.

Bij een beroep op de bijstand kijkt de gemeente of u niet te veel vermogen bezit (de vermogenstoets). Per 1 januari 2016 wordt wettelijk geregeld dat uw pensioenvermogen tot € 250.000 buiten de vermogenstoets blijft. Eind vorig jaar heeft het kabinet gemeenten verzocht om hier al in 2015 rekening mee te houden.

Let op! Deze nieuwe regeling geldt ook voor mensen die niet kunnen deelnemen aan een pensioenfonds en zelf hun pensioen hebben geregeld. 

Verder krijgt u meer tijd om te beslissen of u wilt blijven deelnemen aan het pensioenfonds van uw voormalig werkgever, wanneer u als werknemer zzp’er wordt. Nu moet u hierover bij sommige pensioenuitvoerders binnen drie maanden een besluit nemen. Dat gaat veranderen. Er komt namelijk een vaste beslissingstermijn van negen maanden. Ook dit is een maatregel uit het wetsvoorstel.