Vrijstelling overdrachtsbelasting bij opvolging familiebedrijf

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) bevat een vrijstelling van schenkbelasting (Successiewet) en een uitstel van inkomstenbelasting voor familiebedrijven. De overdrachtsbelasting blijkt vaak een lastig te nemen hobbel. Een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland biedt echter uitkomst.

Gevolgen voor familie-bv

Als de familie-bv voor een groot deel bestaat uit onroerend goed, dan is bij overdracht aan de volgende generatie in principe overdrachtsbelasting verschuldigd. De uitspraak zorg er nu voor dat een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting mogelijk is.

Let op! De BOR kan alleen worden toegepast op ondernemingsvermogen. De bv moet een materiële onderneming zijn. Dat houdt in dat de bv een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal moet hebben, moet deelnemen aan het maatschappelijk productieproces en een winstoogmerk heeft. Het toepassen van de BOR bij de overdrachtsbelasting scheelt een kostenpost van 6% van de werkelijke waarde van het onroerend goed!

De inspecteur van Belasting was van mening dat de vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing is op bv-situaties, maar alleen op het vermogen van een Inkomstenbelasting-onderneming. De Rechtbank is het hier niet mee eens en geeft aan dat aan het begrip materiële onderneming is voldaan.

Belemmering overdracht

De BOR neemt bij familiebedrijven een fiscale belemmering weg. De heffing van overdrachtsbelasting zou deze belemmering juist weer opwerpen. Dit is de achtergrond van de beslissing van de Rechtbank

Let op! Deze zaak is nog niet uitgekristalliseerd, want de Belastingdienst heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan!

Tip: Deze uitspraak kan mogelijk voor veel familiebedrijven gunstig uitpakken. Laat u daarom goed adviseren door onze fiscalist.

The post Vrijstelling overdrachtsbelasting bij opvolging familiebedrijf appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Is uw echtgenoot of partner in het bedrijf sociaal verzekerd?

Echtgenoten en levenspartners kunnen tegenwoordig gewoon bij elkaar in dienst treden. Dat wil echter niet automatisch zeggen dat ze ook sociaal verzekerd zijn. Dit hangt met name af van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking. Daarvoor is onder andere weer van belang of er een gezagsverhouding bestaat.

Let op! Tot voor kort was het uitgangspunt dat tussen echtgenoten en levenspartners  een gezagsverhouding ontbreekt. In een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep stelt de rechter echter dat het antwoord op die vraag afhankelijk is van diverse factoren. Of er een familierelatie aanwezig is of in het verleden is geweest, is wel een element dat hierbij meegenomen moet worden.

Let op gezagsverhouding 

Voor een gezagsverhouding is van belang dat er opdrachten en instructies gegeven worden en dat er controle is op de voortgang en het resultaat van het verrichte werk. In de praktijk zijn ook de arbeidsvoorwaarden van belang en of deze afwijken van die van de overige werknemers. Denk daarbij aan zaken zoals een hoger salaris, meer vakantie en vrije dagen, meebeslissen over het bedrijfsbeleid en een (dure) auto van de zaak. De mate van zelfstandigheid is ook van belang, al geldt voor hogere functies een hogere mate van zelfstandigheid en wijst dit dus niet automatisch op het ontbreken van een gezagsverhouding.

Tip: Als u tot de conclusie komt dat een gezagsverhouding ontbreekt, dan is uw echtgenoot of levenspartner dus ook niet sociaal verzekerd. Hij of zij zal dan ook zelf voor aanvullende verzekeringen moeten zorgen.

Heeft u vragen over het sociaal verzekerd zijn van uw (ex) echtgenoot of levenspartner, neem dan contact met onze adviseurs op.

The post Is uw echtgenoot of partner in het bedrijf sociaal verzekerd? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Schenk een ton belastingvrij

Vanaf 2017 wordt de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning verruimd. De verruiming is structureel en betreft: een verhoging van de vrijstelling naar € 100.000, het kunnen spreiden van de schenkingsvrijstelling over drie jaren en het vervallen van de eis dat de schenking moet plaatsvinden tussen ouder en kind.

The post Schenk een ton belastingvrij appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Inhaalindexatie pensioen toegestaan

Veel pensioenen worden op dit moment niet of niet volledig geïndexeerd. De financiële positie van veel pensioenfondsen laat een (volledige) indexatie op dit moment niet toe. Het is echter mogelijk om op een later moment de indexaties alsnog in te halen. De Belastingdienst geeft aan welke voorwaarden daarbij gelden.

The post Inhaalindexatie pensioen toegestaan appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Kan ik ook achteraf een urenstaat opstellen?

Als u als IB-ondernemer een aantal fiscale voordelen wilt benutten die alleen voor ondernemers bedoeld zijn, moet u ten minste 1.225 uren in uw bedrijf werken. Die uren moet u wel goed bijhouden. Want achteraf een urenstaat opmaken, leidt vaak tot onduidelijkheid waardoor u misschien de fiscale voordelen misloopt.

The post Kan ik ook achteraf een urenstaat opstellen? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Bezoek klant tijdens vakantie: zakelijk of privé?

Voor de auto van de zaak waarmee aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gereden, geldt geen bijtelling. Wat zakelijk lijkt, kan door de rechter echter soms toch als privé gekwalificeerd worden.

Als daarmee de grens van 500 kilometer wordt overschreden, krijgt u onverbiddelijk met bijtelling te maken. Dat deze scheidslijn tussen zakelijk en privé vaag kan zijn, ondervond ook een directeur die zijn zakelijke bezoek aan een fabriek combineerde met een vakantie. De directeur in kwestie is op een zaterdag in de voorjaarsvakantie met zijn gezin naar Italië gereden voor een weekje wintersport. Op maandag tijdens deze vakantie is de directeur voor een zakelijk bezoek naar een fabriek in Italië heen en weer gereden. De opvolgende zaterdag is de directeur met zijn gezin weer huiswaarts gekeerd.

Zakelijke kilometers naar fabriek

De rechter achtte de kilometers van het vakantieadres naar de fabriek en terug zakelijk. De rechter geloofde tevens dat het bedrijfsbezoek aan de fabriek ook zou hebben plaatsgevonden als de directeur niet met zijn gezin naar Italië op vakantie zou zijn gegaan.

Privé kilometers naar vakantieadres

Desondanks merkte de rechter de kilometers van huis naar het vakantieadres en terug niet aan als zakelijk. Deze kilometers kunnen namelijk alleen zakelijk zijn als iemand die qua inkomen, vermogen en gezin in dezelfde omstandigheid verkeert, deze kilometers niet of niet in dezelfde omvang zou hebben gemaakt. Nu wintersportvakanties gemeengoed zijn en de wintersportbestemmingen vanuit Nederland over het algemeen verder weg liggen dan 250 kilometer (heen en weer dus meer dan 500 kilometer), kon de directeur niet aantonen dat hij in dat jaar niet meer dan 500 kilometer privé had gereden. De directeur werd daarom alsnog geconfronteerd met een bijtelling.

The post Bezoek klant tijdens vakantie: zakelijk of privé? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Advieswijzer Kantoor aan huis 2016

Kwalificerende werkruimte

Als eerste is het van belang om vast te stellen of sprake is van een fiscaal kwalificerende ruimte. Hiervoor moet uw werkruimte voldoen aan het zelfstandigheids- en het inkomenscriterium.

Zelfstandigheidscriterium

Uw werkruimte voldoet aan het zelfstandigheidscriterium als deze een zodanige zelfstandigheid bezit dat deze duidelijk te herkennen is. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan de aanwezigheid van een eigen ingang, eigen sanitair en de mogelijkheid om de werkruimte aan derden te verhuren.

Let op! Een werkplek in een woon-, slaap- of zolderkamer wordt in ieder geval niet als kwalificerende werkruimte aangemerkt. Een tot kantoor verbouwde garage met eigen ingang en sanitair kan dat wel zijn.

Inkomenscriterium

Uw werkruimte voldoet aan het inkomenscriterium als u uw inkomen voor een groot gedeelte in of vanuit deze ruimte verdient. Is dit uw enige werkruimte dan moet u uw inkomen voor ten minste 30% in de ruimte en voor ten minste 70% in of vanuit de ruimte verdienen. Heeft u nog een andere werkruimte dan moet u uw inkomen voor ten minste 70% in de ruimte verdienen.

Ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap

Omdat de werkruimte eigendom is van de eigenaar (natuurlijk persoon) en niet van de eenmanszaak, vof of maatschap is het voor het bepalen van de fiscale winst noodzakelijk om onderscheid te maken tussen zaken die wel en zaken die niet voor de onderneming worden gebruikt. Dit noemen we de vermogensetikettering.

Let op! De werkruimte kan worden aangemerkt als ondernemingsvermogen als deze juridisch of bouwkundig splitsbaar is van de woning. Indien dit niet het geval is, kunt u er voor kiezen om de gehele woning (inclusief de werkruimte) als ondernemingsvermogen aan te merken als ten tijde van verwerving van de woning ten minste 10% van de woning bestemd was om te worden gebruikt ten behoeve van de onderneming. In de overige gevallen vormt de werkruimte privévermogen. De fiscale behandeling van uw werkruimte is afhankelijk wijze waarop deze geëtiketteerd is: als privévermogen of als ondernemingsvermogen.

Woning is privévermogen

De kosten van een niet-kwalificerende werkruimte kunt u niet van uw winst aftrekken. Op deze werkruimte is gewoon de eigenwoningregeling van toepassing.

Op een kwalificerende werkruimte is de eigenwoningregeling niet van toepassing. Dit betekent dat u voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt: de waarde van de werkruimte en het deel van de (hypothecaire) geldlening dat daarbij hoort, moeten worden aangeven als bezitting en schuld in box 3. De kosten van de werkruimte mag u van uw winst aftrekken. Deze aftrekpost is echter gemaximeerd op 4% over de waarde van uw werkruimte. Daarnaast mag u echter ook de kosten die normaal gesproken voor rekening zouden komen van een huurder (de huurderslasten) in aftrek brengen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld energiekosten, kosten van de inboedelverzekering, het gebruikersdeel van de onroerendzaakbelasting en kosten van klein onderhoud.

Woning is ondernemingsvermogen

Indien de werkruimte als ondernemingsvermogen is geëtiketteerd, dan kunt u de kosten aftrekken van uw winst. De werkruimte valt dan niet onder de eigenwoningregeling, maar wordt belast als onderdeel van uw winst uit onderneming. Dit betekent dat u voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt en dat bijvoorbeeld een eventuele boekwinst bij verkoop belast is.

Indien u de gehele woning (inclusief de werkruimte) als ondernemingsvermogen heeft geëtiketteerd, dan kunt u alle kosten (met uitzondering van huurderslasten met betrekking tot het woondeel) aftrekken van uw winst. Voor het privégebruik van uw woning moet u wel een bijtelling ter grootte van een bepaald percentage van de WOZ-waarde in aanmerking nemen. Bij een niet-kwalificerende werkruimte moet u daarbij uitgaan van de WOZ-waarde van de gehele woning, bij een kwalificerende werkruimte moet u daarbij uitgaan van de WOZ-waarde van de woning exclusief de werkruimte. Bij gesplitste vermogensetikettering (woondeel privévermogen / bedrijfsdeel ondernemingsvermogen) blijft deze bijtelling bij een kwalificerende werkruimte achterwege.

Let op! Indien sprake is van een werkruimte in een huurwoning kunt u een evenredig deel van de huur en de huurderslasten in aftrek brengen als sprake is van een kwalificerende werkruimte. Als ten minste 10% van de woning bestemd is om gebruikt te worden ten behoeve van de onderneming kunt u er echter ook voor kiezen om het huurrecht van de gehele woning als ondernemingsvermogen te etiketteren. In dat geval kunt u, ook als sprake is van een niet-kwalificerende werkruimte, de huur in aftrek brengen maar geldt er wel een bijtelling van een bepaald percentage van de WOZ-waarde van de gehele woning. Bij een niet-kwalificerende werkruimte moet u daarbij uitgaan van de WOZ-waarde van de gehele woning, bij een kwalificerende werkruimte moet u daarbij uitgaan van de WOZ-waarde van de woning exclusief de werkruimte.

Ondernemers met een bv

Onderneemt u vanuit een bv dan geldt ook het onderscheid tussen een kwalificerende en een niet-kwalificerende werkruimte.

Kwalificerende werkruimte

De werkruimte valt voor u, als dga, in box I (de tbs-regeling). Dit betekent dat de vergoeding op zakelijke gronden moet worden vastgesteld. De vergoeding is voor de bv aftrekbaar van de winst en vormt voor de dga, na aftrek van alle aan de werkruimte toe te rekenen kosten, inkomen in box 1. Op dit belaste inkomen mag u nog wel de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% in aftrek brengen.

Op een kwalificerende werkruimte is de eigenwoningregeling niet van toepassing. Dit betekent dat u voor de bepaling van het eigenwoningforfait de werkruimte niet meetelt: de waarde van de werkruimte en het deel van de (hypothecaire) geldlening dat daarbij hoort, moeten worden aangeven op de balans van uw werkzaamheid in box 1.

Niet-kwalificerende werkruimte

Een niet-kwalificerende werkruimte valt onder de eigenwoningregeling: het eigenwoningforfait wordt berekend over de woning inclusief de werkruimte. Een eventuele vergoeding voor de werkruimte wordt voor de dga behandeld als loon.  Het is echter mogelijk om de vergoeding als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen in de vrije ruimte. U betaalt dan geen belasting zolang het totaal van alle in de vrije ruimte aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet hoger is dan 1,2% van het totale fiscale loon in uw bv. Wordt deze vrije ruimte van 1,2% overschreden, dan betaalt u 80% eindheffing over de overschrijding. De loonkosten zijn voor de bv aftrekbaar van de winst.

Btw en ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap

Het onderscheid tussen een kwalificerende of niet-kwalificerende werkruimte is voor de btw niet van belang. Voor de btw is van belang of de zaken zijn gebruikt ten behoeve van uw onderneming en of u hiermee btw-belaste omzet behaalt. Als dat het geval is, kunt u deze zaken voor de btw zakelijk etiketteren en de voorbelasting met betrekking tot het zakelijke gebruik in aftrek brengen. U kunt hierbij denken aan de btw op energie, onderhoud en inrichting.

Btw en ondernemers met een bv

Indien u, als dga, ondernemer voor de btw bent voor het verhuren van de werkruimte aan uw bv en u voor btw-belaste verhuur opteert, dan kunt u de btw met betrekking tot deze werkruimte in aftrek brengen. Verhuur van uw werkruimte aan uw bv leidt echter niet zonder meer tot ondernemerschap voor de btw. De rechtspraak hierover is nog niet duidelijk.

Tot slot

De fiscale regels met betrekking tot de werkruimte zijn erg ingewikkeld. Neem voor uw specifieke situatie daarom contact met ons op.

The post Advieswijzer Kantoor aan huis 2016 appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Wie betaalt de zuiveringsheffing?

Zuiveringsheffing wordt geheven door de Waterschappen en is bedoeld voor de zuivering van ons afvalwater. Een aanslag zuiveringsheffing wordt opgelegd aan eigenaren van zowel woon- als bedrijfspanden. Veel ondernemers in het mkb verrichten hun werkzaamheden vanuit een gecombineerd woon-/bedrijfspand. Denkt u bijvoorbeeld aan de vele dienstverleners die vanuit huis werken en aan de detailhandel met een winkel aan huis.

Wel of niet aanslag

Volgens het gerechtshof Amsterdam kreeg een bed and breakfast terecht een aanslag zuiveringsheffing voor het bedrijfsgedeelte. Waarom? Volgens het hof vormt het B&B-gedeelte een afzonderlijke bedrijfsruimte, omdat het niet meer dan bijkomstig afhankelijk is van buiten de ruimte aanwezige voorzieningen. Dat bepaalde diensten (klaarmaken ontbijt, wassen en strijken van linnengoed) buiten het B&B-gedeelte worden verricht, is niet van belang, aldus het hof.

Waar ligt de grens?

In de praktijk betekent deze uitspraak dat alleen een aparte aanslag voor een bedrijfsruimte kan worden opgelegd als deze ruimte dus niet of nauwelijks afhankelijk is van de voorzieningen in het woongedeelte. Waar de grens precies ligt, is afhankelijk van de situatie, maar ‘meer dan bijkomstig’ betekent in beginsel meer dan 10%. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van toiletten zal voor de meeste bedrijfsruimtes essentieel zijn, maar bijvoorbeeld een douche weer niet. Het ontbreken van eigen toiletten zal dus in de meeste gevallen betekenen dat een bedrijfsruimte niet zelfstandig is en u hiervoor dus geen eigen aparte aanslag zuiveringsheffing kunt krijgen. 

Tip Heeft u een aparte aanslag zuiveringsheffing ontvangen voor uw bedrijfsruimte, terwijl deze ruimte volgens u onvoldoende zelfstandig is, neem dan contact met ons op.

The post Wie betaalt de zuiveringsheffing? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Advieswijzer Ondernemen over de grens in 2016

Schrijf een goed plan

Aan de andere kant van de grens liggen volop kansen. U wilt er het liefst vandaag nog aan de slag. Wees slim en maak eerst een goed plan. Het begint met de kernvraag wat uw drijfveer is om internationaal te gaan ondernemen. Het antwoord hierop legt de basis voor uw exportstrategie en is bepalend voor de te zetten stappen. Verzamel om te beginnen zo veel mogelijk informatie en leg contact met collega-ondernemers. Wat zijn hun ervaringen, tips en adviezen? Ga ook te rade bij overheidsinstanties, zoals de Kamer van Koophandel, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) of de Nederlandse ambassade in het buitenland.

Tip: Speciaal voor ondernemers met grensverleggende ambities is er de app NL exporteert.

Om de buitenlandse markt op te gaan, moet u als ondernemer weten wat de sterke en zwakke punten van de huidige organisatie zijn. Zijn de mensen in het bedrijf er klaar voor? Kunt u het logistiek organiseren? Hoe wordt het buitenlandse avontuur gefinancierd? Naast deze interne analyse is het van belang om grondig de kansen en bedreigingen van de buitenlandse markt in kaart te brengen. Van belang is bijvoorbeeld of u zich op de B2C- of B2B-markt richt, wie uw concurrentie is, of uw producten of diensten wel of niet uniek genoeg zijn en met welke distributiemogelijkheden en culturele verschillen u te maken krijgt. Verken de buitenlandse markt grondig.

Tip: Om u te helpen, is er de regeling Starters International Business voor advies en ondersteuning bij het formuleren van uw exportstrategie. Informeer ook bij uw Kamer van Koophandel.

Met deze interne en externe analyse in de hand, krijgt u een goed beeld in hoeverre u exportproof bent. Maar u moet ook rekening houden met de toepasselijke wet- en regelgeving in het betreffende land. Als u zaken doet met klanten buiten de EU, zult u veelal ook met douaneformaliteiten van doen krijgen.

Let op! Wees op de hoogte van de lokale wet- en regelgeving voor uw product of dienst. Heeft u keurmerken of certificaten nodig? Om dit te achterhalen, moet u weten wie uw klant is en waarvoor uw product gebruikt wordt. Bij RVO.nl is er per land informatie beschikbaar.

Financiering: wat is mogelijk?

Internationaal zakendoen, betekent investeren. Hoe gaat u dit financieren? Welke betalingsvormen zijn er? Welke risico’s loopt u? Is er zekerheid omtrent de betaling te regelen? Kunt u voor steun aankloppen bij de overheid? Hier volgen enkele tips.

Het is voor u de normaalste zaak. Na het leveren van het goed of dienst stuurt u uw buitenlandse afnemer een factuur en vertrouwt u erop dat de factuur tijdig betaald wordt. Dat doen immers al uw klanten. Maar wat nu als later of niet betaald wordt? Exporteert u voor aanzienlijke bedragen aan buitenlandse afzenders, dan is een exportkredietverzekering voor u het overwegen waard.

Tip: Met het toenemende handelsrisico wordt het afdekken van betalingsrisico’s belangrijker. De verzekeringspremie varieert naar gelang omzet, transactie en risicoprofiel. U kiest voor veilig!

Een veelgebruikte betaalmethode is het gebruik van cheques en wissels. Het zijn onvoorwaardelijke betalingsopdrachten om u te betalen. Ook kunt u gebruikmaken van een documentair incasso of een letter of credit. De bank is dan tussenpersoon. De afnemer betaalt bij levering van de goederen aan de bank en als de documenten van de leverancier in orde zijn, vindt de betaling plaats. Afhankelijk van de valuta waarmee u zakendoet, loopt u een wisselkoersrisico. U kunt dit afdekken, bijvoorbeeld door een vreemdevalutarekening te openen.

De overheid biedt als stimulans voor internationaal ondernemen meerdere programma’s en subsidies. Voor de actuele regelingen kunt u terecht bij RVO.nl. Hoe kunt u in 2016 geld verdienen met hulp van de overheid? Neem daarvoor contact met ons op.

Let op de btw!

Doet u zaken met buitenlandse afnemers, dan krijgt u te maken met andere btw-regels. Wie betaalt de btw, wie draagt de btw af en in welk land? Bestaat er recht op teruggave van buitenlandse btw? Zijn de afnemers gevestigd binnen of buiten de EU? U heeft van doen met onze eigen btw-regels en veelal de regels in het exportland. Gaat u goederen exporteren naar landen buiten de EU, dan brengt u de buitenlandse afnemer 0% aan btw in rekening. U moet aan de hand van uw administratie wel kunnen aantonen dat de goederen de EU verlaten hebben. Levert u geen goederen maar wel diensten aan afnemers buiten de EU, dan is het relevant te weten of de prestatie voor de btw in Nederland of in het niet-EU-land is belast.

Levering van goederen

Levert u binnen de EU goederen aan een buitenlandse ondernemer die in zijn eigen land btw-aangifte doet en daarmee beschikt over een btw-identificatienummer, dan verricht u een intracommunautaire levering en is het 0% btw-tarief van toepassing. Op de factuur vermeldt u het tarief van 0% btw, het btw-identificatienummer van uw klant en een aanduiding waaruit blijkt dat het een intracommunautaire levering betreft.

Let op! Alleen met het btw-identificatienummer heeft u de zekerheid dat uw klant ook daadwerkelijk ondernemer is. Anders mag u het 0%-tarief niet toepassen. Controleer dan ook het door uw klant opgegeven btw-nummer.

Heeft de klant geen btw-identificatienummer, terwijl de goederen aldaar wel worden afgeleverd, dan gelden voor u de btw-regels voor afstandsverkopen. U moet als leverancier in beginsel buitenlandse btw berekenen en afdragen. Onder voorwaarden is er de keuze om in plaats van buitenlandse btw, toch Nederlandse btw in rekening te brengen.

Levering van diensten

Bij grensoverschrijdende diensten is de hoofdregel dat de dienst belast is in het EU-land waar de afnemer is gevestigd. Kan de buitenlandse afnemer van de dienst zijn btw-identificatienummer aan u overhandigen en is dit nummer ook daadwerkelijk van hem, dan kunt u er in principe van uitgaan dat de btw verlegd kan worden en dat uw klant de btw in zijn land verschuldigd is. In dat geval is er sprake van een intracommunautaire dienst. U noteert op de factuur ‘btw verlegd’ of ‘VAT reverse charge’ en u vermeldt het btw-identificatienummer van de afnemer. Er gelden uitzonderingen, waarbij u dan soms toch Nederlandse btw of buitenlandse btw in rekening brengt/moet brengen.

Let op! Voor bepaalde goederen en diensten en in bijzondere situaties gelden specifieke btw-regels. Per 1 januari 2015 zijn de btw-regels voor telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten verricht aan niet-belastingplichtige afnemers, gewijzigd. Doe tijdig een beroep op onze deskundigheid.

Tot slot

Met deze advieswijzer willen wij u als internationaal ondernemer in spe voorbereid op weg helpen. Vergroot uw kans op succes bij de entree op de buitenlandse markt.

The post Advieswijzer Ondernemen over de grens in 2016 appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.