Energie-investeringsaftrek volgend jaar omlaag

Let op! De Eerste Kamer moet nog instemmen met de verlaging van het percentage van de energie-investeringsaftrek.

Energie-investeringsaftrek

Wanneer u investeert in bedrijfsmiddelen die voorkomen op de Energielijst, komt u in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA). Met deze aftrek kunt u momenteel 58% van het investeringsbedrag extra in mindering brengen op de fiscale winst. De investering moet dan wel meer bedragen dan € 2.500. Bovendien moet u binnen drie maanden na het aangaan van uw investeringsverplichting, de investering aanmelden bij RVO.nl.

Verlaging EIA

Het aftrekpercentage voor de EIA gaat vanaf volgend jaar omlaag van 58% naar 55,5% en mogelijk zelfs naar 55%. Per 1 januari 2018 gaat het percentage met nog eens 0,5% omlaag, om vervolgens per 1 januari 2021 weer met 0,5% omhoog te gaan.

De aankomende verlaging van het aftrekpercentage voor de EIA kan een reden zijn om uw plannen voor een energiezuinige bedrijfsinvestering naar voren te halen. Gaat u in 2016 hiervoor een investeringsverplichting aan, dan kunt u nu nog profiteren van het hogere aftrekpercentage van 58%.

Tip: Naast de EIA, kunt u ook gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

The post Energie-investeringsaftrek volgend jaar omlaag appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Transitievergoeding na twee jaar ziekte

Aan het in stand houden van een arbeidsovereenkomst zonder dat er arbeid wordt verricht, het zogeheten ‘slapend dienstverband’, kleven echter wel risico’s. Het is daarom raadzaam om het dienstverband na twee jaar ziekte op te zeggen en de transitievergoeding te betalen.

Als de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte niet wordt beëindigd, dan ontstaat er een slapend dienstverband. De loonbetalingsverplichting is vervallen, de werknemer is ziek, maar de arbeidsovereenkomst bestaat nog. Sinds het ontslagrecht in 2015 is gewijzigd, komt het slapend dienstverband vaker voor. Volgens recente jurisprudentie handelt een werkgever niet ernstig verwijtbaar of onrechtmatig als het dienstverband na twee jaar ziekte in stand wordt gelaten. Dit betekent dat een werknemer die na twee jaar ziekte zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt, van de rechter vooralsnog geen transitievergoeding en geen billijke vergoeding toegewezen krijgt.

Risico’s slapend dienstverband

Het klinkt misschien gunstig, maar er kleven veel risico’s aan het slapend dienstverband. De kans dat de zieke werknemer ooit weer kan werken, is reëel. Vaak is de functie aan iemand anders vergeven, waardoor boventalligheid ontstaat en passend werk is ook niet altijd beschikbaar. Als er dan op een later moment afscheid moet worden genomen, is de transitievergoeding inmiddels als gevolg van het verstrijken van de tijd alleen maar verder opgelopen.

Tip: Het slapend dienstverband is risicovol. Het is daarom raadzaam om het dienstverband na twee jaar ziekte op te zeggen en de transitievergoeding te betalen. Dat geeft zekerheid én voorkomt dat de kosten in de toekomst hoger uitvallen.

Let op! Er zijn twee aanpassingen van de transitievergoeding op komst, zo blijkt uit het wetsvoorstel van het kabinet. Op hoofdlijnen komt het er op neer dat werkgevers die werknemers na twee jaar ziekte ontslaan, wel een transitievergoeding moeten betalen, maar hiervoor worden gecompenseerd. Wel staat daar een verhoging van de AWF-premie tegenover. Daarnaast krijgen cao-partijen meer ruimte om af te wijken van de transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan vooral contact met ons op.

The post Transitievergoeding na twee jaar ziekte appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Lage lonen? De overheid betaalt vanaf 2017 mee!

Voorwaarden lage-inkomensvoordeel (LIV)

De tegemoetkoming wordt gegeven onder de naam lage-inkomensvoordeel (LIV).Om vanaf 2017 in aanmerking te komen voor het LIV moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

  • het gemiddelde uurloon van uw werknemer bedraagt minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon (WML) voor een 23-jarige;
  • uw werknemer heeft minimaal 1248 verloonde uren in het kalenderjaar,
  • uw werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

Tip: U kunt ook in aanmerking komen voor het LIV voor een werknemer die jonger is dan 23 jaar. Het gemiddelde uurloon van deze werknemer moet dan echter wel minimaal 100% en maximaal 125% van het WML voor een 23-jarige bedragen.

Het gemiddelde uurloon berekent u aan de hand van de formule totale jaarloon gedeeld door totale aantal verloonde uren. Voor de vaststelling van het totale jaarloon telt alles mee. Bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon en kunnen er mogelijk voor zorgen dat geen recht bestaat op het LIV.

Tip: Eindheffingsbestanddelen tellen niet mee voor de vaststelling van het jaarloon. Dit betekent dat vergoedingen en verstrekkingen die u onderbrengt in uw vrije ruimte voor de werkkostenregeling niet van invloed zijn op het recht op LIV.

Voor de vaststelling van het totaal aantal verloonde uren tellen uren waarin een werknemer niet gewerkt heeft maar wel is doorbetaald vanwege ziekte gewoon mee. Het gaat immers om de verloonde uren en niet om de gewerkte uren.

Let op! Een werknemer die in de loop van het jaar bij u dienst komt voldoet mogelijk niet aan de  minimaal vereiste 1248 uren. Voor deze werknemer bestaat dan in het jaar van indiensttreding geen recht op LIV. Voldoet diezelfde werknemer het volgende jaar wel aan de minimaal vereiste 1248 uren,  dan bestaat in dat jaar wel recht op LIV (mits uiteraard voldaan is aan de overige voorwaarden).

Hoogte LIV

Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. Er geldt een maximaal bedrag per jaar volgens de volgende tabel.

Hoogte loon  Gemiddelde uurloon 100% tot 110% van het WML (€ 9,50 tot en met € 10,45) Gemiddelde uurloon 110% tot 125% van het WML (meer dan € 10,45 tot en met € 11,87) 
Vast bedrag per verloond uur € 1,01 per uur  € 0,51 per uur
Maximale hoogte LIV € 2.000 per jaar  € 1.000 per jaar

Tip: Het uurloon is in de WML afhankelijk van een fulltime werkweek in een onderneming. Voor het LIV wordt uitgegaan van het uurloon bij een fulltime werkweek van 40 uur. Betaalt u het minimumloon maar geldt binnen uw bedrijf een 36-urige werkweek, houd er dan rekening mee dat het uurloon voor het LIV dan al boven de 110% WML zit. In plaats van een vast bedrag van € 1,01 per uur heeft u dan maar recht op € 0,51 per uur.

Te gelde maken LIV 2017

Houd er rekening mee dat u het LIV over 2017 pas in de tweede helft van 2018 van de Belastingdienst zult ontvangen. Voor het te gelde maken van het LIV hoeft u zelf geen actie te ondernemen. U hoeft dus geen apart verzoek te doen. Voor 15 maart 2018 ontvangt u van het UWV een overzicht van werknemers die voldoen aan de voorwaarden voor het LIV. Het UWV baseert zich hierbij op de gegevens uit de loonaangiften zoals die uiterlijk op 1 februari 2018 zijn ingediend.
 

Let op! De in de loonaangiften aanwezige gegevens vormen de basis voor de vaststelling van het recht op het LIV. Zorg daarom dat deze gegevens voor 1 februari 2018 juist en volledig zijn opgenomen in de loonaangiften.

Kloppen de gegevens in het overzicht van het UWV niet dan kunt u nog tot en met 1 mei 2018 aanvullingen of correctieberichten indienen bij de Belastingdienst. Alle na die datum ontvangen aanvullingen of correctieberichten worden niet meer meegenomen voor de vaststelling van het LIV. Bovendien kunt u vanaf 1 mei 2018 vanwege onjuiste gegevens in uw loonaangifte (bijvoorbeeld het aantal verloonde uren)  een boete van € 1.319 opgelegd krijgen.

De Belastingdienst stelt na 1 mei 2018 maar voor 1 augustus 2018 de hoogte van het LIV 2017 vast in een beschikking. Binnen 6 weken na dagtekening van deze beschikking wordt het LIV aan u uitbetaald.

Let op! Hoewel het LIV dus al vanaf 2017 geldt, heeft u hier pas vanaf de tweede helft van 2018 daadwerkelijk profijt van.

The post Lage lonen? De overheid betaalt vanaf 2017 mee! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Zijn taxatiewijzers bindend?

Vergelijken indien mogelijk

Voor het vaststellen van de WOZ-waarde maakt de gemeente meestal gebruik van recente verkoopcijfers van vergelijkbare panden. Die moeten dan uiteraard wel aanwezig zijn. Voor de meeste woningen is dat het geval, maar voor bedrijven al veel minder.

Nóg moeilijker is het om de waarde van specifieke objecten vast te stellen. Denk aan laboratoria, kinderboerderijen, windturbines of crematoria. Voor deze objecten beschikt de gemeente voor het vaststellen van de waarde over zogenaamde taxatiewijzers. Maar deze hebben wel hun beperkingen, zo stelde de rechter onlangs vast.

Let op: Taxatiewijzer niet bindend Uit de betreffende uitspraak maken we op dat de taxatiewijzers een prima hulpmiddel kunnen zijn voor het bepalen van de WOZ-waarde, op voorwaarde dat de uitgangspunten duidelijk zijn en de gebruikte marktgegevens kloppen. De rechter ging er niet blind van uit dat dit altijd het geval is, waarbij meewoog dat de taxatiewijzers zijn opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

In de betreffende zaak ging het om de waarde van een hotel. De waardering ervan was onder andere gebaseerd op een berekende prijs per hotelkamer. De gemeente had echter niet aangegeven hoe onderlinge verschillen tussen hotelkamers in de taxatie waren meegenomen. De rechter probeerde daarom de waarde op andere wijze vast te stellen.

Tip: De gemeente moet de WOZ-waarde van uw pand aannemelijk maken. Is deze naar uw mening te hoog, geef dan zelf de argumenten aan waarom de waarde lager dient te zijn. U kunt uw pand ook laten taxeren. De rechter zal vaak op basis van de gehoorde argumenten zelf een beslissing nemen over de WOZ-waarde.

Taxatiewijzers openbaar

Op wozinformatie.nl treft u de onroerende zaken aan waarvoor taxatiewijzers zijn opgesteld. Deze zijn openbaar en kunt u downloaden. Op deze manier kunt u nagaan welke uitgangspunten zijn gehanteerd en kunt u deze aanvechten als deze naar uw mening niet kloppen.

Heeft u vragen over de waarde van een specifiek onroerend goed en het gebruik van de taxatiewijzer, neem dan contact met ons op.

The post Zijn taxatiewijzers bindend? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Wanneer moet u een investeringsaftrek terugbetalen

Als u investeert, komt u in bepaalde gevallen in aanmerking voor investeringsaftrek. De ontvangen aftrek moet u terugbetalen als u de betreffende bedrijfsmiddelen binnen een bepaalde termijn weer verkoopt. Dit is de zogenaamde desinvesteringsbijtelling. Hoe kunt u dit voorkomen?

Wat valt er onder de investeringsaftrek?

Het betreft aftrekmogelijkheden voor kleinschalige investeringen en die voor milieu- en energievriendelijke investeringen. De aftrekken zijn fors en bedragen maximaal 28%, 36% respectievelijk 58% van het bedrag aan investering.

Wanneer moet u de investeringsaftrek terugbetalen?

Alleen als u het bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u investeert verkoopt, krijgt u te maken met de desinvesteringsbijtelling. U moet het percentage aan aftrek dat u destijds gekregen heeft berekenen over de verkoopprijs die u ontvangt. Dit bedrag telt u op bij de winst en hierover betaalt u belasting. Verkoopt u na vijf jaar, vervalt de desinvesteringsbijtelling.

Voorbeeld: U investeerde op 4 maart 2012 voor €20.000 in een professionele filmcamera, en ontving hiervoor 28% investeringsaftrek, ofwel €5.600. Verkoopt u deze filmcamera in 2016 voor €10.000, dan moet u 28% x €10.000 ofwel €2.800 bij de winst optellen. Verkoopt u de camera in 2017, dus vijf jaar na aanschaf, heeft u geen desinvesteringsbijtelling.

Let op! U hoeft de investeringsaftrek alleen terug te betalen als u in één jaar voor meer dan €2.300 aan bedrijfsmiddelen verkoopt.

Voorbeeld: U investeerde op 4 maart 2015 ook in een fotocamera van €10.000 en ontving hiervoor 28% investeringsaftrek te weten €2.800. U verkocht deze 1,5 jaar later, eind 2016, weer voor €5.000. De desinvesteringsbijtelling komt dan neer op 28% van €5.000 ofwel €1.400. Dit is het enige product dat u in 2016 verkoopt. Dan blijft u met €1.400 onder het drempelbedrag van €2.300 en hoeft u niets bij uw winst op te tellen.

Tip: Vroeg in het jaar investeren beperkt dus de termijn van terugbetalen van de investeringsaftrekken.

Bedrijfsmiddel verhuren?

U kunt het terugbetalen van de investeringsaftrek voor milieu- en energievriendelijke investeringen ook voorkomen door uw bedrijfsmiddel te verhuren als u het zelf niet meer nodig heeft. Deze optie bestaat niet voor het ontgaan van de desinvesteringsbijtelling voor kleinschalige investeringen, zoals de filmcamera. Die moet u ook terugbetalen bij verhuur van het bedrijfsmiddel.

Neem contact met ons op indien u vragen heeft over de investeringsaftrek en de desinvesteringsbijtelling.

The post Wanneer moet u een investeringsaftrek terugbetalen appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Lagere boete bij te laat betaalde wegenbelasting

Als u de wegenbelasting of MRB voor uw auto te laat betaalt, heeft u kans op een boete. De rechter besliste onlangs dat deze boetes te hoog zijn. Daarom heeft de fiscus besloten deze boetes te verlagen.

Rechter vindt boete te hoog

De boete voor het te laat betalen van de MRB is een vast bedrag. Tot voor kort was dit €158, ongeacht de omvang van het te laat betaalde bedrag. Een automobiliste die €29 MRB te laat betaald had, vond de boete niet in verhouding staan en vocht deze aan. De rechter was het met haar eens en verlaagde de boete naar €60.

Reactie fiscus

De belastingdienst reageerde op de uitspraak door het bedrag van de boete voortaan te verlagen naar €53. Daarmee komt de boete op 1% van het maximum, in plaats van 3% zoals tot nu toe gold.

Tip: Het beleid van de fiscus is vastgelegd in een Besluit, dat terugwerkt tot 1 september 2016. Dit betekent dat wanneer u een boete heeft gehad wegens te laat betaalde MRB en deze boete stond op 1 september nog niet definitief vast, u de boete kunt aanvechten via een bezwaar. De boete zal daarop verlaagd worden naar €53.

BBBB niet heilig

Bij het opleggen van een boete gaat de fiscus uit van het Besluit Bestuurlijke Boetes Belastingdienst (BBBB). In de uitspraak geeft de rechter ook aan dat de inspecteur bij een boete altijd moet beoordelen of deze, gelet op de feiten, wel redelijk is.

Tip: Heeft u een boete gekregen maar er is naar uw mening sprake van ‘verzachtende omstandigheden’, dan kunt u de boete aanvechten.

The post Lagere boete bij te laat betaalde wegenbelasting appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Waar moet u op letten bij de wettelijke bedenktermijn?

Werkgevers en werknemers kunnen de arbeidsrelatie beëindigen met wederzijds goedvinden. Partijen sluiten dan een zogenaamde beëindigingsovereenkomst, waarin alle gemaakte afspraken over de voorwaarden en de afwikkeling van het dienstverband zijn geregeld. Waar moet u op letten?

The post Waar moet u op letten bij de wettelijke bedenktermijn? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Elektrische auto wint aan populariteit

Elektrische voertuigen zijn in opmars. Sinds deze maand heeft Nederland honderdduizend elektrische auto’s, bedrijfswagens en motoren op de weg. Het aantal is dit jaar met meer dan 10% gestegen, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Tegemoetkomingen

Dat de elektrische auto wint aan populariteit is mede te danken aan de forse fiscale tegemoetkomingen. De particuliere bezitter van een volelektrische auto (nulemissie) kan rekenen op een volledige vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting en de BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen). Die volledige vrijstelling is er in ieder geval tot en met 2020.

Een forse tegemoetkoming is er ook voor de zakelijk rijder. Vanaf 2017 geldt voor nieuwe auto’s een standaardbijtelling van 22%, maar niet voor volelektrische auto’s (nulemissie). Voor deze auto’s blijft de lagere bijtelling gelden van 4% van de cataloguswaarde (inclusief btw en BPM). Vanaf 2019 is dit bijtellingspercentage van 4 voor een nieuwe volelektrische auto wel begrensd tot een catalogusprijs van € 50.000. Op het deel boven de € 50.000 is de algemene 22%-bijtelling van toepassing.

Tip: Deze begrenzing tot een catalogusprijs van € 50.000 is er niet voor de elektrische auto op waterstof. Deze auto’s blijven de 4%-bijtelling houden over de gehele cataloguswaarde.

The post Elektrische auto wint aan populariteit appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Check uw WOZ-waarde!

Hoe wordt de WOZ-waarde vastgesteld?

De WOZ-waarde is de waarde van uw pand bij vrije verkoop. Deze wordt voor woningen meestal vastgesteld door een vergelijking te maken met andere panden en gebruik te maken van recente verkoopprijzen. Bij bedrijfspanden zijn ook andere methodes toegestaan, zoals het afleiden van de waarde uit de huurprijs.

Tip: Via de gratis site www.wozwaardeloket.nl kunt u de WOZ-waarde van uw woning met andere woningen vergelijken en is zo eenvoudiger vast te stellen of deze correct is. Bij twijfel kunt u in bezwaar en zo nog in beroep bij de rechter. Let wel, vooralsnog zijn nog niet van alle woningen de WOZ-waarden openbaar.

Bezwaar loont

Uit onderzoek blijkt dat in 2016 tegen 87.000 WOZ-beschikkingen voor woningen en bedrijfspanden bezwaar is aangetekend, ofwel 1,1% van alle vastgestelde waarden. De laatst bekende gegevens melden dat van alle bezwaren ongeveer de helft werd gehonoreerd (woningen 52,9%, bedrijfspanden 49,2%). Voor woningen werd de waarde gemiddeld 11,6% lager vastgesteld. Voor bedrijven is dat niet bekend.

Let op! De WOZ-waarde van uw woning of bedrijfspand bepaalt tal van heffingen. Denkt u bijvoorbeeld aan de onroerendezaakbelasting en de waterschapsbelasting.

De WOZ-waarde van uw woning of bedrijfspand wordt niet alleen gebruikt voor de aanslag OZB (onroerende zaakbelasting) die de gemeente jaarlijks oplegt, maar ook voor de hoogte van de waterschapsbelasting. Daarnaast is de WOZ-waarde bepalend voor de hoogte van het eigenwoningforfait indien u een eigen woning bezit. Verder is de WOZ-waarde van belang voor de bepaling van de waarde van een woning die in box 3 valt, zoals een woning die wordt verhuurd of een tweede woning, zoals een vakantiewoning. De WOZ-waarde is ook bepalend voor de heffing van erf- en schenkbelasting, indien een woning wordt geërfd of geschonken.

Voor bedrijven is de WOZ-waarde bepalend voor het maximum aan afschrijving en voor de bijtelling voor de ondernemerswoning.

Heeft u vragen over de WOZ-waarde van uw woning of bedrijfspand, neem dan contact met ons op.

The post Check uw WOZ-waarde! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.