Hoe beperkt u bestuursaansprakelijkheid van uw bv?

Gaat het financieel slecht met uw bv, dan moet u als bestuurder oppassen. In sommige gevallen kan de fiscus u namelijk aansprakelijk stellen voor bepaalde belastingschulden. Hier kunt u zelf wel het een en ander aan doen.

Wettelijk is bepaald dat uw bv, zodra blijkt dat de betaling van loon- en omzetbelasting niet mogelijk is, dit schriftelijk moet melden aan de ontvanger. Dit moet uiterlijk twee weken na de dag, waarop de verschuldigde belasting moest worden afgedragen. Heeft de bv een en ander correct gemeld, dan bent u als bestuurder alleen aansprakelijk bij kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Van kennelijk onbehoorlijk bestuur kan slechts gesproken worden bij een onbehoorlijke taakvervulling, die als onverantwoordelijk, roekeloos, verregaand onnadenkend en onbezonnen kan worden aangemerkt. De bewijslast hiervan ligt bij de ontvanger. Aan het onbehoorlijke karakter van het bestuur mag geen twijfel bestaan, want er zijn natuurlijk altijd fouten, onjuiste beslissingen of weinig doordachte handelingen mogelijk zonder dat er direct sprake is van onbehoorlijk bestuur. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is dan ook alleen sprake, als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden op deze manier gehandeld zou hebben.

In een recente rechtszaak werd een bestuurder van een concern aansprakelijk gesteld voor ongeveer € 900.000 aan belastingschulden. De ontvanger stelde dat er sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar de rechter ging hier niet in mee. Volgens de ontvanger had de bestuurder onder meer onvoldoende toezicht gehouden op het financiële reilen en zeilen van het concern. De rechter was echter van mening dat de bestuurder hiervoor voldoende expertise had ingehuurd, aangezien hij deze zelf ontbeerde. Dat de ingehuurde deskundigen hun taak onvoldoende uitoefenden, kon de bestuurder ook niet verweten worden.

Beschikt u zelf dus over onvoldoende financiële kennis, huur deze dan in om zodoende uw fiscale bestuursaansprakelijkheid te beperken.

The post Hoe beperkt u bestuursaansprakelijkheid van uw bv? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Extra overstapmogelijkheid eigenrisicodragerschap WGA

Had u eigenrisicodrager voor de WGA willen blijven, maar is tegen uw wens en buiten uw toedoen om het eigenrisicodragerschap toch per 1 januari 2017 beëindigd? Het kabinet komt u tegemoet met een reparatieregeling. U krijgt de kans om op 1 juli 2018 weer over te stappen van de publieke verzekering naar het eigenrisicodragerschap voor de WGA.

Eigenrisicodragerschap WGA

Met ingang van 1 januari 2017 ziet het eigen risico op de totale WGA-lasten (dus zowel voor vast personeel als voor flexwerkers). Door die verandering moesten bestaande eigenrisicodragers voor de WGA, die dit ook in 2017 wensten te blijven, een nieuwe garantieverklaring overleggen van de bank of verzekeraar. Die garantie moest uiterlijk op 31 december 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn. Nu is dat proces niet helemaal vlekkeloos verlopen. In een aantal gevallen hebben verzekeraars per abuis geen of te laat een nieuwe garantie aan de Belastingdienst verstrekt. Hierdoor kan het zijn dat u, net als enkele andere werkgevers, per 1 januari 2017 ongewild weer de publieke verzekering van UWV bent ingestroomd.

Reparatieregeling

Net als bij iedere overstap, bent u nu gehouden aan een minimale terugkeerperiode van drie jaar. Pas daarna is het eigenrisicodragerschap weer mogelijk. Dat is niet redelijk als u wel op tijd heeft aangegeven dat u per 1 januari 2017 eigenrisicodrager voor de WGA had willen blijven, maar de Belastingdienst buiten uw toedoen om de garantieverklaring hiervoor niet (tijdig) heeft ontvangen. Daarom kunt u gebruik gaan maken van een reparatieregeling, waardoor u al eerder, namelijk op 1 juli 2018, kunt overstappen naar het eigenrisicodragerschap voor de WGA. U moet dan wel uiterlijk 13 weken vóór 1 juli 2018 uw aanvraag voor het eigenrisicodragerschap hebben ingediend bij de Belastingdienst.

Om gebruik te kunnen maken van de reparatieregeling, gelden de volgende voorwaarden:

  • u was op 31 december 2016 eigenrisicodrager WGA, en;
  • u kunt aantonen dat u in 2016 tijdig bij uw verzekeraar, bank of intermediair heeft aangegeven dat u per 1 januari 2017 eigenrisicodrager wil blijven, en;
  • het is niet aan u te wijten dat de garantie om eigenrisicodrager WGA te kunnen blijven in 2017 niet uiterlijk op 31 december 2016 aan de Belastingdienst is verstrekt.

Let op! Verzekeraars gaan een lijst opstellen van werkgevers die ‘tijdig’ hebben aangegeven per 1 januari 2017 eigenrisicodrager voor het gehele WGA-risico te willen blijven. De Belastingdienst kan deze lijst controleren en hanteren om werkgevers toe te staan per 1 juli 2018 weer eigenrisicodrager te worden.

De voorgestelde reparatieregeling is nog niet definitief. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten zich hier nog over buigen.

The post Extra overstapmogelijkheid eigenrisicodragerschap WGA appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Meer banen in detailhandel door soepelere wetgeving

Het aantal fulltimebanen in de detailhandel zou met ruim twaalf procent kunnen stijgen bij soepelere wetgeving. Dat zegt brancheorganisatie INretail op basis van een onderzoek onder vijfhonderd werkgevers in de mode-, schoenen-, sport- en woondetailhandel. In deze branches werken momenteel 140 duizend mensen.

Doorstroom stokt

Van de ondervraagde werkgevers heeft zo’n 60% werknemers in dienst met een tijdelijk contract. Van deze werkgeversgroep voelt 84% zich weerhouden in het aanbieden van een vast contract door verschillende wetten en regels. Zonder deze obstakels zouden er 12% meer banen kunnen zijn in de detailhandel. Omdat de doorstroom van tijdelijke naar vaste contracten stokt, daardoor wordt het ook aannemen van nieuwe medewerkers afgeremd.

Vooral ontslagprocedures vormen obstakel

Ondernemers ervaren vier belangrijke belemmeringen in de wetgeving:

  1. De ontslagprocedures bij een vast contract (78%)
  2. De verplichte transitievergoeding (61%)
  3. Reïntegratiekosten bij ziekte (59%) en
  4. Loondoorbetalingsverplichtingen bij langdurige ziekte (52%).

Handrem op banengroei

Meer dan 65 procent van de retailers heeft behoefte aan extra vaste medewerkers, maar 84 procent laat zich weerhouden door wet- en regelgeving, stelt de organisatie. “De politiek heeft met alle regelgeving werkgevers kopschuw gemaakt”, zegt INretail directeur Jan Meerman. “Er staat een handrem op de banengroei. Een oplossing is te vinden in meer balans tussen de risico’s die werkgevers en werknemers dragen”. INretail roept de politiek op drempels weg te nemen, door loondoorbetaling bij ziekte aan te pakken en ontslagprocedures te vereenvoudigen.

Uitkeringsinstantie UWV voorspelde tot eind volgend jaar vijftienduizend extra banen in de detailhandel, en dan vooral bij de webwinkels. Door faillissementen bij grote winkelketens kwamen vorig jaar duizenden winkelmedewerkers op straat te staan.

The post Meer banen in detailhandel door soepelere wetgeving appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Ook aandelenrechten in Gouden Handdruk extra belast

Vertrekvergoeding

Een vertrekvergoeding, zoals de Gouden Handdruk formeel heet, is in 2017 extra belast als deze meer bedraagt dan € 540.000. De belasting bedraagt dan 75% en wordt van de werkgever geheven via de eindheffing.

Ook aandelenrechten

Als rechten op aandelen tot het loon horen, zijn ook deze extra belast. Dit staat los van het feit of de toekenning van de rechten iets met het ontslag te maken hebben. Deze rechten zijn ook niet te vergelijken met aandelenoptierechten, aldus de uitspraak.

Let op! Aandelenoptierechten kunnen, onder voorwaarden, van de extra heffing zijn vrijgesteld.

The post Ook aandelenrechten in Gouden Handdruk extra belast appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Zeg een tijdelijke kracht op tijd op

Heeft u het afgelopen half jaar tijdelijk personeel in dienst gehad? Sinds de komst van de Wet Werk en Zekerheid moet de werkgever het einde van een tijdelijke arbeidsovereenkomst schriftelijk aanzeggen. Let op dat u dit op tijd doet, anders moet u een aanzegvergoeding betalen.

Wat moet u doen

Als de arbeidsovereenkomst voor meer dan zes maanden is aangegaan:

  • schrijft u uiterlijk één maand voordat de arbeidsovereenkomst eindigt, de werknemer een brief/e-mail;
  • waarin u meldt of u de arbeidsovereenkomst wel of niet voortzet; en
  • welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn op de voortgezette arbeidsovereenkomst als u de arbeidsovereenkomst voortzet.

Let op! Doet u dat niet, dan moet u een zogeheten aanzegvergoeding aan de werknemer betalen van maximaal één maandloon.

Hoeveel bedraagt de aanzegvergoeding

U berekent deze vergoeding door:

  • het kale bruto uurloon te vermenigvuldigen met het overeengekomen arbeidsuren per maand;
  • het kale bruto uurloon te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal gewerkte uren per maand;
  • bij provisie of een andere resultaatsbeloning neemt u het gemiddelde loon in de voorafgaande (12) maanden. 

Let op! Het loonbegrip van de aanzegvergoeding wordt op een andere wijze bepaald dat het loonbegrip voor de transitievergoeding. Bij de aanzegvergoeding gaat het om een kaal bruto uurloon dus zonder vakantiebijslag en overige emolumenten, zoals een dertiende maand.

Let op! De aanzegvergoeding is ook verschuldigd als de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet maar u verzuimd hebt aan te zeggen of te laat hebt aangezegd. Het is nadrukkelijk geen schadevergoeding. Er hoeft dus door de werknemer geen schade te zijn geleden.

Tip: Noteer bij het sluiten van tijdelijke contracten altijd een reminder voor de datum waarop u uiterlijk het einde van de arbeidsovereenkomst wilt aanzeggen.

Stuur werknemer naar huis!

Gaat de werknemer na de einddatum gewoon aan het werk en stuurt u hem niet naar huis, dan is van rechtswege een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst voor dezelfde tijd ontstaan, met een maximum van een jaar.

The post Zeg een tijdelijke kracht op tijd op appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Foute subsidieaanvraag praktijkleren: herstel is mogelijk!

Ontdekt u een fout in uw aanvraag voor de Subsidieregeling praktijkleren dan is er geen man overboord. U kunt de fout nog doorgeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl), zelfs als u deze ontdekt na het verstrijken van de deadline van 15 september 2017.

De Subsidieregeling praktijkleren is bedoeld om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen te stimuleren. De subsidie geeft een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van bepaalde leerlingen. Wilt en kunt u gebruikmaken van deze subsidieregeling, dien dan bij RVO.nl een aanvraag in. Voor het studiejaar 2016-2017 kan dat nog tot en met uiterlijk 15 september 2017 (vóór 17.00 uur).

Wat te doen bij een fout?

Nu kan het gebeuren dat u na het indienen van de subsidieaanvraag ontdekt dat u een fout heeft gemaakt. U heeft bijvoorbeeld een verkeerde start- of einddatum aangegeven of een foutieve erkenningscode. Gebeurt dit na het verstrijken van de deadline (15 september 17.00 uur) dan kunt u de fout per e-mail doorgeven via praktijkleren@rvo.nl onder vermelding van het referentienummer (PL…) van de subsidieaanvraag.

Ontdekt u de fout vóór het verstrijken van de deadline dan kan het zijn dat u op tijd (uiterlijk 15 september 2017 17.00 uur) een nieuwe (correcte) aanvraag moet indienen bij RVO.nl en de foute subsidieaanvraag moet intrekken. Dat is het geval als de fout in een van de volgende gegevens is geslopen:

  • de onderwijssector (MBO-BBL, Promovendi en TOIO, HBO, VMBO)
  • aantal begeleidingsweken
  • BSN deelnemer
  • Naam deelnemer
  • Crebo / Croho

Let op! Zodra u van RVO.nl een bevestigingsmail heeft ontvangen met daarin het referentienummer van uw nieuwe aanvraag, moet u in een e-mail naar praktijkleren@rvo.nl aangeven welke aanvraag er moet worden ingetrokken en welke aanvraag u wilt handhaven.

Ziet de fout op andere gegevens in het aanvraagformulier, dan kunt u dit per e-mail doorgeven aan RVO.nl. Ook daarvoor geldt het mailadres praktijkleren@rvo.nl.

The post Foute subsidieaanvraag praktijkleren: herstel is mogelijk! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Is zeilen voor de btw altijd een sport?

Om sporten te bevorderen, zijn de diensten van sportorganisaties aan de leden vrijgesteld van btw en is op het gelegenheid geven tot sporten en baden het lage tarief van toepassing. Maar is zeilen altijd aan te merken als sport en zijn daarmee alle diensten die ermee verband houden ook vrijgesteld dan wel onderworpen aan het lage tarief?

Deze vraag kwam onlangs aan de orde voor het gerechtshof in Amsterdam. Volgens de rechter moet er een onderscheid gemaakt worden tussen sportief en recreatief zeilen.

Wanneer is zeilen sport?

Volgens de rechter is dit het geval als aan twee eisen wordt voldaan. Daarvoor moet de zeilboot op grond van zijn objectieve kenmerken geschikt zijn voor sportbeoefening en daarvoor in hoofdzaak worden gebruikt. Ook is van belang dat we onder sport verstaan een actieve inspanning van lichaam en/of geest met het doel om het lichamelijk en/of geestelijk welzijn te verbeteren, waarbij de activiteit aan de hand van spelregels wordt bedreven. Ook onderricht en training in het kader van een sportieve activiteit kunnen hier onder vallen.

Verhuur jachthaven

In de betreffende zaak ging het om de verhuur van ligplaatsen in een jachthaven. De uitbater ervan wilde over de verhuurgelden het lage btw-tarief berekenen, maar vond de rechter op zijn weg.

Let op! Het lage tarief kan alleen worden toegepast als het zeilen op grond van bovengenoemde criteria als sportbeoefening geldt. Bovendien moet bewezen worden dat vanuit de jachthaven de sportbeoefening plaatsvindt, zodat deze aangemerkt kan worden als sportaccommodatie. Dit lukte de verhuurder niet en dus was het hoge btw-tarief van toepassing.

The post Is zeilen voor de btw altijd een sport? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Kan ik mijn woning als ondernemingsvermogen aanmerken?

Keuzevermogen

Bij het zogenaamde keuzevermogen ligt de grens bij 10% zakelijk of privégebruik. Is het zakelijk of privégebruik minder, dan is het bedrijfsmiddel meestal verplicht ondernemings- of privévermogen. Maar niet altijd, zo bleek onlangs voor het gerechtshof in Arnhem.

Woning ondernemingsvermogen?

In de betreffende zaak wilde de ondernemer de eigen woning tot het ondernemingsvermogen rekenen. Van de woning werd slechts één kamer, zo’n 6% van de woning, bedrijfsmatig gebruikt.

Woning ‘mede dienstbaar’ aan bedrijf

De ondernemer stelde echter dat de woning mede dienstbaar was aan de onderneming. Hij voerde aan dat er vanuit de woning toezicht mogelijk was op de bedrijfsactiviteiten in en rondom de naastgelegen bedrijfshal. Verder werden er, ook buiten de normale werktijden, goederen van leveranciers ontvangen en was er vanuit de woning contact met de werknemers gedurende de werkdag.

Van belang was tevens dat de bedrijfshal alleen bereikbaar was via de toegangsweg naar de woning. Bij de aankoop van de woning bleek het niet mogelijk een recht van overpad te verkrijgen.

Rechter gaat mee

Voor de rechter waren deze argumenten voldoende om toe te staan dat de ondernemer de woning als ondernemingsvermogen aanmerkte.

The post Kan ik mijn woning als ondernemingsvermogen aanmerken? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Veel administratie valt onder bewaarplicht

Als ondernemer bent u verplicht een administratie te voeren. Wat we hieronder precies moeten verstaan, is niet nader omschreven in de wet. U doet er echter goed aan dit niet te beperkt op te vatten, zo leert recente rechtspraak.

Inrichting van uw administratie

Uw administratie dient in ieder geval zodanig te zijn ingericht, dat de fiscus uw financiële en uiteraard ook uw fiscale verplichtingen eenvoudig kan achterhalen. Alles wat hierbij van belang kán zijn, behoort tot uw administratie. U dient dit bovendien minstens zeven jaar te bewaren. Voor onroerend goed is deze termijn zelfs tien jaar.

Onlangs werd bij een autohandelaar annex reparateur geconstateerd dat verzekerings- en schaderapporten niet waren bewaard. Omdat hiernaar op facturen wel verwezen werd, schoot de administratie tekort. De opgelegde informatiebeschikking bleef dan ook in stand, met alle nadelige gevolgen van dien.

Let op! Zaken als facturen, loonstaten, offertes en correspondentie behoren uiteraard tot uw administratie. Maar ook minder voor de hand liggende zaken, zoals uw email, kladaantekeningen en aanwezig kasgeld. Het begrip ‘administratie’ is dus omvangrijk.

Informatiebeschikking

Als uw administratie tekort schiet, kan de inspecteur u een informatiebeschikking opleggen. Daarmee kan hij u dwingen de benodigde informatie op te hoesten. Vindt u dat u de gevraagde informatie al heeft geleverd of bent u het anderszins niet met de beschikking eens, dan kunt u deze aanvechten voor de rechter.

Omkeren bewijslast

Levert u de gevraagde info niet of is dit niet mogelijk omdat u bijvoorbeeld bepaalde zaken niet bewaard heeft, dan kan de inspecteur de bewijslast omkeren. Dit is buitengewoon vervelend, want dan zult u moeten aantonen dat de opgelegde aanslag te hoog is. Dat zal zonder de nodige papieren niet meevallen.

The post Veel administratie valt onder bewaarplicht appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Doorbetaling Tegemoetkoming arbeidsongeschikten is werkgeverstaak

Het is weer bijna tijd voor de jaarlijkse Tegemoetkoming arbeidsongeschikten. UWV betaalt deze tegemoetkoming uit in september. Ontvangt u als werkgever voor uw werknemer een arbeidsongeschiktheidsuitkering van UWV, dan komt de tegemoetkoming binnen op uw rekening. Aan u vervolgens de taak om de tegemoetkoming over te maken op de rekening van de werknemer.

Heeft u een arbeidsongeschikte werknemer dan heeft deze mogelijk recht op een Tegemoetkoming arbeidsongeschikten. Dit is een nettocompensatie van € 176,27 voor de extra kosten die de werknemer maakt door zijn ziekte of handicap. De tegemoetkoming wordt door UWV gelijktijdig uitbetaald met de arbeidsongeschiktheidsuitkering van september 2017.

Doorbetaling

Wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering van uw werknemer op uw rekening gestort, dan geldt dat ook voor zijn tegemoetkoming. UWV kan namelijk de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten niet op een andere bankrekening storten dan de rekening waarop de maandelijkse uitkering wordt gestort. Daarom verzoekt UWV werkgevers om na ontvangst de tegemoetkoming zo snel mogelijk over te maken op de bankrekening van de werknemer. U krijgt hierover in september een brief waarin staat om welke werknemer(s) het gaat.

Let op! U hoeft de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten niet te vermelden op de loonstrook of de jaaropgaaf van uw werknemer.

The post Doorbetaling Tegemoetkoming arbeidsongeschikten is werkgeverstaak appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.