Belangrijke veranderingen per 1 juli 2015

Bij een verbouwing van een bestaand huis wordt het btw-tarief op arbeidsloon weer 21%, maar het lage tarief van 6% geldt na 1 juli 2015 wel nog voor het schilderen, stukadoren of isoleren van woningen van twee jaar of ouder. Verder moeten mensen met een WW-uitkering na een half jaar verplicht elke baan aannemen. En wie minstens twee jaar via tijdelijke contracten voor dezelfde werkgever werkt, kan vanaf 1 juli 2015 een vaste baan krijgen. De Rijksoverheid heeft handige vragen en antwoorden gepubliceerd over de veranderingen per 1 juli 2015, over deze vijf thema’s:

  1. Rechtspraak 
  2. Onderwijs en het onderzoek 
  3. Bouwen en wonen 
  4. Consumenten en ondernemers
  5. Werk en inkomen

Voor meer informatie, ga naar Rijksoverheid

Minder lang loon doorbetalen bij ziekte

De verplichte loondoorbetalingsperiode van twee jaar bij ziekte levert met name voor de kleine werkgever de nodige stress op. Bedrijven zijn hierdoor soms huiverig om mensen aan te nemen. Dat past niet in het beleid van het kabinet om meer mensen aan het werk te krijgen. Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zoekt daarom naar een oplossing.

Diverse media meldden afgelopen weekend dat de minister de verplichte loondoorbetalingsperiode bij ziekte wil verkorten van twee naar één jaar. Die verkorting zou dan alleen gelden voor de kleine werkgever. Wat daar precies onder wordt verstaan, is niet duidelijk. Concrete plannen zijn er ook nog niet. De minister moet eerst verder in overleg met de coalitie. 

Beperkt afschrijven op (agrarische) bedrijfsgebouwen

Sinds 1 januari 2007 is de afschrijving op bedrijfsgebouwen beperkt. Die afschrijvingsbeperking geldt ook voor agrarische bedrijfsgebouwen. Nu is het met name in de agrarische sector soms lastig te bepalen wat nu precies tot een bedrijfsgebouw hoort. Inmiddels is meer duidelijkheid gekomen. Daarom heeft de Belastingdienst een brochure uitgebracht, speciaal voor de agrarische sector.

Afschrijving op gebouwen

De jaarlijkse afschrijving op (agrarische) bedrijfsgebouwen is alleen mogelijk als:

  • de boekwaarde hoger is dan 50% van de WOZ-waarde (= bodemwaarde),
  • de jaarlijkse afschrijving niet groter is dan het verschil tussen de boekwaarde van het bedrijfsgebouw en de bodemwaarde.

Afschrijving is niet meer mogelijk wanneer de bodemwaarde is bereikt.

Let op! Verhuurt u het bedrijfsgebouw dan is sprake van een gebouw ter belegging en dan is de volledige WOZ-waarde de bodemwaarde.

Bedrijfsgebouw

Voor de beperkte afschrijving op gebouwen worden onderdelen van een gebouw, de daarbij behorende ondergrond en de aanhorigheden gezien als één geheel. Werktuigen die van een gebouw kunnen worden afgescheiden zonder dat ze daarbij noemenswaardig beschadigen en die geen gebouwd eigendom zijn, worden beschouwd als een afzonderlijk bedrijfsmiddel.

Brochure

In de onlangs uitgebrachte brochure van de Belastingdienst kunt u – aan de hand van tabellen per agrarische bedrijfstak – opzoeken welke zaken er nu precies tot het agrarisch bedrijfsgebouw worden gerekend en waarvoor dus een afschrijvingsbeperking geldt. Zo is bijvoorbeeld de afschrijving van een stal in de veehouderij beperkt, maar is die beperking er niet voor een kunstmestsilo.

Terugwerkende kracht crisisheffing mogelijk niet toegestaan

De crisisheffing is een heffing die in 2013 en 2014 geheven werd van de werkgever die werknemers in dienst had die in het voorafgaande jaar een loon genoten hoger dan € 150.000 per jaar. De heffing bedroeg 16% van het deel van het loon boven € 150.000. Werkgevers hebben massaal bezwaar gemaakt tegen de crisisheffing. Onlangs heeft een advocaat-generaal een nog niet gepubliceerd advies aan de Hoge Raad gegeven dat voor sommige werkgevers een gunstige uitkomst kan betekenen.

Crisisheffing

De crisisheffing was een onderdeel van een pakket bezuinigingsmaatregelen uit april 2012. Op 25 mei 2012 werd aangekondigd dat de crisisheffing in 2013 zou worden geheven over het loon van 2012. Hoewel de crisisheffing in eerste instantie een eenmalige heffing zou zijn, is op 1 maart 2013 aangekondigd dat de heffing in 2014 nogmaals zou worden opgelegd (over de lonen van 2013).

Advies advocaat-generaal crisisheffing 2013

Diverse media maken melding dat in een nog niet gepubliceerd advies van een advocaat-generaal is opgenomen dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing 2013 niet is toegestaan: de heffing van 16% over loon dat is genoten voor de aankondiging van de heffing op 25 mei 2012 is in strijd met internationaal recht. Dit betekent dat het loon van werknemers dat voor 25 mei 2012 al hoger was dan € 150.000 niet mag worden betrokken in de crisisheffing.  Als de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal overneemt, zal dat deel van de crisisheffing dan ook aan de werkgever moeten worden terugbetaald.

Crisisheffing 2014

Als de terugwerkende kracht voor de crisisheffing in 2013 niet is toegestaan, geldt dat waarschijnlijk ook voor de crisisheffing 2014. Dit betekent dat het loon van werknemers dat voor 1 maart 2013 hoger was dan € 150.000 dan ook niet mag worden betrokken in de crisisheffing.

Onzekere uitkomst

Adviezen van een advocaat-generaal worden vaak, maar niet altijd door de Hoge Raad overgenomen. Het is daarom wachten op de definitieve beslissing van de Hoge Raad. Het ministerie van Financiën geeft eerder geen reactie. 

Teveel betaalde lijfrentepremie? Terugstorting is mogelijk

Wat als u meer overboekt naar uw lijfrentespaarrekening/lijfrentebeleggingsrecht of u betaalt meer aan premie lijfrenteverzekering, dan u in aftrek kunt brengen? Terugstorting van de te hoge inleg heeft fiscale consequenties, maar niet altijd. Er is nu namelijk een tijdelijke goedkeurende regeling. U heeft dan wel een ‘verklaring geruisloze terugstorting’ van de inspecteur nodig.

Te hoge inleg

Onder voorwaarden zijn premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening of beleggingsrecht aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Hoe hoog de aftrek is wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Heeft u niet voldoende jaarruimte en/of reserveringsruimte dan bestaat de mogelijkheid dat wanneer u teveel overmaakt een gedeelte daarvan niet aftrekbaar is. 

Terugstorting van het teveel overgemaakte bedrag leidt tot deblokkering met alle gevolgen van dien. U moet dan negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking nemen in uw aangifte inkomstenbelasting en u bent 20% revisierente verschuldigd. Laat u de te hoge inleg niet terugstorten dan kunt u niet het gehele bedrag aan lijfrente in aftrek brengen, terwijl in de uitkeringsfase de uitkeringen kort gezegd wel belast zijn. 

Terugstorting zonder gevolgen

Een tijdelijke goedkeurende regeling biedt uitkomst. Hierdoor kan uw bank of lijfrenteverzekeraar de te hoge inleg zonder fiscale gevolgen aan u terugstorten. Er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo geldt de goedkeuring bijvoorbeeld alleen voor betalingen die zijn gedaan tot en met 31 december 2016. Bovendien is voor terugstorting een verklaring nodig van de Belastingdienst.

Let op! De goedkeuring ziet alleen op een te hoge inleg in het jaar waarin u uw verzoek indient en de vijf daaraan voorafgaande jaren.

Verklaring geruisloze terugstorting

U moet dus een verzoek indienen bij de Belastinginspecteur om toestemming voor terugstorting. Als de inspecteur akkoord gaat, dan geeft hij een ‘verklaring geruisloze terugstorting’ af. Op basis van die verklaring kan de bank of de lijfrenteverzekeraar de te hoge inleg of de teveel betaalde lijfrentepremie zonder fiscale gevolgen aan u terugstorten.

Let op! De inspecteur moet uw verzoek om geruisloze terugstorting uiterlijk op 31 december 2017 hebben ontvangen.

Onderhoud en renovatie: 6% of 21% btw op facturen voor 1 juli 2015?

Ik verricht onderhoud of renovatie aan een woning die ouder is dan twee jaar. Als ik deze dienst afrond voor 1 juli 2015 mag ik een btw-tarief van 6% hanteren op de arbeid. Welk btw-tarief hanteer ik op facturen die ik voor 1 juli 2015 maak voor diensten waarvan al vaststaat dat deze na 1 juli 2015 worden afgerond?

Voor deze diensten moet u het normale tarief (21%) hanteren. Ook als u de factuur voor 1 juli 2015 opmaakt, vermeldt u al 21% btw op deze factuur. Vooruit factureren om daarmee de tariefsverhoging te ontlopen, heeft dus geen zin.

Autobrief II: beloning voor de meest zuinige automobilist

Eenvoudiger, stabieler en meer milieuwinst. In een notendop waar het kabinet naar streeft in de autobelastingen. Afgelopen vrijdag publiceerde staatssecretaris Wiebes van Financiën de autobrief II. Eerder waren al veel zaken uitgelekt. Wat duidelijk naar voren komt is het stimuleren van elektrisch rijden.

Let op! De autobrief II bevat diverse voorstellen die nog niet zijn opgenomen in een officieel wetsvoorstel.

Bijtelling

De autobrief II bevat voorstellen voor de autobelastingen voor de periode 2017-2020. Het fiscale autobeleid wordt veel minder toegespitst op de CO2-uitstoot. Wellicht meest in het oog springend is het stapsgewijs verdwijnen van het aantal bijtellingspercentages voor de zakelijke auto. Er blijven er slechts twee over. Het algemene bijtellingspercentage – deze gaat omlaag van 25 naar 22% – en een bijtellingspercentage van 4% voor de nulemissie-auto (elektrische auto) tot een catalogusprijs van € 50.000. Het deel van de catalogusprijs boven € 50.000 komt vanaf 2019 in het algemene bijtellingspercentage van 22% te vallen.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

  2016 2017 2018 2019 2020
Nulemissie  4% 4% 4% 4% 4%
Zéér zuinig (1-50 gr/km)  15%  17% 19% 22% 22%
Zuinig (51-106 gr/km)  21% 22% 22% 22% 22%
Overig (>106 gr/km)  25%  22% 22% 22% 22%

Tip: De aangeschafte of zakelijke leaseauto blijft het percentage bij aanschaf of lease houden voor een periode van maximaal 60 maanden. Het is dus niet zo dat u jaarlijks met een ander bijtellingspercentage wordt geconfronteerd.

Afbouw BPM

De aanschafbelasting BPM (Belasting van personenauto’s en motorrijwielen) gaat stapsgewijs naar beneden met in totaal 12% in 2020.Het kabinet wil zo het belang van de BPM geleidelijk verminderen.  

Aanpassingen MRB

De motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt in 2017 met 2% verlaagd voor alle personenvoertuigen. Voor vervuilende dieselpersonen- en bestelvoertuigen volgt vanaf 2019 een toeslag.

Belastingherziening: werkenden erop vooruit!

Na alle berichtgeving de afgelopen dagen in de media en gesprekken achter gesloten deuren met diverse oppositiepartijen, heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën in hoofdlijnen bekend gemaakt hoe het kabinet de belastingherziening wil vormgeven. Met een forse lastenverlaging op arbeid van jaarlijks € 5 mld gaan werkende huishoudens gemiddeld circa € 800 per jaar minder inkomstenbelasting betalen. Afhankelijk van het uiteindelijk gekozen pakket aan maatregelen zou dit bedrag kunnen oplopen naar € 2000 per jaar.

Hoofdlijnen

Er is zicht op lastenverlichting en het kabinet wil dit graag benutten door de lasten op arbeid fors te verlagen. In hoofdlijnen stelt het kabinet de volgende combinatie aan maatregelen voor:

  • een impuls in de inkomensafhankelijke combinatiekorting en een verhoging van de kinderopvangtoeslag,
  • extra loonkostenvoordeel voor werkgevers die mensen met lage inkomens aannemen;
  • meer arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer € 50.000,
  • verlaging van de inkomstenbelastingtarieven in de tweede en de derde schijf met cira 2%-punt,
  • verhoging van de inkomensgrens voor het toptarief. Mensen gaan pas vanaf een hoger inkomen het tarief van 52% betalen,
  • een volledige afbouw van de algemene heffingskorting.

Naast deze maatregelen wil het kabinet ook box 3 hervormen. Het tarief van 30% blijft ongewijzigd, maar er is wel een alternatief uitgewerkt voor het forfaitaire rendement van 4%. Het kabinet denkt aan een forfaitair rendement per vermogenstitel, zoals spaarsaldo, aandelenportefeuille en onroerend goed.

Keuzemaatregelen

Om de lasten op arbeid nog verder te verlagen, de economische groei te bevorderen en het belastingstelsel te vereenvoudigen, zijn er nog meer maatregelen mogelijk. Werkende huishoudens zouden dan gemiddeld tot € 2000 per jaar minder inkomstenbelasting betalen. Het kabinet noemt enkele maatregelen, maar daar moet wel voldoende draagvlak voor zijn. Te denken valt aan:

  • één btw-tarief, met uitzondering van voedingsmiddelen. Voor voedingsmiddelen blijft het lage btw-tarief van 6% gelden,
  • een meer gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen. Met de opbrengst hiervan kan het vennootschapsbelastingtarief omlaag,
  • verdere vergroening,
  • verruiming van het gemeentelijk belastinggebied.

Ondernemerschap niet uitgesloten voor medisch specialist

Per 1 januari 2015 is het zelfstandig declaratierecht komen te vervallen voor de medisch specialist. Daarmee is in veel gevallen het fiscaal ondernemerschap ten einde gekomen. Toch kunt u als medisch specialist nog steeds ondernemer blijven of worden, maar dan moet u wel voldoen aan de criteria voor fiscaal ondernemerschap.

Bij transparante modellen (zoals de maatschap) kan onder voorwaarden het fiscaal ondernemerschap behouden blijven voor de medisch specialist. Nu het zelfstandig declaratierecht is komen te vervallen moet het ondernemerschap dan wel uit andere factoren blijken. Dat zegt minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport na Kamervragen over het ondernemerschap voor medisch specialisten. 

Ondernemersrisico’s

Maar ook buiten allerlei modellen is het mogelijk om als medisch specialist ondernemer te blijven of te worden. Het verlies aan zelfstandig declaratierecht zult u dan wel moeten compenseren met andere ondernemersrisico’s. Denk bijvoorbeeld aan het investeren in bedrijfsmiddelen (apparatuur), het aannemen van personeel of het lopen van financiële risico’s. Dit zijn allemaal factoren die meespelen bij het bepalen van fiscaal ondernemerschap.

Uitgelekte plannen rondom de auto en de belastingherziening

Hoe ziet de fiscale toekomst eruit van de auto? In de media verschijnen diverse berichten over de plannen die het kabinet heeft voor de autobelastingen 2017-2020. En zoals tegenwoordig vaker gebeurt, zijn de plannen uitgelekt. Dat geldt ook voor de belastingherziening. We zetten alvast wat zaken op een rij.

Auto 2017-2020

Naar het schijnt gaan de autobelastingen flink op de schop. Nu kennen we nog vijf bijtellingscategorieën voor de zakelijke auto. In 2016 worden dat er vier en vanaf 2017 blijven er slechts twee bijtellingscategorieën over. Dan is er alleen nog een laag bijtellingspercentage van 4% voor de volledig elektrische auto. Voor alle overige auto’s geldt een 22%-bijtelling. De motorrijtuigenbelasting wordt vanaf 2017 met 2% verlaagd, maar voor een oude diesel betaalt u juist meer wegenbelasting. Verder schijnt de BPM (aanschafbelasting voor auto’s) drastisch omlaag te gaan: deze wordt vanaf 2017 met 12% afgebouwd.

Nieuw belastingplan

Ook de belastingplannen zijn uitgelekt en inmiddels in de media breed uitgemeten. De wens van het kabinet voor verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 21% zorgt voor de meeste ophef. Levensmiddelen worden hiervan uitgezonderd. Daarvoor blijft het lage btw-tarief gelden. Verder gaat het belastingtarief voor middenkomens omlaag van 42 naar 40% en wordt de inkomensgrens voor het 52%-belastingtarief 8000 euro hoger. Ook de arbeidskorting gaat omhoog, evenals de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de kinderopvangtoeslag. Tot slot valt te lezen dat het kabinet zo’n vijf miljard aan meevallers sowieso wil inzetten voor lastenverlichting. 

Let op! Al het bovenstaande is nog niet officieel bevestigd. Zodra dit wel gebeurt volgt uiteraard nader nieuws.