Wel of geen btw bij aankoop vakantiewoning?

De btw-regels voor een (vakantie)woning zijn afhankelijk van het soort vakantiewoning. Koopt u een nieuwe, nog niet eerder gebruikte vakantiewoning, dan betaalt u hierover 21% btw.

Tip: Er geldt dan wel een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting.

Is de vakantiewoning al langer dan twee jaar voor het eerst in gebruik genomen, dan wordt deze in principe verkocht zonder btw. Er zal dan wel overdrachtsbelasting berekend worden.

Tip: Het tarief van de overdrachtsbelasting over een vakantiewoning bedraagt 2%, net als bij gewone woningen.

Let op! Het voorgaande geldt alleen als de vakantiewoning onroerend is.

Onroerend

Een woning is onroerend als deze duurzaam met de grond verenigd is, of naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam op één plaats te blijven. Sommige vakantiewoningen, bijvoorbeeld stacaravans, voldoen hier niet aan en zijn daarom roerend. Voor roerende vakantiewoningen kunnen de gevolgen voor de btw en overdrachtsbelasting anders zijn. Laat u daarom voor aankoop van een vakantiewoning goed informeren over de fiscale gevolgen in uw specifieke situatie.

The post Wel of geen btw bij aankoop vakantiewoning? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Toch toeslagen bij gezamenlijke huur?

Als u met meerdere personen in één woning woont, bestaat de kans dat u geen recht heeft op toeslagen. Het inkomen van een willekeurige derde kan dan roet in het eten gooien. De rechter heeft deze situatie onlangs teruggedraaid.

Wanneer bent u ‘partner’?

Voor de toeslagen geldt onder meer dat u elkaars partner bent als u met iemand op één adres woont en één van beiden een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar. Dit is bedoeld om in deze situaties samenwoners met kinderen ook als partners aan te merken.

Let op! Er is echter een uitzondering voor onderhuur. Verhuurt u een deel van uw woning aan een derde, dan is deze dus niet uw partner.

Telt inkomen willekeurige derde toch mee?

Onlangs beoordeelde de rechter een situatie waarbij het inkomen van een willekeurige derde meetelde voor de aanvraag van kinderopvangtoeslag. In deze zaak had een vrouw met een kind een toeslag aangevraagd. De vrouw had een kamer gehuurd in een gebouw waarin ook iemand anders een kamer had gehuurd. Omdat de vrouw niet de verhuurder was, werd de medehuurder aangemerkt als haar partner. De rechter besliste dat dit niet de bedoeling van de wetgever was en telde het inkomen van de medehuurder niet mee.

Tip: deze uitspraak is van belang voor alle toeslagen.

Is er dus sprake van twee huurders die geen relatie met elkaar hebben, dan worden zij niet als elkaars partner aangemerkt, ondanks dat er geen sprake is van onderhuur.

Let op! De site van de Belastingdienst bevat een rekenhulp om te bepalen of u elkaars toeslagpartner bent. Ook deze tool gaat er in bovenstaande situatie ten onrechte vanuit dat u elkaars partner bent.

The post Toch toeslagen bij gezamenlijke huur? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Voor zomerreces meer duidelijkheid over handhaving Wet DBA

Vanwege de grote onrust en onzekerheid over de Wet DBA krijgen zzp’ers en opdrachtgevers langer de tijd om zich aan te passen aan deze wet. De handhaving is namelijk opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2018. Of deze opschorting nog wordt verlengd, daarover volgt nog vóór 7 juli 2017 meer duidelijkheid.

Handhaving opgeschort

Tot in ieder geval 1 januari 2018 zal de Belastingdienst geen naheffing, boetes of correctieverplichtingen voor de loonheffingen opleggen als achteraf wordt geconstateerd dat toch sprake is van een dienstbetrekking tussen zzp’er en opdrachtgever. Dit is alleen anders ingeval van kwaadwillendheid. Dan heeft men met opzet een situatie van schijnzelfstandigheid gecreëerd, terwijl er gewoon een dienstbetrekking is. In die situatie zal de Belastingdienst wel handhaven.

Onderzoek arbeidswetgeving

Reden voor de opschorting van de handhaving door de Belastingdienst is onder andere een onderzoek naar hoe de begrippen ‘gezagsverhouding’ en ‘vrije vervanging’ concreter en meer in lijn met het huidige maatschappelijke beeld van arbeidsverhoudingen kunnen worden ingevuld. Dat onderzoek is nu bijna afgerond.

Meer duidelijkheid

Nu de resultaten van dit onderzoek niet al te lang meer op zich laten wachten, wil staatssecretaris Wiebes van Financiën nog voor het zomerreces van de Tweede Kamer meer duidelijkheid geven over het verdere traject. Dan zal ook blijken of de handhaving nog verder wordt opgeschort dan 1 januari 2018. In ieder geval moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd krijgen om zich aan te passen.

The post Voor zomerreces meer duidelijkheid over handhaving Wet DBA appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Einde in zicht massaal bezwaar btw privégebruik auto

Bezwaar btw privégebruik auto

Al enige jaren staat de jaarlijkse btw-correctie voor de auto van de zaak ter discussie. Sinds 2011 heeft de Belastingdienst circa twee miljoen bezwaarschriften ontvangen tegen de aangegeven btw over het privégebruik van de zakelijke auto. Het merendeel van deze bezwaarschriften is inmiddels aangewezen als massaal bezwaar.

Uitspraak

In vier proefprocedures met belangrijke vragen over deze btw-correctie voor het privégebruik, heeft de Hoge Raad nu uitspraak gedaan. Zo heeft zij onder andere aangegeven dat er geen ongerechtvaardigd verschil is in de behandeling tussen leaseauto’s en auto’s die de ondernemer in eigendom heeft, omdat in beide gevallen over het privégebruik btw is verschuldigd.

De Hoge Raad heeft in twee van de vier proefprocedures alle klachten ongegrond verklaard. De andere twee zaken zijn verwezen naar Hof Den Bosch. Dat hof moet de omvang van het privégebruik van de auto’s in deze zaken nog onderzoeken.

Beraad

De Belastingdienst heeft inmiddels kennisgenomen van de uitspraken. Deze worden nu bestudeerd en er zal worden gekeken naar de eventuele gevolgen voor de bezwaarschriften die zijn aangewezen als massaal bezwaar. Mogelijk volgt op korte termijn een collectieve uitspraak vanuit de Belastingdienst op deze bezwaarschriften. Uiteraard houden we u daarvan op de hoogte.

The post Einde in zicht massaal bezwaar btw privégebruik auto appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Voorkom extra belasting bij vergoeding voor uw personeel

Weet u dat de vergoedingen die u verstrekt voor uw werknemers loon vormt dat individueel belast wordt? Dit geldt ook voor zaken die u verstrekt dan wel ter beschikking stelt. U kunt dit voorkomen door het aan te wijzen als eindheffingsloon. Uw werknemer betaalt dan geen belasting. Heeft u voldoende vrije ruimte, dan betaalt ook u geen belasting. Wijst u echter niet tijdig aan, dan betaalt uw werknemer belasting, ook als u nog voldoende vrije ruimte heeft.

Hoe wijst u aan?

De aanwijzing blijkt uit de wijze waarop u dit in uw administratie heeft verwerkt. Verwerkt u een vergoeding bijvoorbeeld als individueel loon, dan wordt deze geacht niet als eindheffingsloon aangewezen te zijn.

Tip: U kunt op deze keuze niet terugkomen, tenzij u aannemelijk kunt maken dat hier sprake is van een fout. Dit is bijvoorbeeld het geval als uit contractuele afspraken duidelijk blijkt dat u als werkgever de belastingheffing over een vergoeding draagt, maar u per abuis dit toch als individueel loon heeft verwerkt.

Geen keuze?

Doet u niets, dat wil zeggen dat u een vergoeding niet als individueel loon verwerkt maar ook niet als eindheffingsloon aanwijst, dan kunt u dat gedurende het lopende kalenderjaar nog herstellen. Heeft u bijvoorbeeld in 2017 een vergoeding toegekend en geen keuze gemaakt? Dan kunt u gedurende 2017 de vergoeding nog verwerken als eindheffingsloon.

Heeft u echter in 2016 een vergoeding toegekend en deze niet in 2016 als eindheffingsloon verwerkt? Dan merkt de Belastingdienst deze vergoeding aan als individueel loon van uw werknemer in 2016.

Let op! Aanwijzen als eindheffingsloon is niet mogelijk als niet voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets. Onze adviseurs kunnen u hierover meer vertellen.

The post Voorkom extra belasting bij vergoeding voor uw personeel appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Voorkom extra belasting bij vergoeding voor uw personeel

Weet u dat de vergoedingen die u verstrekt voor uw werknemers loon vormt dat individueel belast wordt? Dit geldt ook voor zaken die u verstrekt dan wel ter beschikking stelt. U kunt dit voorkomen door het aan te wijzen als eindheffingsloon. Uw werknemer betaalt dan geen belasting. Heeft u voldoende vrije ruimte, dan betaalt ook u geen belasting. Wijst u echter niet tijdig aan, dan betaalt uw werknemer belasting, ook als u nog voldoende vrije ruimte heeft.

Hoe wijst u aan?

De aanwijzing blijkt uit de wijze waarop u dit in uw administratie heeft verwerkt. Verwerkt u een vergoeding bijvoorbeeld als individueel loon, dan wordt deze geacht niet als eindheffingsloon aangewezen te zijn.

Tip: U kunt op deze keuze niet terugkomen, tenzij u aannemelijk kunt maken dat hier sprake is van een fout. Dit is bijvoorbeeld het geval als uit contractuele afspraken duidelijk blijkt dat u als werkgever de belastingheffing over een vergoeding draagt, maar u per abuis dit toch als individueel loon heeft verwerkt.

Geen keuze?

Doet u niets, dat wil zeggen dat u een vergoeding niet als individueel loon verwerkt maar ook niet als eindheffingsloon aanwijst, dan kunt u dat gedurende het lopende kalenderjaar nog herstellen. Heeft u bijvoorbeeld in 2017 een vergoeding toegekend en geen keuze gemaakt? Dan kunt u gedurende 2017 de vergoeding nog verwerken als eindheffingsloon.

Heeft u echter in 2016 een vergoeding toegekend en deze niet in 2016 als eindheffingsloon verwerkt? Dan merkt de Belastingdienst deze vergoeding aan als individueel loon van uw werknemer in 2016.

Let op! Aanwijzen als eindheffingsloon is niet mogelijk als niet voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets. Onze adviseurs kunnen u hierover meer vertellen.

The post Voorkom extra belasting bij vergoeding voor uw personeel appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Btw op huisvestingskosten werknemers niet aftrekbaar

Met name in de bouw wordt nogal eens gebruik gemaakt van buitenlandse werknemers uit bijvoorbeeld Polen of Hongarije. Als u als werkgever deze werknemers huisvesting verleent, is de btw hierop niet aftrekbaar.

BUA

Dat de btw op de kosten van huisvesting niet aftrekbaar is voor de werkgever, volgt uit het Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA). Volgens dit Besluit zijn zaken die worden gebruikt voor de persoonlijke doeleinden van het personeel niet aftrekbaar. Huisvesting wordt als één van deze zaken genoemd.

Let op! Ook het type huisvesting is niet relevant. In een zaak die onlangs voor de rechter kwam werd gebruik gemaakt van hotels, pensions en vakantiewoningen, maar dit deed niet ter zake.

Bedrijfsbelang?

In genoemde zaak besliste de rechter dat het niet uitmaakt als er sprake is van een bedrijfsbelang. De huisvesting was in de behandelde zaak noodzakelijk, omdat de betreffende werknemers te kort werkzaam waren om te verhuizen (uitzendkrachten) en de reisafstand naar hun woning in het buitenland te groot was.

Verhuiskosten soms aftrekbaar

In een eerdere rechtszaak heeft de Hoge Raad beslist dat onder omstandigheden de btw op verhuiskosten wel aftrekbaar kan zijn voor de werkgever. Bepalend is dan of de werknemer zich, gelet op het bedrijfsbelang, aan de verhuizing kan onttrekken. Is dit niet het geval, dan is de btw aftrekbaar. Omdat huisvesting expliciet wordt genoemd in het BUA, geldt dit niet voor de btw op huisvestingskosten.

The post Btw op huisvestingskosten werknemers niet aftrekbaar appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Maximum aftrekpost kleding en beddengoed ter discussie

Als u vanwege ziekte meer kosten maakt voor kleding en beddengoed, kunt u een bedrag op uw inkomen in aftrek brengen als zorgkosten. Aan dit bedrag zit een maximum. Hierover loopt momenteel een zaak bij de Hoge Raad.

Beperking

De aftrek is beperkt tot een bedrag van €300 als u niet meer dan €600 aan kosten heeft. Heeft u meer kosten, dan geldt een vaste aftrek van €750.

Is die beperking wel juist?

Een belastingplichtige die dergelijke kosten had, bracht onlangs een bedrag van €1.775 in aftrek op zijn inkomen. De inspecteur bracht de aftrek terug tot het toegestane maximum, waarna de zaak voor de rechter kwam. Het gerechtshof oordeelde dat het hogere bedrag in aftrek kan worden gebracht. De staatssecretaris stapte naar de Hoge Raad. Die heeft nog geen uitspraak gedaan. De adviseur van de Hoge Raad, die dergelijke uitspraken voorbereidt, deelt de mening van het Hof.

Waarom toch meer aftrek?

De reden hiervoor is dat de beperking van de aftrek buiten de bevoegdheid van de staatssecretaris valt. Die heeft de beperking ingevoerd en deze is ook al meer dan 40 jaar van kracht, maar waarschijnlijk ten onrechte.

Tip: Belastingplichtigen die in soortgelijke omstandigheden verkeren, doen er goed aan bezwaar aan te tekenen tegen de aanslagen die nog niet definitief vaststaan en waarin zij de beperkte bedragen in aftrek hebben gebracht.

Het is weliswaar nog niet zeker wat de Hoge Raad gaat beslissen, maar als deze oordeelt dat de aftrekbeperking onterecht is, heeft u uw rechten veilig gesteld. Doet u niets en wacht u de uitspraak van de Hoge Raad eerst af, dan kon u met uw bezwaren wel eens te laat zijn. U moet namelijk in bezwaar uiterlijk zes weken nadat de inspecteur uw aanslag heeft vastgesteld.

Aftrek zorgkosten beperkt

Houd er overigens rekening mee dat de aftrek van zorgkosten sowieso beperkt is. Er geldt namelijk een drempel die afhankelijk is van de hoogte van uw inkomen. U heeft pas recht op aftrek, als uw zorgkosten meer bedragen dan de drempel. Als voor kleding en beddengoed een hoger bedrag in aftrek kan worden gebracht, zult u wel eerder deze drempel halen.

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen rond deze zaak.

The post Maximum aftrekpost kleding en beddengoed ter discussie appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Leegstand winkelpanden daalt verder in 2016

In 2015 was er voor het eerst een lichte daling van het aantal leegstaande winkelpanden. Deze daling zette zich in 2016 voort. Aan het begin van 2016 stond 7,4% van de panden leeg. Aan het eind van het jaar waren dat er 500 minder (7,2%).

Leegstand in winkelmeters vrijwel gelijk

De leegstand in winkelmeters steeg in 2016 van 7,7% naar 8,4%. Daarvoor was met name het faillissement van V&D verantwoordelijk. Inmiddels is voor veel V&D-panden een tijdelijke of definitieve oplossing gevonden. De leegstand in meters is begin 2017 7,8% en daarmee vrijwel terug op het niveau van begin 2016.

Het aantal detailhandelspanden is vorig jaar weer teruggelopen. Tweederde van de panden die in 2016 leeg zijn komen te staan, betrof de detailhandel, terwijl deze branche minder dan 50% van de winkelpanden vult. Begin 2017 waren er bijna 500 winkelpanden en 300.000 m² minder dan begin 2016. Dit komt omdat veel panden zijn omgebouwd naar woningen. Ook zijn er in 2016 1.000 nieuwe horecavestigingen bijgekomen.

In bijna alle provincies loopt de leegstand terug, het meest in de provincies Groningen en Friesland. Maar in de centra van de middelgrote steden loopt de leegstand nog steeds op: in 2016 is dit percentage gestegen naar 12,3%.

Retail Risk Index (RRI) 2016

De Retail Risk Index brengt het risicoprofiel van winkels en winkelgebieden in Nederland in kaart. Voor het eerst sinds jaren zijn er méér panden met een gezond risicoprofiel. Dit percentage is gestegen van 28% naar 32%. Het grootste herstel is te zien op de meubelboulevards en binnenstedelijke winkelstraten. De meeste binnensteden doen het goed. In de provincie Friesland zijn procentueel de meeste panden met een positief risicoprofiel, in Limburg de minste.

De top-drie binnensteden met het grootste aantal panden met een positief perspectief zijn:

  1. Centrum Amsterdam – 35%
  2. Centrum Leiden – 34%
  3. Centrum Nijmegen – 33%

Minder winkeliers stoppen

Het aantal ondernemers dat stopt daalt:
2014 – 15.114
2015 – 14.479
2016 – 13.409

In 2016 starten bijna 12.000 ondernemers een winkel. Deze positieve ontwikkelingen zijn deels te verklaren door een aantrekkende economie en een toenemend consumentenvertrouwen. De starters werken overigens steeds meer zelfstandig in plaats van zich aan te sluiten bij een formule.

Functiewijziging van panden

In 2016 kregen bijna 4.700 panden (waarvan een risicoprofiel bekend is) een andere functie dan retail. Van deze panden had 35% een zeer hoog risicoprofiel. Gemiddeld heeft minder dan 8% van de panden een zeer hoog risicoprofiel. Er zijn dus vooral ‘slechte’ panden uit de voorraad gehaald, waardoor het totaalbeeld van de Nederlandse winkelstraten is verbeterd.

The post Leegstand winkelpanden daalt verder in 2016 appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Digitalisering moet bovenaan lijstje

Juridische dienstverleners worstelen met digitalisering. Ze plukken er mondjesmaat de vruchten van, maar er is nog een flinke omslag in denken en doen binnen de branche nodig. Dit is een belangrijke conclusie uit de SRA-brancherapportage voor de Juridische Dienstverlening, die binnenkort verschijnt.

Gebrek aan technologische kennis

Digitalisering lijkt zowel een zegen als een vloek voor de Juridische Dienstverlening. Een zegen omdat innovatieve technologieën een efficiëntere manier van werken mogelijk maken, een vloek omdat de veranderingen zo snel gaan dat veel juridische dienstverleners er niet in slagen om aan te haken. Het is bepaald niet goedkoop om goede technologische kennis binnen te halen en veel kantoren kunnen dit simpelweg niet opbrengen. En verbeterslagen die wèl zonder hoge kosten te maken zijn, worden door het gebrek aan technologische kennis dan weer vaak over het hoofd gezien. Toch moeten juristen deze technologische ontwikkelingen zien bij te benen, anders worden ze voorbijgestreefd en kunnen de kansen die digitalisering biedt zomaar omslaan in bedreigingen.

Eerst intern dan extern

Ferdinand Nijboer, econoom bij ING, stipt daarbij aan dat de branche vooralsnog vooral bezig is met een interne efficiencyslag. “De volgende stap die de branche zal moeten zetten, is het digitaliseren van het product of de dienst. Denk aan een platform waarop je via modules zelf een contract kunt samenstellen. Dit heeft gevolgen voor het verdienmodel”, aldus Nijboer. Juridische dienstverleners zullen hun geld steeds meer moeten halen uit advisering op maat, bovenop een gratis of goedkope dienst. Dit betekent dat zij zich moeten onderscheiden, zich proactief moeten opstellen en moeten weten wat er bij klanten speelt. Als de branche deze omslag weet te maken, zijn er volop kansen.

The post Digitalisering moet bovenaan lijstje appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.