Betaal ik overdrachtsbelasting bij aankoop van een vakantiewoning?

Dat is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Koopt u een nieuwe, nog niet eerder gebruikte vakantiewoning, dan zal hierover 21% btw berekend worden en geldt een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. In alle overige gevallen zal over het algemeen wel overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Het tarief bedraagt, net als bij gewone woningen, 2%.

Let op! Het voorgaande geldt alleen als de vakantiewoning als onroerend wordt aangemerkt. De vakantiewoning is onroerend als deze duurzaam met de grond verenigd is, of in ieder geval naar aard en inrichting, bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. In sommige situaties zal een vakantiewoning roerend kunnen zijn en kunnen andere gevolgen voor de btw en overdrachtsbelasting gelden.

The post Betaal ik overdrachtsbelasting bij aankoop van een vakantiewoning? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Hybride auto nu kopen, auto met 25% bijtelling nog even niet

De bijtelling in verband met het privégebruik van een auto van de zaak gaat in 2017 veranderen. Door deze veranderingen kan het lonen een nieuwe auto nog vóór 2017 aan te schaffen, of juist pas vanaf 2017.

Op dit moment zijn er bij aankoop van een nieuwe auto vier verschillende percentages mogelijk qua bijtelling. Dit wordt vanaf 2017 teruggebracht naar twee. Alleen voor volledig elektrische auto’s gaat een bijtelling gelden van 4%, net als in 2016. Voor alle overige auto’s wordt de bijtelling 22%. Dat betekent vooral voor plugin-hybride auto’s een forse stijging van de bijtelling, namelijk van 15% naar 22%. Voor auto’s waarvoor nu nog een bijtelling geldt van 25%, dit zijn met name duurdere en meer vervuilende auto’s, gaat bij aanschaf van een nieuwe auto vanaf 2017 de bijtelling juist omlaag, namelijk van 25% naar 22%.

Let op! Voor het antwoord op de vraag wat de wijzigingen nu per saldo schelen in de portemonnee, is naast het bijtellingspercentage ook de cataloguswaarde bepalend. Bovendien hangt het ervan af hoe lang met de auto wordt gereden. De bijtelling staat namelijk bij aanschaf voor een periode van vijf jaar vast.

Voorbeeld verhoogde bijtelling:

Voor een plugin-hybride auto van € 40.000 met een bijtelling van nu 15% bedraagt de bijtelling € 40.000 x 15% = € 6.000 per jaar. Als we uitgaan van een belastingtarief van 40,4% (schijf 2 en 3) kost deze auto dus € 6.000 x 40,4% = € 2.424 aan belasting.

Vanaf volgend jaar bedraagt de bijtelling € 40.000 x 22% = € 8.800. Bij een tarief van 40,4% kost de auto dus € 8.800 x 40,4% = € 3.555, ofwel € 1.131 meer. Over een periode van vijf jaar kost de verhoogde bijtelling dus € 1.131 x 5 = € 5.655 meer.

Voorbeeld verlaagde bijtelling:

Voor een auto van € 60.000 met een bijtelling van nu 25% bedraagt de bijtelling € 60.000 x 25% = € 15.000. Bij een tarief van 40,4% is dit € 6.060 aan te betalen belasting. 
Vanaf volgend jaar wordt de bijtelling voor deze auto € 60.000 x 22% = € 13.200. Bij een tarief van 40,4% is dit € 5.333 aan te betalen belasting, ofwel € 727 minder. Over een periode van vijf jaar kost de verlaagde bijtelling dus € 727 x 5 = € 3.635 minder.

Denkt u na over een andere auto van de zaak, dan kan het aantrekkelijk zijn om deze eind december 2016 aan te schaffen. In sommige gevallen loont het juist weer om te wachten tot januari 2017. Overleg over uw persoonlijke situatie met onze adviseurs.

The post Hybride auto nu kopen, auto met 25% bijtelling nog even niet appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Let op btw-gevolgen bij verkopen via internet!

Het aantal verkopen per internet neemt de laatste jaren een grote vlucht en zal voor veel ondernemers aanlokkelijk zijn. Hierdoor wordt het vaak ook eenvoudiger om in het buitenland producten te verkopen. In welk land moet dan de btw worden aangegeven? En wie moet dat doen, de afnemer of de leverancier?

Leveringen aan een particulier

Wanneer de afnemer van het geleverde goed een in het buitenland gevestigde particulier of een ander zonder btw-identificatienummer is, is de levering in Nederland belast met btw. De leverancier geeft deze btw in de Nederlandse btw-aangifte zelf aan. Worden de zogenoemde drempelbedragen overschreden, dan is sprake van een afstandsverkoop naar een ander EU-land. In dat geval is door de Nederlandse leverancier btw verschuldigd in het EU-land waar de afnemer is gevestigd. De Nederlandse leverancier moet zich dan in het EU-land van de afnemer gaan registreren voor btw-doeleinden en aan de btw-verplichtingen van dat land voldoen. Als de particulier buiten de EU woont, is de levering belast met Nederlandse btw.

Leveringen aan een ondernemer

Als de producten via internet aan een binnen de EU gevestigde ondernemer met een btw-identificatienummer worden geleverd en deze producten naar dat andere EU-land worden vervoerd, is sprake van een intracommunautaire levering. Over deze levering is de leverancier in Nederland 0% btw verschuldigd. Wel moet de levering op de btw-aangifte van de Nederlandse leverancier worden aangegeven. Hierover wordt dan geen btw berekend. De afnemer in het andere EU-land moet de btw aangeven en afdragen in zijn eigen land.

Als de afnemer een buiten de EU gevestigde ondernemer is en de goederen naar dat land worden vervoerd, is sprake van export. Over de levering is dan in Nederland 0% btw verschuldigd.

The post Let op btw-gevolgen bij verkopen via internet! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Voorstellen voor Energielijst en Milieulijst 2017

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) doet een oproep aan het bedrijfsleven om voorstellen in te dienen voor de nieuwe Energielijst en Milieulijst van 2017. Een voorstel om één van deze twee lijsten aan te vullen met uw bedrijfsmiddel kan worden ingediend tot uiterlijk 1 september 2016.

Investeert u in een bedrijfsmiddel dat voorkomt op de Energielijst of de Milieulijst dan levert u dat extra fiscaal voordeel op, mits het investeringsbedrag hoger is dan € 2.500. Betreft het een bedrijfsmiddel op de Energielijst, dan komt u in aanmerking voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) waarmee u 58% van het investeringsbedrag extra in mindering kunt brengen op de fiscale winst.

Betreft het een bedrijfsmiddel dat voorkomt op de Milieulijst, dan heeft u recht op de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Afhankelijk van de categorie waarin uw milieu-investering valt, kunt u tot maximaal 36% van het investeringsbedrag in mindering brengen op de fiscale winst. Daarnaast heeft u de mogelijkheid om 75% van de investering willekeurig af te schrijven (VAMIL).

Tip: Naast de MIA of de EIA kunt u ook de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek toepassen. Een combinatie van de EIA en de MIA is echter niet mogelijk.

Voorstellen

Jaarlijks worden de Energielijst en de Milieulijst geactualiseerd. Wilt u graag uw eigen bedrijfsmiddel op één van de lijsten plaatsen, dan kunt u hiervoor een voorstel indienen bij RVO.nl. Hiermee versnelt u de marktintroductie van het nieuwe bedrijfsmiddel. Een voorstel indienen kan tot uiterlijk 1 september 2016.

The post Voorstellen voor Energielijst en Milieulijst 2017 appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Persoonlijke pensioenrekening voor elke Nederlander

Op vrijdag 24 juni 2016 heeft de AFM haar ‘position paper’ voor een toekomstbestendig pensioenstelsel gepubliceerd. Voor een nieuw pensioenstelsel zijn volgens de AFM de volgende drie uitgangspunten van belang:

  1. Een persoonlijke pensioenrekening voor iedere deelnemer. Iemand kan zo vrij eenvoudig zien hoeveel pensioen hij heeft opgebouwd en het pensioen is bij een baanwisseling makkelijker mee te nemen.
  2. Rekening houden met de verschillen tussen deelnemers. Dat kan met name door het hanteren van een individueel en leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid.
  3. Een goede balans tussen keuzevrijheid en bescherming van de deelnemer. Volgens de AFM moet de verplichte pensioenopbouw in ieder geval blijven en mogelijk zelfs worden uitgebreid.

Tip: De ‘position paper: Toekomst pensioenstelsel’ is te vinden op de website van de AFM.

The post Persoonlijke pensioenrekening voor elke Nederlander appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Persoonlijke pensioenrekening voor elke Nederlander

Op vrijdag 24 juni 2016 heeft de AFM haar ‘position paper’ voor een toekomstbestendig pensioenstelsel gepubliceerd. Voor een nieuw pensioenstelsel zijn volgens de AFM de volgende drie uitgangspunten van belang:

  1. Een persoonlijke pensioenrekening voor iedere deelnemer. Iemand kan zo vrij eenvoudig zien hoeveel pensioen hij heeft opgebouwd en het pensioen is bij een baanwisseling makkelijker mee te nemen.
  2. Rekening houden met de verschillen tussen deelnemers. Dat kan met name door het hanteren van een individueel en leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid.
  3. Een goede balans tussen keuzevrijheid en bescherming van de deelnemer. Volgens de AFM moet de verplichte pensioenopbouw in ieder geval blijven en mogelijk zelfs worden uitgebreid.

Tip: De ‘position paper: Toekomst pensioenstelsel’ is te vinden op de website van de AFM.

The post Persoonlijke pensioenrekening voor elke Nederlander appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Kan uw klant met terugwerkende kracht de bv of vof in?

Als uw klant op enig moment besluit de overstap naar een bv te maken, dient hij in beginsel met de fiscus af te rekenen over opgebouwde reserves. Dit kan voorkomen worden door de overgang ‘geruisloos’ te laten verlopen.

De nieuw opgerichte bv start dan met de boekwaarden van de oude onderneming en het afrekenen wordt op de lange baan geschoven. Een voorgenomen overgang brengt echter de nodige voorbereidingen met zich mee, reden waarom er nogal eens terugwerkende kracht aan de geruisloze overgang dient te worden verleend. Dit is onder voorwaarden mogelijk, tot maximaal negen maanden. Een belangrijke voorwaarde is echter dat er met de terugwerkende kracht geen ‘incidenteel fiscaal voordeel’ mag worden behaald.

In een uitspraak van de Hoge Raad is bepaald dat het verschil in fiscaal regime tussen de inkomsten- en de vennootschapsbelasting niet aangemerkt kan worden als een incidenteel fiscaal voordeel. Anders gezegd, de verschillen in belastingheffing tussen de inkomsten- en vennootschapsbelasting zijn nu eenmaal inherent aan beide systemen en daar kunt u gewoon van profiteren. Dat het ene systeem in een bepaalde situatie leidt tot lagere belastingheffing is dan ook niet aan te merken als een incidenteel fiscaal voordeel. Het kan voor de fiscus dus ook geen reden zijn de terugwerkende kracht voor een geruisloze overgang te weigeren.

In een andere zaak heeft de rechtbank Groningen iets soortgelijks besloten omtrent de vof. In die zaak ging het niet om met terugwerkende kracht geruisloos doorschuiven, maar om het met terugwerkende kracht kunnen oprichten van een vof. Ook dit is onder voorwaarden mogelijk, maar ook nu geldt dat dit niet gericht mag zijn op het behalen van incidenteel fiscaal voordeel. De inspecteur vond dat het met terugwerkende kracht kunnen profiteren van ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, is aan te merken als incidenteel fiscaal voordeel. De rechtbank Groningen was het hier niet mee eens en stond de belastingplichtige toe met terugwerkende kracht de vof in te gaan.

De conclusie is dat met deze uitspraken de mogelijkheden om met terugwerkende kracht een bv of vof in te gaan, belangrijk zijn verruimd. Overweegt u een dergelijke stap, neem dan contact op met uw adviseur.

The post Kan uw klant met terugwerkende kracht de bv of vof in? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Te veel of te weinig btw gerekend?

Te veel btw op factuur

Als er op de verkoopfactuur ten onrechte btw of te veel btw in rekening is gebracht, is het noodzakelijk om de factuur te corrigeren. Want u moet de ten onrechte of te veel in rekening gebrachte btw wel afdragen. De Belastingdienst heeft daarvoor twee heffingsmogelijkheden: heffing bij de leverancier en opsteller van de factuur of naheffing wegens ten onrechte genoten aftrek bij de ontvanger van de factuur. Om dit te voorkomen dient door de leverancier een creditfactuur worden opgesteld.

Te weinig btw op factuur

Als er te weinig btw op de verkoopfactuur is vermeld, kan de leverancier dit herstellen door een aanvullende factuur uit te reiken voor de resterende btw. De leverancier is, ook als hij geen aanvullende factuur uitreikt, de te weinig gefactureerde btw wel verschuldigd.

Voorbeeld

Er is een factuur verzonden voor geleverde materialen met een totaalbedrag op de factuur van € 500. Op de factuur is geen btw vermeld. Dit had wel gemoeten. Normaal gesproken zou 21% over € 500 = € 105 aan btw op de factuur moeten zijn vermeld, zodat het totaalbedrag op € 605 komt. Omdat dit niet is gebeurd, stelt de Belastingdienst dat het totaalbedrag op de factuur inclusief btw is. Er wordt dan 21/121 x € 500 = € 86,80 door de Belastingdienst aan btw bij de leverancier nagevorderd.

Let op! Controleer als leverancier én als afnemer altijd of de facturen juist zijn en voldoen aan de factuurvereisten en corrigeer de factuur als dit nodig is. Dit kan naheffing en het opleggen van boetes door de Belastingdienst voorkomen!

The post Te veel of te weinig btw gerekend? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Inhoudingsverbod minimumloon niet voor huisvestings- en zorgverzekeringskosten

Werkgevers mogen ondanks het inhoudingsverbod straks wél huisvestingskosten en de kosten voor een zorgverzekering inhouden op het minimumloon. Daarvoor gelden de nodige voorwaarden en grenzen.

Voorwaarden

Eén van de voorwaarden is een schriftelijke volmachtverlening. De werkgever mag slechts betalingen voor huisvesting en/of de zorgverzekeringspremie in naam van de werknemer verrichten uit het wettelijk minimumloon, als de werknemer hiervoor een schriftelijke volmacht heeft verleend. Ook gelden er diverse kwaliteitseisen aan de woning die een werkgever voor zijn werknemers regelt. Bovendien zal de werkgever de nodige afschriften en bescheiden moeten bewaren. Hiermee zal hij moeten kunnen aantonen dat de betalingen uit het wettelijk minimumloon terecht en niet te hoog zijn. Denk bijvoorbeeld aan een afschrift van de huurovereenkomst of afschriften van de zorgpolis en de polis van de herverzekering van het eigen risico.

Grens voor huisvestingskosten

Via volmachtverlening mag een werkgever straks maximaal 25% van het wettelijk minimumloon gebruiken voor betaling van de huisvestingskosten van de werknemer. Huisvestingskosten zijn in dit verband de huurprijs van de woonruimte, de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en servicekosten. Het percentage van 25 is een maximum. Zijn de daadwerkelijke huisvestingskosten lager dan 25% van het wettelijk minimumloon, dan dient de werkgever ook minder te betalen uit het minimumloon. Is 25% juist niet voldoende om de volledige huisvestingskosten te betalen, dan zal de werknemer het resterende deel zelf moeten betalen.

Let op! Huisvestingskosten van gedetacheerde werknemers die vallen onder de detacheringsrichtlijn en tijdelijk in Nederland arbeid verrichten, kunnen niet via volmacht worden betaald uit het minimumloon.

Grens voor kosten zorgverzekering

Ook voor het betalen van de kosten voor een zorgverzekering uit het wettelijk minimumloon gaat een bovengrens gelden in de vorm van een gemiddelde geraamde premie die verzekerden in een bepaald kalenderjaar betalen voor een zorgverzekering.

De premiebetalingen uit het wettelijk minimumloon die de werkgever via volmachtverlening rechtstreeks voldoet aan de zorgverzekeraar, mogen niet meer bedragen dan deze jaarlijks vast te stellen geraamde nominale premie. Uiteraard mag de werkgever alleen de daadwerkelijke premie voor een zorgverzekering (en de premie ter afdekking van het verplicht eigen risico) voldoen uit het wettelijk minimumloon.

Let op! De uitzonderingen op het inhoudingsverbod voor huisvestingskosten en de kosten voor een zorgverzekering zijn nog niet definitief. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer kunnen zich nog uitspreken over de uitzonderingen en de bijbehorende voorwaarden en grenzen.

The post Inhoudingsverbod minimumloon niet voor huisvestings- en zorgverzekeringskosten appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Minimumarbeidsvoorwaarden voor gedetacheerde werknemers

Buitenlandse bedrijven die hun werknemers tijdelijk werk in Nederland laten verrichten, zijn verplicht om bepaalde minimumarbeidsvoorwaarden toe te kennen. Deze werknemers hebben recht op gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplek als Nederlandse werknemers.

Op 18 juni 2016 is de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie in werking getreden. Doel van de wet is zorgen voor een betere handhaving van de detacheringsrichtlijn. In deze richtlijn is geregeld op welke arbeidsvoorwaarden werknemers van Europese bedrijven recht hebben wanneer zij tijdelijk gaan werken in een andere lidstaat.

Arbeidsvoorwaarden

Voor gedetacheerde werknemers die tijdelijk in Nederland werken, gelden in ieder geval de minimumarbeidsvoorwaarden die volgen uit de Wet minimumloon en vakantiebijslag, de Arbeidstijdenwet, de Arbeidsomstandighedenwet, De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Algemene wet gelijke behandeling. Gaat de buitenlandse werkgever aan de slag in een sector waarin een algemeen verbindend verklaarde cao van toepassing is, dan heeft de gedetacheerde werknemer ook recht op toepassing van bepaalde bepalingen uit deze cao. Het gaat dan om bepalingen als de maximale werktijden en minimale rusttijden en het minimum aantal vakantiedagen.

Tip: Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft informatie opgesteld over de werking van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

Handhaving

De Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie bevat ook diverse maatregelen om ervoor te zorgen dat buitenlandse bedrijven die hun werknemers tijdelijk detacheren in Nederland, zich aan de regels houden. Zo is er een inlichtingenverplichting, een verplichting om bepaalde documenten (bijvoorbeeld arbeidsovereenkomst, loonstrookjes en arbeidstijdenoverzichten) op de werkplek aanwezig te hebben, de verplichting om een contactpersoon als aanspreekpunt aan te wijzen en een meldingsplicht.

Meldingsplicht

De meldingsplicht houdt kort gezegd in dat buitenlandse bedrijven (dienstverrichters) die werknemers naar Nederland detacheren dit vóór aanvang van de werkzaamheden moeten melden. Bij die melding moet een aantal gegevens worden verstrekt over de te verrichten dienst in Nederland en de werknemers die de dienst gaan verrichten.

Let op! De meldingsplicht treedt pas in werking als er een digitaal systeem gereed is waarmee de melding kan worden gedaan.

The post Minimumarbeidsvoorwaarden voor gedetacheerde werknemers appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.