Bezoek aan fabriek tijdens vakantie deels zakelijk

Voor de auto van de zaak waarmee aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gereden, geldt geen bijtelling. De scheidslijn tussen zakelijk en privé kan vaag zijn, getuige ook de casus van een directeur die zijn bezoek aan een fabriek combineerde met een vakantie.

De directeur in kwestie is op een zaterdag in de voorjaarsvakantie met zijn gezin naar Italië gereden voor een weekje wintersport. Op maandag tijdens deze vakantie is de directeur voor een zakelijk bezoek naar een fabriek in Italië heen en weer gereden. De opvolgende zaterdag is de directeur met zijn gezin weer huiswaarts gekeerd. 

Zakelijke kilometers naar fabriek

De rechter achtte de kilometers van het vakantieadres naar de fabriek en terug zakelijk. De rechter geloofde tevens dat het bedrijfsbezoek aan de fabriek ook zou hebben plaatsgevonden als de directeur niet met zijn gezin naar Italië op vakantie zou zijn gegaan.

Privékilometers naar vakantieadres

Desondanks merkte de rechter de kilometers van huis naar het vakantieadres en terug niet aan als zakelijk. Deze kilometers kunnen namelijk alleen zakelijk zijn als iemand die wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheid verkeert, deze kilometers niet of niet in dezelfde omvang zou hebben gemaakt. Nu wintersportvakanties gemeengoed zijn en de wintersportbestemmingen vanuit Nederland over het algemeen verder weg liggen dan 250 kilometer (heen en weer dus meer dan 500 kilometer), kon de directeur niet aantonen dat hij in dat jaar niet meer dan 500 kilometer privé had gereden. De directeur werd daarom alsnog geconfronteerd met een bijtelling.

Belastingdienst schiet nabestaanden te hulp

U moet er niet aan denken dat iemand uit uw naaste omgeving overlijdt. Als het u overkomt dan breekt niet alleen een verdrietige periode aan, maar moet er ook veel geregeld worden. Om nabestaanden hierin te ondersteunen heeft de Belastingdienst nu een speciale ‘pagina’ geopend.

De pagina ‘Na een overlijden‘ is onderdeel van de website van de Belastingdienst. U krijgt hier informatie over wat er allemaal praktisch moet worden geregeld met de Belastingdienst na een overlijden. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de toeslagen van de overledene, hoe en wanneer moet de laatste aangifte inkomstenbelasting worden gedaan en hoe werkt de erfbelasting wanneer u iets erft? 

Tip: U kunt op de ‘pagina’ ook een persoonlijke checklist samenstellen, zodat u weet wat en wanneer u iets moet regelen. 

Subsidie zonnepanelen voor grootverbruikers

Ja, bij een investering in een grotere installatie. Voor grootverbruikers is er de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Alleen installaties met een piekvermogen van 15 kW komen voor de SDE+ in aanmerking. Deze exploitatiesubsidie vergoedt het verschil tussen de hogere kosten van duurzame energie en de lagere kosten van grijze energie. Het totale subsidiebudget in 2015 is € 3,5 miljard.

Let op! U kunt de SDE+ van 31 maart tot 17 december 2015 aanvragen. Maar, het subsidieplafond kan voor die tijd al zijn bereikt. De SDE+-bijdrage die u ontvangt, loopt 15 jaar. 

Tip: Zorg ervoor dat u bij de aanvraag de vereiste vergunningen heeft. Als u zonnepanelen op een dak plaatst, heeft u meestal geen vergunning nodig. Maar als u zonnepanelen in een veld of aan de gevel plaatst, heeft u wel een vergunning nodig. 

Uw pand met btw verhuren? Vraag huurder om een verklaring

Verhuurt u uw pand met btw? Houdt u er dan rekening mee dat de huurder in het eerste jaar waarin hij is gaan huren, een verklaring moet verstrekken aan u en de Belastingdienst waarin staat dat hij voldoet aan de ‘90%-norm’.

Wat houdt de ‘90%-norm’ in? Deze norm houdt in dat de huurder uw pand voor ten minste 90% gebruikt om omzet te genereren waarvoor hij recht op aftrek van voorbelasting heeft.

Let op! Voldoet uw huurder aan het einde van een boekjaar niet meer aan de ‘90%-norm’? Dan moet deze huurder binnen vier weken na afloop van het boekjaar een verklaring naar u en de Belastingdienst sturen dat hij het gehuurde niet langer voor minstens 90% voor btw-aftrekgerechtigde doeleinden heeft gebruikt. 

Rentemiddeling beperkt uw hypotheekrenteaftrek

De woningeigenaar die wil profiteren van een lagere hypotheekrente, kan mogelijk gebruik maken van rentemiddeling mits de bank dit aanbiedt. Aan die rentemiddeling zitten wel wat fiscale aspecten vast, waar u voor de hypotheekrenteaftrek rekening mee moet houden.

Lagere hypotheekrente

Heeft u een eigen woning dan kunt u in de meeste gevallen de door u betaalde hypotheekrente in aftrek brengen. Wilt u profiteren van een lagere hypotheekrente, dan kunt u ervoor kiezen om de hypotheek open te breken en deze tegen een lagere rente opnieuw vast te zetten. Daarvoor betaalt u aan de bank wel een vergoeding in de vorm van een boeterente. 

Let op!Houd er rekening mee dat wanneer u een lagere hypotheekrente betaalt, u ook minder hypotheekrenteaftrek heeft.

Rentemiddeling

Rentemiddeling houdt in dat u die boeterente niet in één keer hoeft te betalen, maar dat deze wordt ‘uitgesmeerd’ over de nieuwe rentevaste periode. Met een opslag wordt die boeterente verdisconteerd in de nieuwe lagere hypotheekrente. Die opslag bestaat uit twee elementen:

  1. het ‘uitsmeren’ van de boeterente over de nieuwe rentevaste periode en;
  2. andere opslagen. Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor het risico van vroegtijdig volledig aflossen bij verkoop. Wordt de hypotheek namelijk voor het verlopen van de nieuwe rentevastperiode afgelost, dan ontvangt de bank niet het volledige bedrag aan ‘uitgesmeerde’ boeterente. 

Opslag gedeeltelijk aftrekbaar

De hierboven besproken opslag is niet volledig aftrekbaar. De opslag onder punt 1 is aftrekbaar omdat het gaat om boeterente die bij het afsluiten van een hypothecaire geldlening door de bank in rekening wordt gebracht. Voor de aftrekbaarheid maakt het dus niet uit dat deze wordt ‘uitgesmeerd’.

De opslag onder punt 2 is niet aftrekbaar omdat het hier gaat om een vergoeding voor het risico van vroegtijdig volledig aflossen bij verkoop. Een dergelijke opslag kwalificeert niet als rente of kosten van een geldlening voor de eigen woning.

Nieuwe regels verzekeringsplicht dga

Door wijzigingen van het bv-recht per 1 oktober 2012 sloten de criteria niet meer aan bij de nieuwe statutaire regelingen voor benoeming en ontslag van statutair bestuurders. Ook is de regeling vernieuwd vanwege ontwikkelingen in de jurisprudentie.

Let op: De nieuwe regeling geldt net als de huidige regeling alleen voor statutair bestuurders. Dat zijn  bestuurders die in het handelsregister zijn ingeschreven. 

Het uitgangspunt is dat een directeur-grootaandeelhouder verzekerd is voor de werknemersverzekeringen, als hij onder de feitelijke macht van de algemene vergadering valt. Beslissend daarvoor is of de dga op grond van de statutaire regeling kan besluiten over zijn ontslag. 

Tip: Het merendeel van de statuten zal niet hoeven worden aangepast. Kijk dit jaar toch even de statutaire regeling over de benoeming en ontslag van bestuurders na, en of u inderdaad in het handelsregister bent ingeschreven als statutair bestuurder.

Ook dga’s die met hun echtgenoot een beslissende stem hebben over hun ontslag, zijn niet verzekerd. In de nieuwe regeling is ook geregeld dat dga’s die met familieleden zo’n beslissende stem hebben, niet verzekerd zijn. Daarom zullen vanaf 1 januari 2016 méér dga’s niet meer verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekering dan onder de huidige regeling. 

De regeling van nevengeschikte dga’s blijft van kracht. Dat zijn statutair bestuurders die formeel hun eigen ontslag niet tegen kunnen houden, maar een (nagenoeg) gelijk belang in de vennootschap hebben als de andere statutair bestuurders.

Wel of geen afkoop levensloopregeling in 2015?

Neemt u nog deel aan de levensloopregeling dan staat u in 2015 weer voor de keuze: in één keer uitkeren of de levensloopregeling nog voortzetten. Keert u in één keer uit dan wordt slechts 80% belast van de waarde van uw levenslooptegoed op 31 december 2013. Het is echter de vraag of deze tegemoetkoming voor u (financieel) voordelig uitpakt.

Levensloopregeling

Met ingang van 1 januari 2013 is de levensloopregeling beëindigd. Had u op 31 december 2011 € 3.000 of meer op uw levensloopregeling staan, dan geldt overgangsrecht: u mag de levensloopregeling blijven toepassen tot uiterlijk 31 december 2021. Dit betekent dat u onder de oude voorwaarden mag blijven storten in de regeling, maar ook dat u onbeperkt naar eigen inzicht bedragen kunt opnemen.

Let op! De opgenomen bedragen zijn wel belast voor de loonheffingen.

Opname in één keer

In 2013 bestond al de mogelijkheid om het gehele saldo van uw levensloop in één keer op te nemen: het op 31 december 2011 opgebouwde tegoed werd onder die faciliteit maar voor 80% van de waarde belast.

In 2015 is deze mogelijkheid teruggekeerd. Als u uw gehele saldo in 2015 in één keer opneemt, wordt het op 31 december 2013 opgebouwde tegoed maar voor 80% van de waarde in de heffing betrokken.

Let op! Is uw saldo in 2015 hoger dan het op 31 december 2013 opgebouwde tegoed, dan wordt het verschil wel voor 100% belast. 

Opname in 2015 voordelig?

Of een opname in één keer in 2015 een voordelig alternatief is, is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden. Denk hierbij aan het belastingtarief dat voor u van toepassing is, uw (overig) vermogen in box 3 en bijvoorbeeld uw oorspronkelijke bestedingsdoel. Onze adviseurs kunnen hierover meer vertellen. Neem daarom voor meer informatie over uw persoonlijke situatie contact met ons op.

Tip! In de jaren tot en met 2011 kon u levensloopverlofkorting opbouwen als u deelnam aan de levensloopregeling. Deze korting wordt verrekend met uw opnamen. Heeft u nog opgebouwde levensloopverlofkorting dan wordt een bedrag van € 207 per opgebouwd jaar verrekend met uw opnamen in 2015.

Voorkom aansprakelijkheid! Meld betalingsproblemen

Belastingen

De aansprakelijkheid geldt niet voor alle belastingen. Belastingen waarvoor de aansprakelijkheid wel geldt zijn onder meer loonbelasting, premies en omzetbelasting. Dit zijn belastingen waar bijna elke vennootschap wel mee te maken heeft. Daarnaast geldt de aansprakelijkheid ook voor een aantal minder vaak voorkomende belastingen zoals onder meer accijns, verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en kansspelbelasting.

Tip! Voor onbetaalde vennootschapsbelasting geldt deze aansprakelijkheid niet.

Bestuurdersaansprakelijkheid

U kunt alleen als bestuurder aansprakelijk worden gesteld als aannemelijk is dat het niet betalen van de belastingschulden het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de voorafgaande drie jaren. De bewijslast van onbehoorlijk bestuur ligt bij de Belastingdienst.

Addertje onder het gras

Uw bv of nv is echter verplicht om tijdig aan de Belastingdienst te melden dat zij niet in staat is om de belastingen te betalen. Is deze melding niet, niet tijdig of niet op de juiste wijze gedaan, dan bent u als bestuurder zonder meer aansprakelijk voor de niet betaalde belastingschulden. De Belastingdienst hoeft dan niet meer te bewijzen dat er sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur maar kan u zonder meer aansprakelijk stellen. Het is dus uitermate belangrijk om tijdig en op juiste wijze uw betalingsonmacht bij de Belastingdienst te melden.

Let op! U kunt zich over het algemeen niet verweren tegen een aansprakelijkstelling als gevolg van het niet, niet tijdig of niet op juiste wijze melden van de betalingsonmacht. U mag zich tegen een dergelijke aansprakelijkstelling namelijk alleen verweren indien u aannemelijk maakt dat het niet, niet tijdig of niet op juiste wijze melden van de betalingsonmacht niet aan u te wijten is. Over het algemeen zal dit zeer lastig zijn. Zorg daarom dat u altijd uw betalingsonmacht tijdig meldt!

Wat is tijdig?

De melding betalingsonmacht is tijdig als deze gedaan is binnen twee weken nadat de belasting of premie betaald had moeten worden. Voor de aangifte omzetbelasting tweede kwartaal 2015 moet de melding betalingsonmacht daarom uiterlijk 14 augustus 2015 gedaan zijn.

Let op! Een melding betalingsonmacht moet altijd schriftelijk gedaan worden. Indien u kort telefonisch uitstel vraagt, wordt dit dus niet aangemerkt als een melding betalingsonmacht.

Advieswijzer Werken als zzp'er

Zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Als zzp’er bent u dan ook gewoon ondernemer, maar dan zonder personeel. Veel zzp’ers hebben slechts één of enkele belangrijke opdrachtgevers. In deze situaties speelt vaak de vraag op of de zzp’er echt als zelfstandige werkt of in loondienstverband. Het zelfstandig ondernemerschap is fiscaal voordeliger, maar daar staat tegenover dat u wel zelf de risico’s voor bijvoorbeeld omzet en arbeidsongeschiktheid  moet dragen.

Inkomstenbelasting: zelfstandige of loondienst

Of u als zelfstandige of in loondienst werkt, is afhankelijk van gemaakte afspraken, feiten en omstandigheden. Van loondienst is sprake als u persoonlijk arbeid verricht, in een gezagsrelatie staat met uw opdrachtgever en een vergoeding ontvangt. Uw opdrachtgever wordt dan werkgever en moet loonheffingen en premies inhouden en afdragen.

Binnen de categorie zelfstandige wordt nog een onderscheid gemaakt tussen ondernemers en resultaatgenieters. Dit onderscheid is van belang voor bepaalde fiscale voordelen die een ondernemer wel en een resultaatgenieter niet kan genieten. Het verschil tussen ondernemer en resultaatgenieter kan heel klein zijn en is niet in een algemene definitie te vangen. Men zou kunnen zeggen dat resultaatgenieters hun zelfstandige werkzaamheden vaak meer naast hun andere werkzaamheden doen, minder ondernemingsrisico’s lopen, minder kapitaal investeren en minder opdrachtgevers hebben. 

Voorbeelden resultaatgenieters
‘freelancers’ zoals auteurs van artikelen en boeken, cursusleiders en docenten worden vaak aangemerkt als resultaatgenieters. 

In tegenstelling tot werknemers zijn ondernemers en resultaatgenieters niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (ZW, WW, WIA). Zij betalen zelf hun inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (4,85%).

Belastingvoordelen ondernemers (ondernemersfaciliteiten)

Als ondernemer voor de inkomstenbelasting heeft u fiscale voordelen die u als resultaatgenieter of werknemer niet heeft. De belangrijkste voordelen zijn de zelfstandigenaftrek van € 7.280 en de MKB-winstvrijstelling van 14% van de winst. 

Zelfstandigenaftrek 

De zelfstandigenaftrek geldt alleen voor ondernemers die ten minste 1225 ondernemingsuren in een jaar maken en van hun werkzame uren meer dan de helft aan hun onderneming besteden. Deze laatste voorwaarde geldt overigens niet in de eerste vijf jaar dat u ondernemer bent. De zelfstandigenaftrek bedraagt € 7280. 

Let op! De Belastingdienst kan het aantal ondernemingsuren controleren. Houd daarom een goede urenregistratie bij! 

Het bedrag van de zelfstandigenaftrek is beperkt tot maximaal het bedrag van uw winst. Heeft u een lage winst, waardoor u de zelfstandigenaftrek niet geheel in aftrek kunt brengen op uw winst? Dan kunt u het niet-benutte deel van de zelfstandigenaftrek doorschuiven naar de volgende negen jaren.

Tip: Voor de zelfstandigenaftrek tellen alle uren mee die u besteedt aan uw onderneming. Daaronder vallen bijvoorbeeld uren die u besteedt aan uw administratie, het maken van offertes, reistijd naar klanten, het inrichten van uw website, het opstellen van nieuwsbrieven en het volgen van cursussen en opleidingen voor uw bedrijf.

In de eerste vijf ondernemersjaren hebben ondernemers naast de zelfstandigenaftrek maximaal drie jaar recht op de startersaftrek van € 2123  Bovendien geldt in deze drie jaar niet de beperking dat de zelfstandigenaftrek maximaal het bedrag van de winst bedraagt. 

MKB-winstvrijstelling

De MKB-winstvrijstelling geldt alleen voor ondernemers. De vrijstelling bedraagt 14% van de winst na aftrek van de andere ondernemersaftrekken (waaronder de zelfstandigenaftrek).

Oudedagsreserve

Met de oudedagsreserve kan binnen de onderneming gespaard worden voor pensioen. De toevoeging per jaar is maximaal 9,8% van de winst en maximaal € 8631. 

Let op!Met de oudedagsreserve legt u geen geld opzij voor een oudedagsvoorziening. Het geld blijft juist binnen de onderneming. Bij staking van de onderneming valt de oudedagsreserve in de winst en moet u erover afrekenen of de oudedagsreserve omzetten in een oudedagsvoorziening. Om die reden is het niet altijd gunstig om een oudedagsreserve op te bouwen. Laat u hierover goed adviseren door onze adviseurs. 

Berekening belastingvoordelen ondernemer, resultaatgenieter en werknemer

Het belastingvoordeel van ondernemer, resultaatgenieter en werknemer laat zich toelichten met het volgende voorbeeld. Het vertrekpunt is een brutovoordeel van € 30.000.

   Winst Resultaat Loon
Brutovoordeel  30.000 30.000 30.000
Af: zelfstandigenaftrek    7.280    
  ————————————
Belast voordeel na zelfstandigenaftrek  22.720  30.000 30.000
Af: mkb-winstvrijstelling   3.181    
  ———————————— 
Belastbare winst/belastbaar resultaat/belastbaar loon 19.539 30.000 30.000
       
Belastingheffing (IB/PVV)   7.132 11.509 11.509
Af: Arbeidskorting   2.220 2.220 2.220
Af: Algemene heffingskorting   2.203 1.967 1.967
  ———————————— 
Per saldo te betalen IB/PVV  2.709  7.322  7.322
Te betalen inkomensafhankelijke bijdrage ZVW      948  1.455        0
  ———————————— 
Totale heffing    3.657  8.777  7.322
       
 Brutovoordeel  30.000  30.000  30.000
 Af: heffing   3.657  8.777  7.322
  ————————————- 
Nettovoordeel   26.343  21.223 22.678

Let op! In deze vergelijking lijkt loon gunstiger te zijn belast dan resultaat, omdat de werknemer niet zelf de inkomensafhankelijke bijdrage hoeft te betalen. In de praktijk zal de werkgever met deze werkgeverslasten echter rekening houden bij de vaststelling van het loon. 

Als ondernemer of resultaatgenieter betaalt u zelf de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. U betaalt 4,85% over een bijdrage-inkomen van maximaal € 51.976. 

Verklaring arbeidsrelatie 

In een verklaring arbeidsrelatie (VAR) verklaart de Belastingdienst of u uw inkomsten geniet als ondernemer (VAR-WUO), als resultaatgenieter (VAR-ROW) of als werknemer (VAR-loon). Alleen een VAR-WUO geeft uw opdrachtgever zekerheid dat hij  geen loonheffingen en premie hoeft in te houden. De VAR wordt per 1 januari 2016 afgeschaft en vervangen door modelovereenkomsten.  Tot die tijd kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers echter nog gebruik maken van de VAR. 

De VAR zegt niets over hoe de Belastingdienst de arbeidsrelatie beoordeelt bij het vaststellen van uw aanslag inkomstenbelasting. Het is dus mogelijk dat de inspecteur ondanks uw VAR WUO bij de afhandeling van uw aangifte inkomstenbelasting toch het standpunt inneemt dat u geen ondernemer bent. U heeft dan geen recht op bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Let op! In 2015 kunnen zzp’ers nog blijven werken met hun VAR die geldt voor 2014. Wijzigen de werkzaamheden, omstandigheden en/of voorwaarden waaronder de zzp’er werkt? Of heeft hij nog geen VAR, maar heeft hij er wel een nodig? Dan kan in 2015 nog een VAR aangevraagd worden. Die is alleen geldig in 2015.

Voorbeeldovereenkomsten

Vanaf 1 januari 2016 gaan modelovereenkomsten de VAR vervangen. Opdrachtnemers (zoals zzp’ers) en opdrachtgevers kunnen dan gaan werken met een door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst. Er komt hiervoor een ruime keuze aan modelovereenkomsten welke op de website van de Belastingdienst gepubliceerd gaan worden. 

Tip! Liever een eigen overeenkomst gebruiken? Dat wordt mogelijk. Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen een eigen overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen. 

Mits er daadwerkelijk wordt gewerkt volgens een dergelijke overeenkomst is er zekerheid vooraf over de gevolgen voor de loonheffingen. Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn beiden verantwoordelijk voor een juiste naleving van de overeenkomst. Wordt gewerkt volgens de overeenkomst, dan hebben beiden de zekerheid dat geen sprake is van een dienstbetrekking en er geen loonheffingen hoeven te worden afgedragen en voldaan. Wordt op een andere manier gewerkt, dan geldt deze zekerheid niet.   

Een beoordeelde voorbeeldovereenkomst zegt niets over hoe de Belastingdienst de arbeidsrelatie beoordeelt bij het vaststellen van uw aanslag inkomstenbelasting. Het is dus mogelijk dat de inspecteur ondanks dat ingevolge de voorbeeldovereenkomst geen loonheffingen en premies hoeven worden ingehouden, bij de afhandeling van uw aangifte inkomstenbelasting toch het standpunt inneemt dat u geen ondernemer bent. U heeft dan geen recht op bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Opting-in voor ‘pseudowerknemers’

Opdrachtnemers die geen ondernemer zijn en ook geen dienstbetrekking hebben, hebben ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Voor opdrachtgevers kan het in deze situaties moeilijk zijn om de soort arbeidsrelatie vast te stellen. Het gaat vaak om meer incidentele werkzaamheden en werkzaamheden waarbij kleine ondernemersrisico’s worden gelopen. Voorbeelden zijn inkomsten van gastouders, van artiesten of beroepssporters, uit huishoudelijke werkzaamheden voor anderen en uit auteurswerkzaamheden. 

Heeft de opdrachtnemer geen VAR WUO en is geen sprake van een dienstbetrekking? En wil de opdrachtgever toch het risico voor de loonheffingen beperken? Dan kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk opteren voor de loonheffingen. Dat doen zij met het formulier ‘Verklaring Loonheffingen Opting-in’.

De opting-in-regeling geldt niet voor de werknemersverzekeringen. De pseudowerknemer wordt dus niet door opting-in verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De opdrachtgever is ook niet verplicht de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet te vergoeden. De keuze voor opting-in heeft geen arbeidsrechtelijke gevolgen.

Tip: Na de melding moet de opdrachtgever loonheffingen inhouden en betalen. Ook kan de opdrachtgever de pseudowerknemer laten deelnemen aan een pensioenregeling. Op de beloning van de pseudowerknemer moet de werkgever de lage bijdrage Zvw (4,85%) inhouden 

Werkruimte in de woning

Veel zzp’ers werken vanuit huis. Werkt u in een werkruimte in uw eigen woning en wilt u de kosten voor uw werkruimte in aftrek brengen? Dat kan alleen als u aan twee stringente voorwaarden,  de zelfstandigheidseis en de inkomenseis, voldoet.

Zelfstandigheidseis

Uw werkruimte voldoet aan het zelfstandigheidscriterium als deze een zodanige zelfstandigheid bezit dat deze duidelijk te herkennen is. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan de aanwezigheid van een eigen ingang, eigen sanitair en de mogelijkheid om de werkruimte aan derden te verhuren.

Let op! Een werkplek in een woon-, slaap- of zolderkamer wordt in ieder geval niet als kwalificerende werkruimte aangemerkt. Een tot kantoor verbouwde garage met eigen ingang en sanitair kan dat wel zijn. 

Inkomenseis

Uw werkruimte voldoet aan het inkomenscriterium als u uw inkomen voor een groot gedeelte in of vanuit deze ruimte verdient. Is dit uw enige werkruimte dan moet u uw inkomen voor ten minste 30% in de ruimte en voor ten minste 70% in of vanuit de ruimte verdienen. Heeft u nog een andere werkruimte dan moet u uw inkomen voor ten minste 70% in de ruimte verdienen.

Let op! De regels voor de kostenaftrek van de werkruimte thuis zijn complex. Neem daarover contact met ons op. 

Auto op de zaak of privé

Voor veel zzp’ers is een belangrijke vraag of het voordeliger is om de auto op de zaak te zetten of privé te houden. Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig te geven. Dit is namelijk onder meer afhankelijk van de hoogte van de afschrijvingen, de onderhoudskosten, de verzekeringskosten, de motorrijtuigenbelasting, eventuele financieringskosten, de CO2-uitstoot van de auto, het aantal in een jaar te rijden privé- en zakelijke kilometers en de btw-gevolgen. Als u deze gegevens helder voor ogen zou hebben, kunt u berekenen wat voordeliger is. Maar over het algemeen zijn deze gegevens echter niet volledig bekend. In dat geval moet u uitgaan van schattingen en kan de werkelijkheid afwijken van de berekeningen. 

Toch zijn er wel wat algemene handvatten te geven.

Houdt u de auto privé, dan kunt u € 0,19 per zakelijke kilometer, inclusief woon-werkkilometers, aftrekken van uw winst. Houdt u hiervoor wel een goede zakelijke rittenregistratie bij. Dit is vaak fiscaal gunstig voor auto’s die al enige jaren oud zijn, met relatief veel zakelijke kilometers. 

Privégebruik auto: inkomstenbelasting

Voor de auto op de zaak moet u de autokostenbijtelling opgeven vanwege het privégebruik. Het woon-werkverkeer geldt als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen. In 2015 is het standaardbedrag 25% van de catalogusprijs inclusief BPM en btw. Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto kan een lagere bijtelling gelden. 

Tabel percentage bijtelling privégebruik auto 2015

Categorie

CO2-uitstoot in gram per kilometer

 4% bijtelling 0
7% bijtelling 50 gram of minder
14% bijtelling meer dan 50, maar niet meer dan 82
20% bijtelling meer dan 82, maar niet meer dan 110
25% bijtelling

meer dan 110

Categorie CO2-uitstoot in gram per kilometer

Let op! In 2016 gelden nog vier bijtellingcategorieën: 4%, 15%, 21% en 25%. De plannen zijn om vanaf 2017 de bijtellingscategorieen terug te brengen naar twee: 4% voor de volledig elektrische auto en 22% voor alle overige auto’s.

Privégebruik auto: omzetbelasting

Van een zakelijke auto mag u de btw die toerekenbaar is aan het privégebruik niet in aftrek brengen. Als u geen kilometers bijhoudt dan moet u in de laatste aangifte van het jaar 2,7% van de catalogusprijs aangeven als btw-privégebruik. Heeft u de btw bij aanschaf niet afgetrokken? Dan hanteert u een percentage van 1,5%.

Let op! De keuze tussen de auto privé of zakelijk is complex. Neem daarover contact met ons op. 

Ziekte en arbeidsongeschiktheid 

Als zzp’er bent u niet verzekerd voor werknemersverzekeringen. Dit betekent dat u zelf het risico van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid moet afdekken. 

Voor ziekte en arbeidsongeschiktheid kan dit bijvoorbeeld door een verzekering af te sluiten bij een verzekeraar. Komt u uit loondienst of uit een uitkering, dan is het ook mogelijk om uw verplichte werknemersverzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid vrijwillig voort te zetten bij het UWV. Een medische keuring is dan niet vereist. Voorwaarde is wel dat u zich binnen dertien weken na het einde van uw verplichte verzekering aanmeldt bij het UWV. 

Een zzp’er die niet of moeilijk verzekerbaar (bijvoorbeeld door medische problemen) is, kan gebruik maken van de vangnetverzekering die sommige particuliere verzekeraars aanbieden. Deze verzekering staat echter alleen open voor ondernemers die korter dan vijftien maanden zelfstandig zijn. 

Pensioen

Zzp’ers kunnen op verschillende manieren sparen voor pensioen. Het is mogelijk om bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling een lijfrentepolis af te sluiten of te sparen op een geblokkeerde spaarrekening. De premies of gespaarde bedragen zijn onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. 

Komt u uit loondienst dan kunt u de pensioenregeling van uw voormalige werkgever mogelijk vrijwillig voortzetten. Raadpleeg uw pensioenregeling of deze optie geboden wordt. De pensioenpremie ter zake van de vrijwillige voorzetting is tot maximaal tien jaar na beëindiging van de dienstbetrekking fiscaal aftrekbaar. 

Ook met de oudedagsreserve kan binnen de onderneming gespaard worden voor pensioen. U legt echter geen geld opzij, maar houdt het geld binnen uw onderneming. Bij staking van de onderneming moet u afrekenen of de oudedagsreserve omzetten in een oudedagsvoorziening. Om die reden is het niet altijd gunstig om een oudedagsreserve op te bouwen. Laat u hierover goed adviseren door onze adviseurs. 

Let op! Voor bepaalde beroepen geldt een verplichte beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling. Ga daarom bij uw vakvereniging na of voor uw beroep een verplichte pensioenregeling geldt. 

Tot slot

In deze advieswijzer is de (fiscale) behandeling van de zzp’er nader belicht. Veelal zullen de fiscale gevolgen afhankelijk zijn van de persoonlijke feiten en omstandigheden. Neem daarom voor meer informatie over uw eigen situatie contact met ons op. 

Is er btw verschuldigd over verzendkosten?

Stel, u verkoopt kleding online en laat uw pakketjes bezorgen door Postnl. Postnl berekent geen btw over de verzendkosten. Kunt u daarom deze verzendkosten ook zonder btw doorberekenen aan uw afnemers?

Nee, dat kan niet. Voor universele postdiensten verricht door postvervoersbedrijven die aan de voorwaarden voldoen, geldt een btw-vrijstelling. Wat universele postdiensten zijn en aan welke voorwaarden de postvervoersbedrijven moeten voldoen, staat omschreven in de Postwet. Postnl voldoet hieraan en kan daarom vrijgesteld haar postdiensten aan u verlenen. 

U voldoet zelf niet aan de voorwaarden in de Postwet. De verzendkosten vormen daarom onderdeel van de vergoeding die u aan uw afnemer berekent en u moet daarover btw berekenen.

Voorbeeld

U verkoopt online kleding voor € 100 exclusief btw. Postnl bezorgt het pakket en berekent daarvoor € 6,95 aan u. Postnl berekent terecht geen btw over deze verzendkosten. U berekent de verzendkosten door aan uw afnemer. De factuur dient er dan als volgt uit te zien:

Verkoop € 100,00 
Verzendkosten € 6,95
  ————
Totale vergoeding                                   € 106,95  
Btw 21%                                                 € 22,46 
  ———— 
Totale vergoeding inclusief btw € 129,41

Let op! Klein bedrag maar groot belangNiet goed is dus € 100 + 21% btw = € 121 + € 6,95 verzendkosten = € 127,95. Hoewel het verschil (€ 1,46) klein lijkt, maakt de wet van de grote getallen dat het uiteindelijk toch om een aanzienlijk belang kan gaan. Als u bijvoorbeeld zo’n 10 transacties per dag verwerkt, komt u al snel aan zo’n 3.650 transacties per jaar en een btw-belang van € 5.329 per jaar!