Boeterente op eigenwoningschuld aftrekbaar

Boeterente die de bank u in rekening brengt omdat u uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) aflost, oversluit of wijzigt, is aftrekbaar. Dat geldt ook voor de boeterente die bij rentemiddeling wordt ‘uitgesmeerd’.

Normaal gesproken is de boeterente die u in één keer betaalt bijvoorbeeld bij het oversluiten van uw hypotheek voor de eigen woning aftrekbaar in uw aangifte inkomstenbelasting. In de praktijk bestaat echter onduidelijkheid over hoe om te gaan met de boeterente in geval van rentemiddeling.

Rentemiddeling

Door de lage hypotheekrente kiezen steeds meer woningeigenaren ervoor om hun hypotheek open te breken en deze tegen een lagere rente opnieuw vast te zetten. Biedt uw bank hiervoor rentemiddeling aan, dan hoeft u de in rekening gebrachte boeterente niet in één keer te betalen. De boeterente wordt dan ‘uitgesmeerd’ over de nieuwe rentevaste periode. Met een opslag wordt die boeterente verdisconteerd in de nieuwe lagere hypotheekrente.

Onlangs is duidelijk geworden dat ook de boeterente ingeval van rentemiddeling aftrekbaar is, mits dit een reële vergoeding betreft voor het renteverlies dat de bank lijdt vanwege het (gedeeltelijk) aflossen, wijzigen of oversluiten van een eigenwoninglening.

Let op! Andere opslagen die de bank voor de rentemiddeling in rekening brengt zijn niet aftrekbaar, tenzij het totaal van die opslagen verwaarloosbaar is (niet meer dan 0,2%). Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor het risico van vroegtijdig volledig aflossen van de eigenwoningschuld bij verkoop.

Tip: Heeft u de afgelopen jaren boeterente door middel van rentemiddeling betaald, heeft u deze niet in aftrek gebracht en is de aanslag inkomstenbelasting inmiddels definitief, neem dan contact met ons op. Mogelijk komt u alsnog in aanmerking voor een ambtshalve vermindering.

The post Boeterente op eigenwoningschuld aftrekbaar appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Werkkostenregeling en vergoedingen aan vrijwilligers

Onze organisatie heeft naast betaalde krachten een groot aantal vrijwilligers. Deze vrijwilligers ontvangen een kleine maandelijkse vergoeding. Is deze vergoeding onbelast of moet ik deze eerst aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte? En hoe behandel ik een kerstpakket voor een vrijwilliger of een bedrijfsuitje waaraan een vrijwilliger deelneemt?

Voor vrijwilligers geldt een speciale vrijwilligersregeling waarbinnen onbelaste vergoedingen mogelijk zijn. Of de vergoedingen belast of onbelast zijn, is afhankelijk van:

  • de kwalificatie van uw organisatie;
  • het antwoord op de vraag of de vrijwilliger een arbeidsovereenkomst met u heeft of de werkzaamheden voor zijn beroep doet en;
  • de hoogte van de vergoeding.

Kwalificatie van uw organisatie

De speciale vrijwilligersregeling kan alleen worden toegepast als uw organisatie:

  • niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld, of;
  • een ANBI is, of;
  • een sportvereniging of sportstichting is.

Arbeidsovereenkomst of beroep

Doet de vrijwilliger de werkzaamheden voor uw organisatie voor zijn beroep of is sprake van een arbeidsovereenkomst tussen uw organisatie en de vrijwilliger, dan kan de speciale vrijwilligersregeling ook niet worden toegepast.

Vrijwilligersvergoeding

Ten slotte geldt de speciale vrijwilligersregeling alleen als de vrijwilliger uitsluitend vergoedingen en verstrekkingen ontvangt van maximaal € 4,50 per uur met een maximum van € 150 per maand en € 1500 per jaar.

Let op! Is de vrijwilliger jonger dan 23 jaar dan geldt een maximale uurvergoeding van € 2,50.

Vrijwilligersregeling en werkkostenregeling

Als voldaan is aan alle drie de voorwaarden en de speciale vrijwilligersregeling kan worden toegepast, wordt de vrijwilliger geacht niet in dienstbetrekking werkzaam te zijn bij uw organisatie. De vergoedingen en verstrekkingen zijn dan onbelast. U hoeft dan ook geen loonheffing in te houden.

Er is dan geen sprake van loon en de vergoedingen tellen daarom ook niet mee voor de loonsom waarover de vrije ruimte wordt berekend. Het is verder niet nodig en ook niet mogelijk om de vergoedingen en verstrekkingen aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte.

Let op! De waarde van een kerstpakket en/of een bedrijfsuitje telt mee voor de grenzen van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. Het is dus niet mogelijk om € 1500 vergoeding per jaar te geven en daarnaast nog een kerstpakket en/of een bedrijfsuitje. Gebeurt dit wel, dan kan uw organisatie vanwege overschrijding van de vrijwilligersvergoeding de speciale vrijwilligersregeling niet toepassen.

Vrijwilligersregeling niet van toepassing

Kunt u de vrijwilligersregeling niet toepassen bijvoorbeeld vanwege overschrijding van de vrijwilligersvergoeding, dan zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of er sprake is van een dienstbetrekking. Uw adviseur kan u hierover meer vertellen.

Tip: Als sprake is van een dienstbetrekking dan hoeft dit niet te betekenen dat ook daadwerkelijk loonheffing ingehouden moet worden. Ga in dat geval na welke onkosten uw vrijwilligers maken en of deze onder bijvoorbeeld een gerichte vrijstelling gebracht kunnen worden (denk hierbij bijvoorbeeld aan reiskosten). Over het algemeen maken vrijwilligers dusdanig veel onkosten dat de volledige vergoeding hiermee al gedekt kan worden.

The post Werkkostenregeling en vergoedingen aan vrijwilligers appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Vereenvoudiging informatieplicht eigenwoningschuld

Met ingang van 1 januari 2016 wijzigt een aantal fiscale maatregelen met betrekking tot de eigen woning. Zo wordt het bijvoorbeeld eenvoudiger om aan de informatieplicht voor uw eigenwoningschuld te voldoen. Dat is goed nieuws voor iedereen die bij een familielid of bijvoorbeeld zijn of haar eigen bv geld geleend heeft voor de eigen woning.

Informatieplicht

Heeft u een eigenwoninglening waarvoor een annuïtaire aflossingseis geldt en is deze lening niet afgesloten bij een bank, verzekeraar of andere financiële instelling, dan heeft  u een informatieplicht.

Tip: De informatieplicht geldt bijvoorbeeld als u geld geleend heeft voor uw eigen woning bij uw bv of bij een familielid.

De verschillende momenten en de wijze waarop u aan uw informatieplicht moet voldoen wijzigen met ingang van het belastingjaar 2016. Vanaf dat moment verstrekt u alle gegevens waarvoor de informatieplicht geldt in uw aangifte inkomstenbelasting. Dat is goed nieuws omdat u op deze manier ook niet meer kunt vergeten om aan uw informatieplicht te voldoen.

Tip: De informatieplicht geldt niet voor uw oude eigenwoninglening bij bijvoorbeeld uw bv die nog onder de oude regels valt. Over het algemeen zijn dit leningen die al bestonden op 31 december 2012 en waarvoor u geen aflossingsverplichting heeft. Overleg met uw adviseur of uw lening aan deze voorwaarde voldoet.

Overgangsregeling periode tot 1 januari 2016

De nieuwe manier van informatieplicht is van toepassing op alle schulden die zijn aangegaan na 31 december 2015 en voor wijzigingen tijdens de looptijd die zich voordoen vanaf 1 januari 2016. Informatieverstrekking die betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2016 blijft lopen via het bestaande informatieformulier. Dit betekent dat u informatie over een afgesloten lening in 2015 via dit informatieformulier moet verstrekken uiterlijk bij de aangifte inkomstenbelasting 2015. Dient u de aangifte inkomstenbelasting 2015 in na 31 december 2016, dan is de uiterste termijn voor het verstrekken van de informatie 31 december 2016. Is er in 2015 iets gewijzigd in de rente, de looptijd of de aflossing van de in de periode voor 2015 afgesloten lening,  dan bent u verplicht van deze wijziging melding te maken uiterlijk 31 januari 2016.

Tip: De Staatssecretaris heeft aangekondigd deze termijn bij besluit op te rekken van 31 januari 2016 naar 31 december 2016.

De maatregelen zijn nog niet definitief. De Tweede Kamer is al akkoord, maar de Eerste Kamer moet nog haar goedkeuring geven.
The post Vereenvoudiging informatieplicht eigenwoningschuld appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Kan ik onbelast werkkleding vergoeden aan mijn werknemer?

Voor werkkleding geldt een nihilwaardering. Dit betekent dat de verstrekking van werkkleding onbelast kan. Dit geldt niet voor een vergoeding voor werkkleding. Een vergoeding is individueel belast bij uw werknemers, tenzij u de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. De vergoeding is dan belast tegen 80% eindheffing als deze tezamen met alle overige aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen hoger is dan 1,2% van uw totale fiscale loonsom.

Op nihilgewaardeerde werkkleding

De nihilwaardering geldt voor de volgende kleding:

  • werkkleding die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens het werk te dragen;
  • werkkleding die voorzien is van één of meer logo’s met een oppervlakte van samen minimaal 70 cm2;
  • werkkleding die achterblijft op de werkplek.

Let op! De werkkleding die achterblijft op de werkplek moet ook echt achterblijven. Als deze kleding af en toe mee naar huis gaat om gewassen te worden, geldt de nihilwaardering niet. De werkgever zal daarom zorg moeten dragen voor reiniging van deze kleding. Voor deze reiniging geldt dan wel weer de nihilwaardering.

Werkschoenen

Voor werkschoenen is onder voorwaarden wel een onbelaste vergoeding mogelijk. Werkschoenen kunnen gericht vrijgesteld zijn als ze worden aangemerkt als arbovoorziening. Voorwaarde hierbij is:

  • u heeft een arboplan en de werkschoenen maken in redelijkheid deel uit van dit plan;
  • de werknemer gebruikt de werkschoenen ook;
  • de werknemer hoeft geen eigen bijdrage te betalen.

Voldoet u aan deze voorwaarde dan kunt u de werkschoenen onbelast vergoeden als u deze als eindheffingsbestanddeel heeft aangewezen in de vrije ruimte. Onbelast verstrekken of terbeschikkingstellen is dan ook mogelijk.

Voldoet u niet aan de voorwaarden dan kunt u de werkschoenen nog steeds aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. De waarde van de werkschoenen is dan belast tegen 80% eindheffing als deze waarde tezamen met alle overige aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen hoger is dan 1,2% van uw totale fiscale loonsom.

Wijst u de werkschoenen niet aan, dan worden deze individueel belast bij uw werknemers.

 

Uw inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor 2016

Niet alleen het maximumbijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) gaat omhoog per 1 januari 2016, maar ook het percentage van de ‘lage’ inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. De dga of de ondernemer in de inkomstenbelasting is volgend jaar dan ook meer kwijt aan de Zvw.

Als dga bent u meestal niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Voor u geldt in 2016 een lage bijdrage van 5,50% (2015: 4,85%) over een maximumbijdrageloon van € 52.763 (2015: € 51.976). Deze bijdrage geldt ook voor de ondernemer in de inkomstenbelasting. De lage inkomensafhankelijke bijdrage Zvw kan niet meer bedragen dan € 2.901.

Let op! Werkgevers betalen in 2016 voor hun werknemers de hoge inkomensafhankelijke bijdrage Zvw – de zogenoemde werkgeversheffing Zvw –  van 6,75% (2015: 6,95%) over een maximumbijdrageloon van € 52.763 (dit was € 51.976 in 2015).

 

Dubbele vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning

Kapitaalverzekering eigen woning

Voor een kapitaalverzekering eigen woning geldt een vrijstelling bij uitkering. Deze vrijstelling geldt per belastingplichtige en is niet overdraagbaar. Dit betekent dat feitelijk alleen van de dubbele vrijstelling gebruikt gemaakt kan worden als beide partners recht hebben op de uitkering. In de praktijk blijkt vaak niet aan deze voorwaarde te zijn voldaan en is maar sprake van één begunstigde. Dit heeft tot gevolg dat, tenzij de begunstiging wordt aangepast, slechts gebruik gemaakt kan worden van de vrijstelling van één partner.

Vanaf 1 januari 2016 wijzigt dit. Fiscale partners kunnen dan bij de aangifte inkomstenbelasting een gezamenlijk verzoek doen om de uitkering voor de helft bij iedere partner mee te nemen. Iedere partner kan dan op zijn deel van de uitkering zijn eigen vrijstelling toepassen.

Tip: Het is niet langer nodig om de begunstiging te wijzigen. Hetzelfde resultaat kan bereikt worden door een gezamenlijk verzoek in de aangifte inkomstenbelasting.

Terugwerkende kracht

Heeft u in het verleden geen gebruik kunnen maken van de dubbele vrijstelling omdat er sprake was van slechts één begunstigde, dan is er goed nieuws. De staatssecretaris heeft aangekondigd voor gevallen die zich voor 1 januari 2016 hebben voorgedaan eenzelfde tegemoetkoming te regelen. Dit betekent dat u voor de jaren 2010 tot en met 2015 hier nog een beroep op kunt doen.

Let op! Voor het jaar 2010 moet u wel snel zijn. Uw verzoek om toepassing van de vrijstelling moet voor dat jaar uiterlijk 31 december 2015 bij de Belastingdienst binnen zijn, anders neemt de Belastingdienst het verzoek niet meer in behandeling.

De maatregelen zijn nog niet definitief. De Tweede Kamer is al akkoord, maar de Eerste Kamer moet nog haar goedkeuring geven.

 

Hoeveel korting kan ik onbelast geven aan mijn werknemers?

Mijn werknemers ontvangen een korting op producten uit ons eigen bedrijf van 25% van de consumentenprijs. Onze vaste klanten ontvangen standaard een korting van 5% van de consumentenprijs. Is de korting voor mijn werknemers belast of onbelast?

Dat is afhankelijk van de hoogte van de totale korting op jaarbasis.

Als uw werknemers een korting krijgen die anderen (niet-werknemers) ook krijgen, dan vormt deze korting geen loon en raakt deze de werkkostenregeling niet. De standaardkorting van 5% die uw vaste klanten ook krijgen, vormt daarom voor uw werknemers geen loon.

Gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten

Voor de overige korting geldt een gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten. Onder deze vrijstelling kunnen uw werknemers een gericht vrijgestelde korting krijgen van maximaal 20% van de consumentenprijs van het product met een maximum van € 500 per werknemer per kalenderjaar. De door u gegeven korting van 20% (dat is de korting na vermindering van de standaardkorting voor vaste klanten) valt binnen deze gerichte vrijstelling. Als het totaal bedrag van de kortingen niet meer bedraagt dan € 500 per werknemer per kalenderjaar, zijn de kortingen voor uw werknemer dan ook onbelast.

Let op! Voorwaarde is dat u de korting van 20% van de consumentenprijs aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Doet u dit niet, dan is de volledige korting van 20% bij uw werknemers individueel belast en dus niet vrijgesteld.

Heeft u de korting van 20% van de consumentenprijs aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte, maar bedraagt de totale korting meer dan € 500 per werknemer per jaar? Dan is het meerdere belast tegen 80% eindheffing als dit meerdere tezamen met alle overige aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen hoger is dan 1,2% van uw totale fiscale loonsom.

Twee oplossingsrichtingen voor pensioen in eigen beheer

Oudedagssparen in eigen beheer of uitfaseren (afschaffen) van het eigenbeheerpensioen. Dit zijn de twee richtingen die staatssecretaris Wiebes van Financiën onlangs presenteerde als oplossing voor de knelpunten van het huidige pensioen in eigen beheer. Met een beetje voortvarendheid komt er wellicht per 1 januari 2017 dan toch een eind aan het huidige pensioenopbouw in eigen beheer.

Knelpunten

Het pensioen in eigen beheer kent de nodige kwesties waarvoor al enkele jaren een oplossing wordt gezocht. Een belangrijk knelpunt is het onderscheid tussen de commerciële en fiscale waarderingsregels van het pensioen in eigen beheer. Die waarderingsverschillen beperken bijvoorbeeld het uitkeren van dividend. Op 17 december 2015 verscheen een brief van Staatssecretaris Wiebes met twee oplossingsrichtingen voor de problemen met het eigenbeheerpensioen. Een mogelijke optie is het oudedagssparen in eigen beheer. De tweede mogelijkheid is het afschaffen van pensioen in eigen beheer zonder hiervoor iets anders aan te bieden, oftewel uitfaseren met een afkoopfaciliteit.

Oudedagssparen in eigen beheer

Het oudedagssparen in eigen beheer (OSEB) fungeert als een ‘spaarpotje’ voor uw oude dag. U mag dan jaarlijks een bepaald percentage van uw loon opzij zetten binnen uw bv. Voor uw bv vormt het opgebouwde oudedagsspaarpotje vreemd vermogen. Uw bestaande in eigen beheer opgebouwde pensioenverplichting kan geruisloos tegen fiscale waarde worden omgezet in een oudedagsspaarverplichting. Geruisloos wil zeggen dat er geen loonheffing of vennootschapsbelasting is verschuldigd. Fiscale waarde is de waarde van het opgebouwde pensioen in eigen beheer op de fiscale balans van de bv. Doordat omzetting naar een OSEB geschiedt tegen fiscale waarde ziet u wel gedeeltelijk af van uw opgebouwde pensioenrechten. Voor die omzetting is dan ook instemming vereist van u en uw partner.

Uitfaseren met afkoop

Instemming is ook vereist voor de tweede oplossingsrichting, namelijk het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer. Hiermee komt er een einde aan het in eigen beheer opbouwen van een oudedagsvoorziening. Het in eigen beheer opgebouwde pensioen kan worden afgekocht tegen fiscale waarde. Daarvoor komt een eenmalige afkoopfaciliteit in de vorm van een 80%-regeling. Dat wil zeggen dat u afrekent (u betaalt loonbelasting) over 80% van de fiscale waarde (afkoopsom) van het opgebouwde pensioen in eigen beheer. Verder bent u geen revisierente verschuldigd.

Hoe nu verder?

Er liggen dus twee concrete oplossingsrichtingen voor het pensioen in eigen beheer. De Tweede Kamer is nu aan zet, want er moet een keuze worden gemaakt. Beide oplossingsrichtingen tezamen is wat Staatssecretaris Wiebes betreft geen optie. Mocht de Tweede Kamer vóór 19 februari 2016 kiezen voor hetzij OSEB, hetzij afschaffen van het pensioen in eigen beheer, dan volgt zo snel mogelijk een conceptwetsvoorstel waarin de uiteindelijke oplossing verder is uitgewerkt. De praktijk mag hierop nog reageren. De nieuwe regeling kan dan mogelijk nog ingaan per 1 januari 2017.

WBSO blijft in trek

Veel bedrijven willen ook in 2016 profiteren van de fiscale voordelen van de WBSO. Circa 22.000 aanvragen voor de innovatieregeling zijn inmiddels binnen. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Met ingang van 1 januari 2016 worden de WBSO en de RDA (Research & Developmentaftrek) samengevoegd tot één regeling onder de naam WBSO. Voor beide innovatieregelingen gelden dan dezelfde voordeelpercentages. Die samenvoeging heeft geen windeieren gelegd, want de belangstelling voor de WBSO is onverminderd groot, getuige de circa 22.000 aanvragen voor de regeling in 2016. Omstreeks deze tijd vorig jaar waren er evenveel aanvragen binnen voor de WBSO 2015.

Tip: RVO.nl heeft een handleiding opgesteld voor de WBSO 2016. Deze is terug te vinden op de site van RVO.nl onder publicaties.

WBSO aanvragen voor 2016 is nog steeds mogelijk. Heeft u werknemers in dienst dan moet uw aanvraag volgens vaste regel minstens één kalendermaand voor de start van de innovatiewerkzaamheden binnen zijn bij RVO.nl. Wilt en kunt u vanaf 1 februari 2016 gebruik maken van de WBSO, dien uw aanvraag dan in uiterlijk 31 december 2015. Voor zelfstandige ondernemers geldt deze regel niet. Zij kunnen nog tot en met 1 januari 2016 hun WBSO-aanvraag indienen voor innovatiewerkzaamheden die op die datum starten.

Nieuwe regels dga: regel uw verzekeringsplicht vóór 1 januari 2016