Streep door lange betaaltermijnen

Grote ondernemingen kunnen vanaf 1 juli geen langere betaaltermijn dan 60 dagen overeenkomen met mkb-ondernemingen en zelfstandige ondernemers. Wordt er in de overeenkomst met een kleine leverancier toch een langere termijn van betaling overeengekomen, dan wordt dit nietig verklaard.

Standaard geldt een betaaltermijn van 30 dagen. Na deze 30 dagen is de afnemer wettelijke handelsrente verschuldigd over de termijnoverschrijding. Gaat de grote onderneming over de betaaltermijn van 60 dagen heen, dan gaat deze termijn automatisch terug naar 30 dagen.

Let op! De maximale betaaltermijn van 60 dagen gaat in op 1 juli 2017. Voor bestaande overeenkomsten is er een overgangstermijn van 1 jaar.

The post Streep door lange betaaltermijnen appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Splits factuur bij een all-in prijs van buffet of barbecue

Samengestelde dienst?

Bij een combinatie van goederen en diensten kan er soms sprake zijn van een samengestelde dienst. U levert dan een dienst waarbij ook goederen worden gebruikt of andersom, bij een geleverd goed wordt een dienst verricht.

Let op! Er is echter alleen sprake van een samengestelde dienst als de gemiddelde consument de combinatie als één geheel aanmerkt. In dat geval dient u het btw-tarief te rekenen over het hoofdbestanddeel van de gecombineerde goederen of diensten.

Diner geen samengestelde dienst

Dat hiervan niet snel sprake is, bleek onlangs voor de rechter. Een slimme horecaondernemer wilde een diner als samengestelde dienst aanmerken. De truc zat hem in het aanbieden van het diner inclusief alcoholische dranken, waarop hij het lage btw-tarief wenste toe te passen. Helaas voor hem ging deze vlieger niet op.

Splitsen

Bij een all-in prijs moet u de factuur dan ook splitsen, omdat u op alcoholische dranken het hoge btw-tarief van 21% toe moet passen. De rechter bepaalde tevens dat de splitsing tegen reële prijzen moet gebeuren. Vraagt u normaal gesproken dus bijvoorbeeld € 2,50 voor een biertje, dan mag u dit bij een all-in prijs niet tegen € 0,50 in rekening brengen.

The post Splits factuur bij een all-in prijs van buffet of barbecue appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Btw-teruggave bij aankoop vakantiewoning

Ziet u op uw vakantiebestemming een leuke vakantiewoning te koop? Overweegt u serieus de stap te zetten of is de deal al gesloten? Let dan op eventuele fiscale voordelen. Als u bij aankoop van een vakantiewoning btw betaalt en u de vakantiewoning ook gaat verhuren, kunt u in sommige gevallen namelijk deze btw (deels) van de Belastingdienst terugkrijgen.

Het is geen vanzelfsprekend dat u de aankoop-btw terugkrijgt van de Belastingdienst. Dit is namelijk afhankelijk van de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Alleen als u de vakantiewoning ook (gedeeltelijk) verhuurt, kunt u mogelijk de btw (gedeeltelijk) terugvragen. De verhuur van de vakantiewoning moet dan wel zodanig zijn dat sprake is van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Hiervan is volgens beleid van de Belastingdienst in ieder geval sprake als de vakantiewoning voor minimaal 140 dagen per jaar wordt verhuurd.

Tip! Verhuurt u de vakantiewoning voor minder dan 140 dagen per jaar dan kan nog steeds sprake zijn van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Neem voor overleg over uw persoonlijke situatie contact op met één van onze adviseurs.

Hoeveel btw u uiteindelijk kunt terugvragen is afhankelijk van uw eigen gebruik.

Voorbeeld
U koopt in 2017 een vakantiewoning voor € 121.000 (inclusief btw). De vakantiewoning wordt in 2017 voor 70% verhuurd en voor 30% door u zelf gebruikt. Van de aankoop-btw bij aankoop (€ 21.000) kunt u in 2017 € 14.700 (70%) terugvragen bij de Belastingdienst.

Let op! Meld u eerst aan bij de Belastingdienst als ondernemer voor de btw, anders kunt u de btw niet terugvragen. Inschrijven als ondernemer bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel is niet nodig.

Als u ondernemer bent voor de verhuur van de vakantiewoning, kunt u de aankoop-btw (deels terugvragen), maar dient u ook 6% btw over de huur te berekenen en af te dragen aan de Belastingdienst.

The post Btw-teruggave bij aankoop vakantiewoning appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Afkopen pensioen gevolgen voor BOR

Het opbouwen van pensioen in eigen beheer is niet meer mogelijk. Stel dat er pensioen in eigen beheer in de bv zit, dan kan afkoop of omzetting van het pensioen in eigen beheer direct gevolgen hebben voor de bedrijfsopvolgingsregeling.

De dga moet, nu pensioenopbouw in eigen beheer niet meer kan, kiezen uit drie mogelijkheden. Hij kan zijn bestaande pensioen laten staan, afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting.

Gevolgen BOR

Wanneer de dga kiest voor omzetting in een oudedagsverplichting of afkopen van het pensioen in eigen beheer, heeft dat gevolgen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Hoe zit dat?

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Bij het schenken of erven van aandelen zijn er, naast de uitstelfaciliteit voor de betaling van de belasting in 10 jaar, twee bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.

  1. de doorschuiving van de aanmerkelijkbelangclaim (ab-claim) en
  2. de vrijstellingen voor de schenk- of erfbelasting.

Door deze twee bedrijfsopvolgingsfaciliteiten hoeft u over een bepaald bedrag geen belasting te betalen.

Bij de ab-claim is dat om te beginnen uitstel van belastingheffing van 25% over de waarde van de aandelen minus de verkrijgingsprijs. Bij de vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting is een vrijstelling van 100% over de waarde van de verkrijging tot € 1 miljoen en een vrijstelling van 83% boven het miljoen.

Wat gebeurt er nu als het pensioen in eigen beheer wordt afgekocht of wordt omgezet in een oudedagsverplichting?

Toename eigen vermogen

Door de afkoop van het pensioen verdwijnt de verplichting van de balans en stijgt het eigen vermogen. Dit komt doordat de fiscale waarde aanzienlijk lager is dan de commerciële waarde. Ditzelfde geldt bij de omzetting van het pensioen in een oudedagsvoorziening.

Op deze hogere waarde van de aandelen zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten niet van toepassing, omdat het als beleggingsvermogen binnen de bv is aan te merken. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten hebben namelijk alleen betrekking op ondernemingsvermogen. Houd u het pensioen in stand, dan heeft het geen directe gevolgen voor het eigen vermogen.

Tot slot

Uw keuze in het kader van pensioen in eigen beheer kan directe fiscale gevolgen hebben voor andere beslissingen. Bent u voornemens aandelen te schenken, laat u dan goed adviseren.

The post Afkopen pensioen gevolgen voor BOR appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Heffing bedrijfsinvesteringszone terecht

Ondernemers op bedrijventerreinen en in winkelgebieden willen vaak gezamenlijk investeren om de omgeving veiliger of aantrekkelijker te maken. Dat kan via een Bedrijven Investeringszone (BIZ), waaraan ook een heffing verbonden is. De gemeente voert deze uit. Wanneer krijgt u met zo’n heffing te maken?

Bij invoering moet minstens de helft van de ondernemers in het betreffende gebied zich vóór of tegen de BIZ-heffing uitspreken. Daarvan moet weer minstens tweederde de invoering van de BIZ-heffing steunen, anders gaat deze niet door.

Let op! Als de BIZ-heffing niet voor iedereen gelijk is, maar gekoppeld is aan de WOZ-waarde van uw pand, moeten de voorstanders ook méér dan de helft van de WOZ-waarde vertegenwoordigen.

Besteding middelen

Met de opbrengst kunnen volgens de wet de kosten gedekt worden van activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van het gebied waarvoor de heffing wordt opgelegd.

Let op! Dit betekent dat een activiteit niet gericht mag zijn op de particuliere belangen van één of meer ondernemers of derden.

Middelen goed besteed?

Om er zeker van te zijn dat de middelen goed besteed worden, is de gemeente verplicht om met de uitvoerders van de plannen een overeenkomst te sluiten. Dit is vaak een vereniging of stichting vanuit de ondernemers. In de overeenkomst moet staan welke activiteiten verricht gaan worden.

Tip: Een BIZ-heffing omvat een bepaald gebied binnen een gemeente. Alleen de in het BIZ-gebied gelegen bedrijfspanden dienen de heffing te betalen. De afbakening van het gebied mag niet onredelijk of willekeurig zijn.

U kunt de BIZ-heffing aanvechten als niet duidelijk is waarom de ene ondernemer deze wel krijgt en de andere niet. Er moeten dus goede redenen zijn waarom slechts ondernemers binnen een bepaald gebied de heffing krijgen. Bijvoorbeeld omdat buiten het heffingsgebied men onvoldoende of geen profijt heeft van de voorzieningen. De gemeente zal dit aannemelijk moeten maken.

Heeft u vragen over de invoering van een BIZ-heffing, neem dan contact met ons op.

The post Heffing bedrijfsinvesteringszone terecht appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Betaal vóór 1 juli uw stakingslijfrente

Bent u in 2016 (gedeeltelijk) gestopt met uw onderneming, dan kunt u binnen de wettelijke maxima uw winst bij staking geheel of gedeeltelijk onbelast omzetten in een lijfrente (stakingslijfrente). Dat levert u een extra lijfrentepremieaftrek op, mits u deze premie vóór 1 juli 2017 heeft betaald.

Lijfrentepremies

Normaal gesproken zijn lijfrentepremies alleen aftrekbaar in het jaar dat u deze heeft betaald. Aftrek is binnen bepaalde grenzen en onder voorwaarden mogelijk en alleen bij een tekort aan pensioenopbouw. De maximale hoogte van de lijfrentepremieaftrek wordt bepaald aan de hand van de zogeheten jaarruimte en/of reserveringsruimte.

Stakingslijfrente

Voor een lijfrentepremie met betrekking tot de staking van uw onderneming geldt een afwijkende regeling. Heeft u als ondernemer in 2016 uw onderneming (gedeeltelijk) gestaakt en maakt u gebruik van de mogelijkheid om de stakingswinst (deels) om te zetten in een lijfrente, dan is de premie voor deze stakingslijfrente aftrekbaar mits u de premie in de eerste zes maanden van 2017 betaalt. Datzelfde geldt voor de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente. De hoogte van de extra lijfrentepremieaftrek (stakingslijfrente) is afhankelijk van uw leeftijd en van de situatie bij staking.

Tip: Om gebruik te kunnen maken van de extra lijfrentepremieaftrek bij staking is tijdige betaling (vóór 1 juli 2017) noodzakelijk. Wanneer uw onderneming overgaat van een eenmanszaak naar een bv, kunt u de lijfrente ook onderbrengen bij de voortzettende onderneming. U kunt dan een lijfrente bedingen bij uw bv in plaats van bij een bank of verzekeraar.

The post Betaal vóór 1 juli uw stakingslijfrente appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Leeftijdsgrens looncompensatie bij ziekte omlaag

Neemt u een oudere werkloze in dienst, dan komt u niet voor hoge kosten te staan als deze werknemer onverhoopt langdurig ziek wordt. Voor deze werknemer geldt namelijk een no-riskpolis. Het kabinet gaat de leeftijdsgrens hiervoor verlagen naar 56 jaar of ouder.

Loondoorbetaling bij ziekte

Wordt uw werknemer ziek, dan moet u zijn loon doorbetalen. Voor sommige werknemers geldt echter een no-riskpolis. Als een werknemer met een dergelijke polis ziek wordt, kunt u bij het UWV voor deze werknemer een Ziektewetuitkering aanvragen. U kunt de uitkering dan verrekenen met het te betalen loon.

No-riskpolis

De no-riskpolis geldt bijvoorbeeld voor de werknemer die bij aanvang van het dienstverband een WIA-, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering heeft. De polis geldt na dertien weken ziekte ook voor de oudere werknemer geboren vóór 8 juli 1954, die langer dan 52 weken een WW-uitkering heeft gekregen en vanuit de WW bij u in dienst is gekomen. Het kabinet gaat deze leeftijdsgrens verlagen naar 56 jaar.

Tip: Neemt u iemand in dienst vanuit een WW-positie (langer dan een jaar werkloos) die na 1 januari 2018 56 jaar of ouder is, dan wordt u gecompenseerd als deze werknemer uitvalt wegens ziekte.

The post Leeftijdsgrens looncompensatie bij ziekte omlaag appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Zeven belangrijke wijzigingen en tips vóór en pér 1 juli 2017

1. Einde pensioenopbouw in eigen beheer

Bouwt u als dga pensioen op in eigen beheer, dan is het einde in zicht. Vóór 1 juli moet de huidige pensioenopbouw in eigen beheer worden stopgezet. Heeft u nog een extern verzekerd pensioendeel dat u wilt terughalen naar eigen beheer, dan moet de pensioenverzekeraar uw verzoek tot overdracht vóór 1 juli aanstaande hebben ontvangen.

2. Nieuwe Arbowetregels

Vanaf 1 juli gelden er nieuwe Arbowetregels. Er gaan minimumeisen gelden voor het basiscontract met de arbodienst, elke werknemer krijgt directe toegang tot een open spreekuur bij de bedrijfsarts en het recht op een second opinion, de bedrijfsarts krijgt meer bevoegdheden, de OR krijgt instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker en deze medewerker zelf krijgt een duidelijkere rol. Tot slot krijgt de Inspectie SZW meer mogelijkheden om sancties op te leggen aan werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen als de regels niet worden nageleefd. Werkgevers en arbodienstverleners hebben tot uiterlijk 1 juli 2018 de tijd om de bestaande contracten en dienstverlening aan te passen aan de nieuwe regels.

3. Deadline wettelijke vakantiedagen 

Heeft uw personeel nog wettelijke vakantiedagen staan van 2016, zorg dan dat zij deze opnemen vóór 1 juli 2017. Gebeurt dat niet, dan komen ze te vervallen, tenzij er een uitzondering geldt.

4. Verhoging minimumloon

Per 1 juli 2017 gaat het wettelijk minimumloon weer omhoog. Nieuw is een verlaging van de leeftijdsgrens. Vanaf 1 juli krijgt ook een 22-jarige het volwassenminimumloon. Verder is de stijging van het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 21-jarigen, meer dan de gebruikelijke halfjaarlijkse verhoging. Houd rekening met de nieuwe bedragen en zorg ook dat het juiste wettelijk minimumloon op de loonstrook staat vermeld.

5. ANBI? Publiceer de jaarcijfers

Is uw instelling aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), publiceer dan vóór 1 juli 2017 de jaarcijfers over 2016. Doet u dit niet of bent u te laat, dan riskeert u het verlies van de ANBI-status. Publiceren van de jaarcijfers over 2016 mag op de eigen website of op een gemeenschappelijke internetsite met andere goede doelen.

6. Betaal stakingslijfrente op tijd

Bent u in 2016 (gedeeltelijk) gestopt met uw onderneming en maakt u gebruik van de mogelijkheid om uw stakingswinst (deels) om te zetten in een lijfrente? De premie voor deze stakingslijfrente is onder voorwaarden aftrekbaar, maar dan moet u deze wel vóór 1 juli 2017 hebben betaald.

7. Streep door onredelijk lange betaaltermijnen

Grote ondernemingen kunnen vanaf 1 juli geen langere betaaltermijn dan 60 dagen overeenkomen met mkb-ondernemingen en zelfstandige ondernemers. Wordt er in de overeenkomst met de ‘kleine leverancier’ toch een betaaltermijn van meer dan 60 dagen overeengekomen, dan wordt dit nietig verklaard. Voor bestaande overeenkomsten is er een overgangstermijn van 1 jaar.

The post Zeven belangrijke wijzigingen en tips vóór en pér 1 juli 2017 appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Voortaan standaard sectorindeling voor uitzendbedrijf

Uitzendsector

Voorheen werden uitzendbedrijven voor de werknemersverzekeringen nog weleens in een andere sector (vaksector) dan de uitzendsector (sector 52) ingedeeld. Dit was mogelijk als meer dan de helft van het premieplichtige loon (op basis van uitzendovereenkomsten zonder uitzendbeding) op jaarbasis van het uitzendbedrijf kon worden toegerekend aan die vaksector. Die mogelijkheid is voor nieuwe gevallen komen te vervallen. Voor hen is de indeling in de uitzendsector verplicht.

Let op! Indeling in een vaksector is vaak voordeliger. In veel gevallen zijn de premies lager dan die in de uitzendsector. Een andere sectorindeling zit er echter niet meer in voor uitzendbedrijven.

Bestaande sectorindeling

Voor uitzendbedrijven die al vóór 25 mei 2017 zijn ingedeeld in een andere sector verandert er vooralsnog niets. Zij mogen ingedeeld blijven in de vaksector waarin zij door de Belastingdienst bij beschikking zijn ingedeeld.

Ook een uitzendbedrijf dat vóór 25 mei 2017 een aanvraag voor een andere sectorindeling heeft gedaan, kan − mits deze voldoet aan de voorwaarden − door de Belastingdienst nog worden ingedeeld in een andere sector dan de uitzendsector.

The post Voortaan standaard sectorindeling voor uitzendbedrijf appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Country-by-Country Reporting: Increase of penalty amount in The Netherlands

The Dutch Parliament took an important measure against tax avoidance. On April 18, 2017 the majority of the members voted in favor of a bill that raises the penalty for not filing the Country-by-Country Report.

Maximum is raised

Previous, the penalty for not filing the Country-by-Country Report was EUR 20.500. After the passing of the new bill this penalty is raised to a maximum of EUR 820.000.  Also non-filling of the notification by a local group entity within the statutory deadline can be penalized up to the amount of EUR 820.000. The maximum  amount can be imposed after multiple violations.

Multinationals

Multinational companies with an ultimate parent (the “Ultimate Parent Entity”) that is tax resident in the Netherlands with an annual consolidated group revenue of at least EUR 750 million are required to submit a Country-by-Country Report with the Dutch tax authorities. The Country-by-Country Report contains an overview per country of aggregate information relating to the amount of revenue, profit (or loss) before income tax, income tax paid, number of employees, etc.

Also the tax jurisdiction of each group entity (the “Constituent Entity”) and the nature of the main activities of each Constituent Entity needs to be provided. By the exchange of such information between the different tax authorities, the multinational companies will have less opportunities to avoid taxes.

Information required

Group entities which are a tax resident in the Netherlands, and are part of an multinational company with a minimum consolidated group revenue of EUR 750 million must notify the Dutch tax authorities. The following information is generally required in notification forms regarding local group entities on behalf of which a Country-by-Country report has been or will be filed:

  1. name of the reporting entity;
  2. address;
  3. tax identification number; and
  4. fiscal year covered.

Is your company able to produce a Country-by-Country Report today? Do you have the information you need to comply with Country-by-Country Reporting? Are the required data aggregation processes up to speed? To avoid a penalty these questions need to be answered positively.

Feel free to contact us in case you want to receive information about Country-by-Country Reporting, or if you need advice on your specific situation.

The post Country-by-Country Reporting: Increase of penalty amount in The Netherlands appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.