Box 3 op de schop: minder belasting voor 'kleine' spaarder

De hervormingsplannen die het kabinet heeft met box 3 zijn uitgelekt. Haagse bronnen hebben gemeld hoe de heffing op spaargeld en ander vermogen vanaf 2017 zal worden vormgegeven. Hieruit blijkt dat ongeveer drie miljoen belastingbetalers met vermogen er straks op vooruit gaan. Wie meer dan € 240.000 aan vermogen bezit in box 3 gaat er vermoedelijk op achteruit.

De box 3-heffing op spaargeld en ander vermogen staat al enige tijd ter discussie, met name vanwege het veronderstelde rendement van 4% waarmee wordt gerekend. Dat terwijl spaarrekeningen al jaren aanzienlijk minder opleveren. Het lijkt erop dat het kabinet hier niet langer ongevoelig voor is. Box 3 moet volgens staatssecretaris Wiebes (Financiën) eerlijker worden en beter aansluiten bij de werkelijke rendementen die mensen behalen.

Alhoewel nog niet officieel bevestigd, gaat daarom in 2017 allereerst het heffingsvrije vermogen omhoog van afgerond € 21.000 naar € 25.000 per persoon. Het belastingtarief van 30% blijft onveranderd, maar het rendementspercentage wordt variabel. Voor het vermogen tot € 100.000 (na toepassing van het heffingsvrije vermogen) zal worden gerekend met een rendement van 2,9%. Dit percentage zal jaarlijks veranderen. Vanaf een ton tot één miljoen gaat een hoger rendementspercentage gelden van 4,7%. Daarboven gaat men uit van een genoten rendement van 5,5%. Het nieuwe systeem voor box 3 zou moeten ingaan vanaf 2017.

Nieuwe schenkingsvrijstelling op komst

Er komt mogelijk een nieuwe schenkingsvrijstelling van maximaal € 100.000. Betrouwbare bronnen uit politiek Den Haag zouden dit hebben gemeld. Diverse media, waaronder het Financieele Dagblad en de NOS, hebben hier inmiddels over bericht.

Eind 2014 was het over en uit met de tijdelijke regeling om eenmalig € 100.000 belastingvrij te schenken voor de eigen woning. Het kabinet heeft nu plannen om vanaf 2017 opnieuw een schenkingsvrijstelling van maximaal een ton in te voeren. Het zou ditmaal gaan om een blijvende regeling waarbij de ontvanger (leeftijd tussen 18 en 40 jaar) het geld moet gebruiken voor het kopen van een woning of het aflossen van de hypotheek.

Begin een uitzendbureau

Werkt uw onderneming met flexwerkers, dan bent u per 1 juli jl. gebonden aan de ketenregeling uit het nieuwe ontslagrecht: na drie arbeidsovereenkomsten in twee jaar – waarbij tussenliggende perioden van zes maanden of korter meetellen in de keten – zit u vast aan een contract voor onbepaalde tijd. Kan dat ook anders, zonder dat u de wet overtreedt? Het antwoord is: ja, met een intraconcern uitzendbureau.

Oprekken ketenregeling: sluit eigen ondernemings-cao af

De mogelijkheid bestaat om de ketenregeling op te rekken naar 6x4x6, oftewel naar maximaal zes contracten in vier jaar tijd. De tussenliggende periode van zes maanden kan echter niet worden bekort. Als voorwaarde geldt dat u een eigen ondernemings-cao moet afsluiten waarin deze mogelijkheid specifiek is geregeld voor de uitzendovereenkomst. Hiervan is sprake als ‘een werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever, ter beschikking wordt gesteld aan een derde, om arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.’ Dit kan dus ook intraconcern, binnen een groep aan elkaar gelieerde ondernemingen. 

Let op voorwaarden

Aan het starten van een intraconcern uitzendbureau kleven ook nadelen. U kunt bijvoorbeeld geen gebruik maken van de mogelijkheid om een uitzendbeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst.  Een uitzendbeding is een ontbindende voorwaarde die door de inlener kan worden ingeroepen en waarbij de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht op verzoek van de inlener ten einde komt. Hierop kan bijvoorbeeld bij ziekte van de uitzendkracht door de inlener een beroep worden gedaan.  Ook geldt de ketenregeling direct in plaats van pas na 26 weken. Laat u dus goed voorlichten.

Tip:Onderzoek of het voor u interessant is om een ondernemings-cao af te sluiten en een intraconcern uitzendbureau op te richten. U kunt op die manier ingewerkte werknemers voor langere tijd aan u binden zonder direct aan een contract voor onbepaalde tijd vast te zitten. 

Vraag uitstel van betaling bij een te verwachte teruggaaf

Heeft u een belastingschuld, maar verwacht u binnen afzienbare tijd een teruggaaf van de Belastingdienst? Vraag dan om uitstel van betaling voor uw belastingschuld. De Belastingdienst kan dan uw belastingschuld verrekenen met de teruggaaf die u verwacht.

U moet het uitstel van betaling schriftelijk aanvragen. Vermeld in uw brief waarom u uitstel wilt en stuur een berekening van het terug te verwachte bedrag.

Let op! Voor toeslagen geldt een apart verrekeningsbeleid. 

Voorwaarden

De Belastingdienst stelt wel een aantal voorwaarden. Zo is geen uitstel mogelijk als:

  • het belastingjaar- of tijdvak waarvoor u een teruggaaf verwacht nog niet voorbij is,
  • u nog geen aangifte heeft gedaan of een brief heeft gestuurd op grond waarvan u de teruggaaf verwacht,
  • over de verwachte teruggaaf een verschil van mening bestaat met de Belastingdienst.

Let op! Uitstel van betaling betekent niet dat de Belastingdienst geen invorderingsrente in rekening brengt. Houd dus rekening met een hoger te betalen bedrag nadat het uitstel van betaling is afgelopen.

Kan mijn bv mijn eigenwoninglening aflossen bij de bank?

Ik heb 100% van de aandelen in een bv. De bv beschikt over een flink bedrag op de bankrekening. Daarnaast heb ik in 2011 een woning gekocht en voor € 500.000 een aflossingsvrije lening bij de bank afgesloten. De rente op deze lening bedraagt 5% en staat voor 10 jaar vast. Ik mag jaarlijks 20% van het oorspronkelijke leningsbedrag boetevrij aflossen.

Ik wil de boete wegens vervroegd aflossen voorkomen en jaarlijks 20% van de lening door mijn bv laten aflossen. Mijn bv leent dit bedrag dan vervolgens weer aflossingsvrij aan mij. Kan dit fiscaal of verlies ik mijn recht op renteaftrek?

Ja, dat kan. U behoudt uw recht op renteaftrek.

Voor een eigenwoninglening geldt vanaf 2012 dat de rente in principe alleen aftrekbaar is als de lening in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. Naast de aflossingseis geldt de voorwaarde dat de lening is aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning.

Voor een oude eigenwoninglening hoeft u niet aan de eerste voorwaarde, de aflossingseis, te voldoen. Een oude eigenwoninglening is een lening die u op 31 december 2012 al voor uw eigen woning had. 

Tip! In een aantal uitzonderingsgevallen wordt een na 31 december 2012 afgesloten lening ook (gedeeltelijk) aangemerkt als oude eigenwoninglening. Neem voor deze specifieke situaties contact met ons op.

Uw lening bij de bank bestond al op 31 december 2012 en wordt dus aangemerkt als oude eigenwoninglening. U hoeft voor deze lening niet te voldoen aan de aflossingseis. Als u de lening bij de bank (gedeeltelijk) oversluit naar uw eigen bv, blijft ook dit deel aangemerkt als oude eigenwoninglening. U hoeft dus ook voor de lening bij uw bv dan niet te voldoen aan de aflossingseis.

Let op! Volgens de wettelijke bepalingen heeft u bij aflossing bij de bank in 2015 tot eind 2016 om zonder aflossingseis een nieuwe lening aan te gaan. Deze ruime tijdsbepaling zegt alleen iets over de aflossingseis. Dit betekent dat u voor de nieuwe lening altijd wel moet kunnen laten zien dat deze is aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning. 

Tip! Als uw bv de lening rechtstreeks aflost bij de bank zal hierover in ieder geval geen discussie kunnen ontstaan met de Belastingdienst. 

Past u de RDA toe? Kijk dan uit voor de RDA-beschikking

De RDA (Research en Development Aftrek) bezorgt u onder voorwaarden een extra aftrekpost van 60% voor kosten en uitgaven met betrekking tot projecten in speur- en ontwikkelingswerk. U ontvangt een RDA-beschikking waarin het RDA-bedrag is opgenomen. Dit bedrag is een aftrekpost voor uw aangifte (IB of VPB). Bij realisatie van het project kunnen de kosten afwijken van hetgeen u heeft opgegeven. U kunt in dat geval geconfronteerd worden met een correctie-RDA-beschikking.

Hoe ziet de correctie-RDA-beschikking er uit?

  • Indien de kosten en uitgaven lager zijn dan die in de RDA-beschikking zijn opgenomen, ontvangt u een correctie-RDA-beschikking waarin het verschil wordt gecorrigeerd.
  • Indien de kosten en uitgaven hoger zijn dan die in de RDA-beschikking zijn opgenomen, dan verandert er niets. Het oorspronkelijke RDA-bedrag kan niet worden verhoogd.

U ontvangt maximaal één correctie-RDA-beschikking per jaar. In de correctie-RDA-beschikking staat een correctiebedrag.

Let op! De correctie dient in de aangifte ten laste van de winst te worden gebracht. De dagtekening van de correctie-RDA-beschikking is bepalend voor het jaar waarin dit bedrag in de aangifte verwerkt moet worden. Een onjuiste verwerking kan leiden tot extra belastingheffing en een fiscale boete.

Vrijgesteld schenken aan studerende kinderen

Het verdwijnen van de basisbeurs in het hoger onderwijs plaatst veel ouders voor de vraag of extra bijspringen nodig is. Het Nibud meldt dat het in het nieuwe systeem heel lastig is om een studerend kind schuldenvrij te houden. Stel, uw zoon studeert aan de universiteit en woont op kamers. Hoeveel kunt u uw zoon geven zonder dat hij schenkbelasting moet betalen?

Het standaardbedrag dat u vrijgesteld mag schenken is € 5277 (2015). U kunt dat bedrag jaarlijks schenken aan uw zoon, zonder dat hij daarvoor aangifte schenkbelasting hoeft te doen. Is uw zoon tussen 18 en 40 jaar, dan kunt u in één kalenderjaar vrijgestelde schenkingen geven tot een bedrag van € 25.322 (2015). De vrijstelling van € 5277 is daarnaast dan niet mogelijk.

Let op! Uw zoon moet bij de verhoogde schenkingsvrijstelling binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar aangifte doen bij de belastingdienst met een aangifte schenkbelasting.

Voor woningschenkingen en schenkingen voor dure studies kunt u uw zoon zelfs in één kalenderjaar maximaal € 52.752 (2015) vrijgesteld schenken. Dat is alleen mogelijk als de studie ten minste € 20.000 per jaar kost, exclusief levensonderhoud zoals huisvestingskosten. Voor deze vrijstelling moet u naar de notaris, want de schenking moet notarieel zijn vastgelegd. Die akte moet voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Let op! In de akte moet onder andere staan dat dat de schenking vervalt als het bedrag niet binnen twee jaar na het jaar van de schenking is besteed aan de studie.

Doet u een vrijgestelde studieschenking, dan moeten u en uw zoon bonnetjes bijhouden, waarmee u aantoont dat de schenking daadwerkelijk is gebruikt voor de opleiding of studie.

Let op! Deze vrijstelling geldt alléén voor de financiering van een nieuwe studie of opleiding, dus niet voor de aflossing van bestaande studieschulden.

De eenmalig verhoogde vrijstelling van €52.752 (2015) geldt ook voor een woningschenking, maar kan slechts in één kalenderjaar gebruikt worden. Kies dus of u schenkt voor de woning of een dure studie. Voldoet de studie niet aan de voorwaarden van de vrijstelling, overweeg dan een woningschenking.

Tip Wilt u dat uw kind ook een bedrag van u krijgt dat hij niet hoeft te besteden aan zijn studie? Dan kunt u het vrijgestelde bedrag van € 52.752 ook splitsen. Doe dan in één kalenderjaar een ‘gewone’ verhoogde vrijgestelde schenking van maximaal €25.322 en de vrijgestelde studieschenking tot een bedrag van maximaal € 27.432.

Kan ik nog een aflossingsvrije eigenwoninglening met renteaftrek afsluiten?

In juni 2015 heb ik mijn woning verkocht voor een bedrag van € 300.000. Ik heb deze woning gekocht in 2010 en destijds een aflossingsvrije lening afgesloten van € 300.000. Tot de verkoop van mijn woning was er nog niets afgelost op de lening. De lening is dan ook afgelost met de opbrengst van de verkoop van de woning. Ik ben van plan om in 2016 een nieuwe eigen woning te kopen voor € 500.000. Kan ik nog steeds een aflossingsvrije eigenwoninglening afsluiten of verlies ik dan mijn renteaftrek?

Ja, dat kan gedeeltelijk. Voor dit gedeelte behoudt u uw renteaftrek.

Voor een eigenwoninglening geldt vanaf 2012 dat de rente in principe alleen aftrekbaar is als de lening in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. Naast de aflossingseis geldt de voorwaarde dat de lening is aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning.

Voor een oude eigenwoninglening hoeft u niet aan de eerste voorwaarde, de aflossingseis, te voldoen. Een oude eigenwoninglening is een lening die u op 31 december 2012 al voor uw eigen woning had.

Tip! In een aantal uitzonderingsgevallen wordt een na 31 december 2012 afgesloten lening ook (gedeeltelijk) aangemerkt als oude eigenwoninglening. Neem voor deze specifieke situaties contact met ons op.

De lening op uw verkochte woning bestond al op 31 december 2012 en wordt dus aangemerkt als oude eigenwoninglening. U hoefde voor deze lening dan ook niet te voldoen aan de aflossingseis. Volgens de wettelijke bepalingen heeft u bij aflossing van deze lening in 2015 tot eind 2016 de tijd om zonder aflossingseis een nieuwe lening aan te gaan.

Het saldo van uw oude eigenwoninglening was vlak voor aflossing € 300.000. Nu u in 2016 een nieuwe eigenwoninglening aangaat, kan deze tot een bedrag van € 300.000 aflossingsvrij zijn zonder dat u uw renteaftrek verliest. Het restant van de lening (€ 200.000) zal in maximaal 30 jaar volledig en ten minste annuïtair moeten worden afgelost om voor renteaftrek in aanmerking te komen.

Let op! U moet wel kunnen laten zien dat de lening is aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van de eigen woning. Deze voorwaarde geldt zowel voor het aflossingsvrije als voor het annuïtaire gedeelte van de lening. 

Nieuwe dagloongarantieregeling per 1 juli

Het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen is per 1 juli jl. op een aantal punten gewijzigd. Deze wijziging ziet ook op de dagloongarantieregeling. De bedoeling van deze regeling is dat werkhervatting tegen een lager loon, waaruit later een nieuw uitkeringsrecht ontstaat, niet leidt tot een lagere uitkering. Om voor de dagloongarantieregeling in aanmerking te komen is het niet langer nodig eerst werkloos te worden.

De voorwaarden voor toepassing van deze garantieregeling bij van-werk-naar-werk situaties zijn de volgende:

  • de eerdere dienstbetrekking moet minimaal één jaar hebben geduurd;
  • aansluitend op de beëindiging van de eerdere dienstbetrekking is/zijn één of meerdere dienstbetrekkingen aangegaan waardoor er geen WW-recht is ontstaan;
  • de latere dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden moet zijn geëindigd binnen 54 weken na het einde van de eerdere dienstbetrekking.

Ook de garantiedagloonregeling bij van WW-naar-werk is gewijzigd:

  • de eerdere baan op basis waarvan het garantiedagloon zou gelden moet minimaal één jaar hebben geduurd;
  • uit deze baan moet recht zijn geweest op een WW-uitkering;
  • de WW-uitkering moet zijn geëindigd als gevolg van het feit dat het loon in de nieuwe dienstbetrekking meer bedraagt dan 87,5% van het maandloon van de WW-uitkering;
  • het eerdere recht herleeft niet;
  • het nieuwe recht moet zijn ontstaan binnen 12 maanden na de eerste WW-dag van het beëindigde recht.

Let op! Per 1 juli 2015 is de dagloongarantie heringevoerd voor ‘van-werk-naar-werk’-situaties. Dit is dus aan de orde bij degradatie en bij herplaatsing in een andere passende lager betaalde functie. 

Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop!

Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht

Bij de overdracht van een persoonlijke onderneming moet u rekening houden met belastingclaims. Inkomstenbelasting is aan de orde als de overdrager bij de bedrijfsoverdracht fiscale winst realiseert. Dat is het geval als de onderneming wordt verkocht voor meer dan de fiscale boekwaarde. De overdrager realiseert dan stille reserves in vermogensbestanddelen en/of goodwill in de onderneming. Daarover betaalt de overdrager het progressieve belastingtarief in box 1.

Let op!bij bedrijfsoverdracht moet u ook rekening houden met de desinvesteringsbijtelling. Dat is een fiscale winstpost waarmee investeringsaftrek uit de laatste vijf jaar wordt gecorrigeerd, als voor meer dan € 2300 euro wordt gedesinvesteerd. Ook vallen de fiscale reserves (herinvesteringsreserve, kostenegalisatiereserve en de oudedagsreserve) vrij bij de bedrijfsoverdracht.

Wordt een onderneming verkocht met onroerende zaak (bedrijfspand) op de balans? 

Dan moet de overnemer overdrachtsbelasting betalen. En schenkt de overdrager de onderneming of verkoopt hij de onderneming voor een te laag bedrag? Dan moet de overnemer schenkbelasting betalen. Er zijn vrijstellingen en betalingsregelingen, maar daarvoor gelden voorwaarden. Die worden hierna globaal besproken.

Tip: De overdrager van een persoonlijke onderneming kan belastingheffing over de stakingswinst beperken door een premie te betalen voor een zogenoemde stakingslijfrente, of door premies te storten op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht. De lijfrentepremie komt dan in aftrek op de belaste winst. Ook kan de overdrager op deze manier de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente.

Is sprake van de overdracht van een bv en is de verkoopprijs hoger dan de verkrijgingsprijs van de aandelen? Dan geniet de overdrager inkomen uit aanmerkelijk belang. Daarover moet hij 25% belasting betalen in box 2.

Tip: De directe inkomstenbelastingheffing in box 2 bij verkoop van de aandelen kunt u voorkomen met een holdingstructuur. 

Bedrijfsopvolging in de inkomstenbelasting – persoonlijke onderneming

Een beste manier om inkomstenbelasting te besparen bij bedrijfsoverdracht is er niet. Het hangt af van de omstandigheden. Kijkend naar het familiebedrijf, dan zal vaak sprake zijn van een bekende die het bedrijf overneemt. Iemand die al in het bedrijf meewerkt. Er moet dan worden gekozen tussen afrekenen of doorschuiven.

Afrekenen

Afrekenen betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en de stakingswinst opgeeft aan de fiscus. Hij rekent zijn inkomstenbelastingclaim af met de fiscus. Hij mag € 3630 stakingsaftrek van zijn winst aftrekken. Of de bedrijfsoverdrager daadwerkelijk inkomstenbelasting betaalt, hangt af van de omvang van zijn stakingswinst, de stakingslijfrentepremie- en de stakingsaftrek.

Onverrekende verliezen

Afrekenen bij bedrijfsoverdracht kan bijvoorbeeld fiscaal voordelig zijn, als de bedrijfsoverdrager nog onverrekende verliezen heeft die hij kan verrekenen met de stakingswinst of als hij de stakingswinst kan omzetten in een lijfrente. De bedrijfsoverdrager betaalt op het moment van de bedrijfsoverdracht geen inkomstenbelasting, terwijl de bedrijfsopvolger kan afschrijven over de hogere werkelijke waarde van de onderneming, in plaats van over de overgenomen fiscale boekwaarde. Ook heeft de bedrijfsopvolger dan investeringsaftrek en mag hij – als hij starter is – willekeurig afschrijven. 

Tip: Verkoopt de overdrager zijn persoonlijke onderneming aan een natuurlijke persoon en blijft die de koopsom schuldig? Dan kan de overdrager kiezen voor maximaal tien jaar renteloos uitstel van betaling van de inkomstenbelastingclaim. Hij moet dan wel de inkomstenbelasting in gelijke jaarlijkse delen aan de fiscus betalen. Voor de overnemer zijn er de hiervoor beschreven voordelen. Om het uitstel van betaling moet worden verzocht en er moet zekerheid worden gesteld.

Doorschuiven

Doorschuiven betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en dat de bedrijfsopvolger de inkomstenbelastingclaim van de bedrijfsoverdrager overneemt. De waarde van het bedrijf wordt op hetzelfde bedrag bepaald als bij afrekenen, maar de (contante waarde van de) overgedragen inkomstenbelastingclaim komt er nog op in mindering. Deze variant heet doorschuiven, omdat de bedrijfsopvolger in deze variant de onderneming in zijn fiscale winstaangifte opgeeft op de fiscale boekwaarde van de overgenomen onderneming.

Tip: Heeft u iemand op het oog aan wie u de zaak wil doorschuiven? Dat kan alleen als die persoon al 36 maanden mede-ondernemer is (maat of firmant) of medewerker (werknemer). Laat uw bedrijfsopvolger daarom als mede-ondernemer of werknemer ten minste 36 maanden meedraaien in het bedrijf.

De bedrijfsopvolger gaat na de doorschuiving afschrijven over de fiscale boekwaarde van de onderneming. Zijn fiscale winst ten opzichte van de variant Afrekenen zal dus hoger zijn. Hij heeft geen recht op willekeurige afschrijving en als hij binnen drie jaar staakt heeft hij geen recht op stakingsaftrek. 

Let op!Bij doorschuiving heeft de inkomstenbelastingclaim grote invloed op de overnamesom. De waardering van de inkomstenbelastingclaim hangt echter af van vele variabelen zoals looptijd en rentepercentage, waarover bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer verschillend kunnen denken. Doorschuiving moet daarom ‘passen’ bij de personen van de bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer.

Of u nou kiest voor afrekenen of doorschuiven, er zijn veel voorwaarden aan verbonden waar u rekening mee moet houden. Voor een afgewogen beslissing, overleg met een van onze adviseurs. 

Firma als opvolgingsinstrument

Als u uw persoonlijke onderneming liever niet in een keer overdraagt, maar de bedrijfsopvolging wilt blijven begeleiden, dan kunt u dat doen met een firma. Daarin kunt u beherend vennoot blijven (‘op de bok’) of op de achtergrond als commanditair vennoot (‘geldschieter’). 

Uw bedrijfsopvolger wordt vennoot in de firma en u spreekt een winstverdeling af die past bij ieders vermogensinbreng en arbeidsinbreng. Vervolgens kunt u uw aandeel in de firma overdragen aan uw bedrijfsopvolger, in een keer of in fases. 

Tip: Heeft u een onderneming met veel vermogen, maar relatief weinig geld (liquiditeit)? Dan kan de firma voor u een oplossing zijn als opvolgingsinstrument. U blijft dan in de firma zitten als geldschieter (kapitaalverschaffer). Uw bedrijfsopvolger kan de bedrijfsopvolging dan beter financieren. Let ook op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting (zie hierna).

Zorg ervoor dat u afspraken over bedrijfsopvolging vastlegt in de samenwerkingsovereenkomst. Met afspraken over de toedeling van het vermogen regelt u dat de onderneming bij verbreking van de samenwerking kan worden voortgezet door de bedrijfsopvolger. Deze afspraken worden wel voortzettings-, verblijvens-, toescheidings-  en overnemingsbedingen genoemd. Kern van deze bedingen is dat in de samenwerkingsovereenkomst afspraken worden gemaakt over de voortzetting van de onderneming en het ondernemingsgebonden vermogen bij uittreden van één van de firmanten.

Andere overdrachtsvormen

Als de financierbaarheid van de overname een probleem is, dan komen in de praktijk de volgende alternatieven voor:

  • verhuur van de gehele onderneming;
  • huurverkoop van de onderneming;
  • overdracht van de onderneming tegen een winstrecht;
  • overdracht van de onderneming tegen een lijfrente.

Een combinatie is ook mogelijk, door bijvoorbeeld de overdrachtsprijs deels in een vast bedrag en deels in een winstrecht vast te stellen. Het voert te ver om in deze advieswijzer al deze overdrachtsvormen te bespreken. Laat u voorlichten en begin tijdig met (de voorbereiding van) uw bedrijfsopvolging.

Bedrijfsopvolging in de inkomstenbelasting – Besloten vennootschap

Heeft u een onderneming in de vorm van een bv, realiseert u  zich dan dat bij overdracht van de aandelen een vervreemdingsvoordeel ontstaat. Dat is het verschil tussen de verkrijgingsprijs van uw aandelen en de verkoopprijs of waarde bij overdracht van de aandelen. U betaalt over dat verschil 25% inkomstenbelasting. 

Ook als u de aandelen schenkt of voor een lagere dan zakelijke prijs verkoopt, wordt de vervreemdingswinst berekend over de volle waarde van de aandelen. Wel geldt dan een vrijstelling voor de schenkbelasting (zie hierna).

Tip:Als uw bedrijfsopvolger de koopsom schuldig blijft, heeft u onder voorwaarden recht op een renteloze betalingsregeling van maximaal tien jaar voor de inkomstenbelastingclaim. Voorwaarde is onder andere dat de bezittingen van de bv voor minder dan 30% uit beleggingen bestaan. De bedrijfsoverdrager moet om uitstel van betaling verzoeken en zekerheid stellen.

Schenkt u aandelen, dan kunt u niet verzoeken om een betalingsregeling voor de inkomstenbelastingclaim. 

Andere overdrachtsvormen

Om deze afrekening bij de overdracht te voorkomen kiezen de meeste ondernemers met een BV voor een holdingstructuur. Heeft u namelijk een holding die de aandelen van de werk-bv houdt, dan hoeft de holding over de overdrachtswinst op de aandelen niet af te rekenen. Dat komt door de deelnemingsvrijstelling. De ontvangen verkoopprijs van de aandelen kan de holding ter belegging blijven aanhouden. Pas bij uitkering aan u als aandeelhouder moet u over het dividend 25% inkomstenbelasting betalen. 

Tip:Een holdingstructuur werkt goed als u uw onderneming voor een reële prijs wilt verkopen aan uw bedrijfsoverdrager. 

Let op! Als u uw onderneming wilt schenken of verkopen voor een lagere dan reële prijs, dan kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de bedrijfsopvolgingsregeling voor de schenk- en erfbelasting (zie hierna). Wel moet u dan ook de inkomstenbelastingclaim afrekenen. Als u de aandelen verkoopt maar de overnemer de koopsom schuldig blijft, kunt u verzoeken om een betalingsregeling van tien jaar. 

Tip:Heeft u veel beleggingsvermogen in uw holding en/of werk-bv en wilt u de aandelen schenken? Zonder uw beleggingsvermogen dan af, al dan niet in een vrijgestelde beleggingsinstelling. U maakt daarmee de bestaande aandelen (in de holding) lichter en geschikt voor schenking, terwijl u door de herstructurering directe fiscale claims over het beleggingsvermogen voorkomt.

Bedrijfsopvolging met onroerende zaken – Overdrachtsbelasting

Gaan er bij de bedrijfsoverdracht in de vorm van de overdracht van de activa en passiva een of meer onroerende zaken over, let dan op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. De bedrijfsopvolger die de onroerende zaken overneemt, moet 6% overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de overgenomen bedrijfsonroerende zaken. Er zijn bij bedrijfsoverdracht echter enkele vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting.

Vrijstellingen overdrachtsbelasting

Bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming in de familiesfeer geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat is het geval bij bedrijfsoverdracht aan kinderen, kleinkinderen, broers, zusters, of echtgenoten van deze personen. Het moet gaan om de overdracht (en voortzetting) van de gehele onderneming, al dan niet in fasen.

Gaat de bedrijfsoverdrager een samenwerkingsverband aan met zijn bedrijfsopvolger, dan geldt onder voorwaarden een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de inbreng van de onderneming met onroerende zaken in het samenwerkingsverband. Bij de verdeling van het vermogen van een samenwerkingsverband, geldt een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de toedeling van de onroerende zaak aan de oorspronkelijke inbrengers, als de onroerende zaak vrijgesteld van overdrachtsbelasting was ingebracht. 

Let op! Heeft u een of meer onroerende zaken op de ondernemingsbalans staan? Let dan bij bedrijfsopvolging op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. Overdrachtsbelasting kan vaak worden voorkomen bij bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer of door de onroerende zaken niet in te brengen (buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen). 

Tip: Regel de bedrijfsopvolging ook in uw testament. Door uw bedrijfsopvolger uw onderneming te geven bij uw overlijden, ontvangt uw bedrijfsopvolger de onderneming als ‘erfrechtelijke verkrijging’. Die is onbelast voor de overdrachtsbelasting. Bij zo’n testamentaire regeling kunt u ook bepalen dat uw bedrijfsopvolger een bedrag moet betalen aan de overige erfgenamen (‘legaat tegen inbreng’).

Overdrachtsbelasting kan ook aan de orde zijn bij de overdracht van aandelen in een bv die een onroerendezaaklichaam is. Dat is het geval als de bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken, voor meer dan 30% uit Nederlandse onroerende zaken en de onroerende zaken beleggingsvermogen zijn. Kort gezegd moet de verkrijger van de aandelen dan overdrachtsbelasting over de waarde van de onroerende zaken betalen als hij ten minste eenderde aandelenbelang heeft of verkrijgt. 

Bedrijfsopvolgingsregeling – Schenkbelasting

De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet is van toepassing bij het schenken of vererven van het vermogen van een persoonlijke onderneming (zoals een eenmanszaak of firma-aandeel) én bij aanmerkelijk-belangaandelen in een actieve bv. Om hiervan gebruik te maken moet u bij de Belastingdienst een verzoek indienen. Dat doet u in de aangifte schenkbelasting, die u indient binnen twee maanden na het jaar waarin u de onderneming of aandelen heeft overgedragen gekregen.

Vrijstelling

De vrijstelling wordt toegepast op de going-concernwaarde. Als de liquidatiewaarde hoger is, dan is het verschil tussen de liquidatiewaarde en de going-concernwaarde vrijgesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor kapitaalintensieve bedrijven met een relatief laag rendement. De going-concernwaarde is vrijgesteld tot een bedrag van € 1.055.022, daarboven geldt een vrijstelling van voor 83%.

Betalingsregeling

Is de going-concernwaarde hoger dan de vrijstelling, dan kan de verkrijger kiezen voor tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de schenkbelasting over de belaste waarde. 

Bezitseis en voortzettingseis

De schenker moet de onderneming op het moment van de schenking de onderneming ten minste vijf jaar zelf hebben gedreven en de voortzetter moet de onderneming minstens vijf jaar voortzetten. Bij schenking van aandelen moeten deze vijf jaren tot het aanmerkelijk belang van de schenker hebben behoord. Voldoet de voortzetter niet aan de voortzettingseis, dan moet hij alsnog schenkbelasting betalen over de verkregen onderneming.

Ondernemingsvermogen

De vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting geldt voor het ondernemingsvermogen. Bij een persoonlijke onderneming is dat het vermogen van de onderneming, zoals dat op de balans staat. Duurzaam beleggingsvermogen telt hierbij niet mee, want dat hoort niet thuis op de ondernemingsbalans. Bij bv’s is de faciliteit beperkt tot het ‘echte’ ondernemingsvermogen in de bv plus beleggingsvermogen voor een waarde van 5% van het ondernemingsvermogen. De schenker of erflater moet bovendien een aanmerkelijk belang (tenminste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal) in de bv hebben. Aandelen in een beleggings-bv tellen niet mee. 

Bij een holdingstructuur kan het ondernemingsvermogen geconsolideerd worden beoordeeld. Dat houdt in dat het ondernemingsvermogen aan de holding kan worden toegerekend, waardoor de vrijstelling toch van toepassing is bij schenking van de aandelen van de holding. De uiteindelijk aandeelhouder moet dan wel een indirect aanmerkelijk belang (ten minste 5%) in de werk-bv hebben. 

Ook op het terbeschikkinggestelde vermogen kan de vrijstelling van toepassing zijn. Verhuurt u bijvoorbeeld als directeur-grootaandeelhouder een pand aan uw bv en schenkt u het pand en de aandelen aan uw opvolger, dan is op het pand en de aandelen de vrijstelling van toepassing. 

Tip: Overweegt u om uw bedrijf te schenken aan uw bedrijfsopvolger, of te verkopen voor een lagere dan volle zakelijke prijs? Ga dan na of in uw situatie wordt voldaan aan de voorwaarden van de bedrijfsopvolgingsregeling. 

Let op! Denk bij schenking van uw bedrijf ook aan de mogelijke erfrechtelijke gevolgen. Door een schenking van uw bedrijf kunnen uw kinderen die het bedrijf niet voortzetten worden benadeeld in hun legitieme portie. Ga daarom ook na of er erfrechtelijke gevolgen zijn verbonden aan de bedrijfsopvolging en tref regelingen in uw testament.

Tot slot

Start tijdig met de fiscale voorbereiding van de bedrijfsoverdracht. Reken zeker op een voorbereidingsperiode van zo’n vijf jaar. Zo zult u tijdig moeten nadenken over de juiste ondernemingsstructuur, omdat u hiermee belastingclaims kunt voorkomen of beperken. De fiscale regelingen waarop u bij bedrijfsoverdracht een beroep kunt doen zijn complex en bevatten veel voorwaarden. Bij een bedrijfsoverdracht in de familiesfeer kan de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet een fors fiscaal voordeel opleveren. De regeling kan veel vaker worden toegepast dan veel ondernemers denken. Vrijwel altijd vergt een bedrijfsoverdracht ook uitwerking in de samenwerkingsovereenkomst (bij samenwerkende ondernemers), de aandeelhoudersovereenkomst, statuten (bij een bv) en het testament. Neem voor het uiteen zetten van de beste opties contact met ons op.