Mag gemeente reclamebelasting baseren op WOZ-waarde?

Als u reclame maakt via een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg, mag de gemeente reclamebelasting heffen. Maar mag men de aanslag ook baseren op de WOZ-waarde van uw bedrijfspand?

RetailGemeentelijke vrijheid

Bij het opleggen van aanslagen reclamebelasting heeft de gemeente hierbij grote vrijheden. In de gemeentewet is slechts bepaald dat de reclamebelasting openbare aankondigingen moet betreffen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Aanslag gebaseerd op WOZ-waarde

Onlangs werd een aanslag reclamebelasting aangevochten voor de rechter, omdat deze was gebaseerd op de WOZ-waarde van het bedrijfspand. De betreffende ondernemer vond dit onrechtvaardig. Naar zijn mening diende de omvang van de reclame-uiting bepalend te zijn voor de hoogte van de aanslag.

Wat vond de rechter?

De rechter vond dat de gemeente de vrijheid had de hoogte te baseren op de WOZ-waarde. De aanslag bleef dan ook in stand. Eerder was dit door de Hoge Raad namelijk ook al bepaald voor het rioolrecht.

Let op! De reclamebelasting mag niet afhankelijk zijn van de hoogte van de winst, het inkomen of het vermogen.

Reclamebelasting mag ook niet onredelijk zijn of willekeurig. De rechter vond dat hier ook niet het geval. Een eenheidstarief voor verschillende reclameobjecten is dus toegestaan.

Tip:U moet altijd kunnen controleren of een aanslag correct is opgelegd. Daarom is bepaald dat reclamebelasting pas kan worden opgelegd als dit via een gemeentelijke verordening is vastgesteld.

Let op! Een belastingverordening dient te vermelden: de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang en beëindiging van de heffing en alles wat verder voor de heffing en de invordering van belang is.

Ga dus na of er een verordening is vastgesteld en of genoemde aspecten hierin vermeld zijn. Desgevraagd moet de gemeente u deze informatie verstrekken.

The post Mag gemeente reclamebelasting baseren op WOZ-waarde? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Langere termijn ziekteaangifte eigenrisicodragers

Bent u eigenrisicodrager voor de Ziektewet dan gelden voor u dezelfde termijnen voor het doen van ziekteaangifte en herstelmeldingen als voor werkgevers die geen eigenrisicodrager zijn. Die termijnen zijn vrij kort, omdat het UWV naar aanleiding van een melding een Ziektewet-uitkering moet gaan uitkeren. Als eigenrisicodrager bent u echter zelf verantwoordelijk voor het uitkeren van een Ziektewet-uitkering en stelt u zelf het recht, de hoogte en de duur daarvan vast. Het UWV heeft dus bij eigenrisicodragende werkgevers een veel beperktere rol dan bij niet-eigenrisicodragende werkgevers.

Let op! Bij werkgevers die eigenrisicodrager zijn heeft het UWV een meer controlerende rol, aangezien de instantie wel eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van de Ziektewet. Als de eigenrisicodrager zijn rol niet of niet goed heeft vervuld, neemt het UWV de verstrekking van de Ziektewet-uitkering op kosten van de eigenrisicodrager over.

Verruiming ziekteaangiftetermijn

Vanwege de beperktere rol van het UWV in de eerste fase van het ziekteproces, wil het kabinet voor eigenrisicodragers de termijn voor het doen van de ziekteaangifte verruimen naar zes weken vanaf de datum dat het dienstverband wordt beëindigd. De Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog wel mee instemmen.

Let op! Bij nawerking valt de eerste ziektedag van de voormalig werknemer binnen vier weken nadat het dienstverband is beëindigd. De aangiftetermijn van zes weken begint dan te lopen vanaf de eerste ziektedag.

De verruimde ziekteaangiftetermijn geeft u ook de mogelijkheid om de ziekte en het herstel tegelijkertijd te melden, als het herstel binnen zes weken plaatsvindt. Een herstelmelding mag echter niet eerder worden gedaan dan de ziekmelding. Worden de ziekteaangifte en het herstel apart gemeld, dan geldt voor de herstelmelding een termijn van twee dagen nadat de (ex)werknemer zich bij u beter heeft gemeld.

The post Langere termijn ziekteaangifte eigenrisicodragers appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Ondernemer duurder uit dan werknemer bij opbouw lijfrente

Lijfrente: discriminatie ten aanzien van Zvw

Wie een lijfrente aanschaft, betaalt daarvoor premie. Deze premie leidt niet tot aftrek voor wat betreft de premies Zvw. Werknemers die pensioen opbouwen via hun werkgever, betalen over de door hen afgedragen pensioenpremie echter geen premie Zvw. In zoverre is er dus sprake van discriminatie tussen pensioenopbouw via de werkgever en via de aankoop van een lijfrente.

Dubbele heffing

Zelfstandigen die een lijfrente aanschaffen, betalen over de uitkering te zijner tijd wederom Zvw-premie. Er is dus sprake van een dubbele heffing.

Wetgever aan zet

Een zelfstandige die deze rechtsongelijkheid onlangs voor de rechter aanvocht, ving bot. De rechter was het weliswaar met hem eens dat er sprake was van rechtsongelijkheid en discriminatie, maar stelde dat de wetgever hier dient in te grijpen. Er was in deze geen taak voor de rechter en dus bleef de aanslag Zvw in stand.

Let op! Ook geen ‘buitensporige last’ Een aanslag kan ook komen te vervallen als deze leidt tot een zogenaamde buitensporige last. De aanslag moet dan voor de betreffende belasting- of premieplichtige slechter uitvallen dan in het algemeen. Dit kan alleen als bijzondere feiten en omstandigheden voor een extra nadelige positie zorgen. Hiervan was echter geen sprake, want het betreffende nadeel kan zich in beginsel voordoen bij iedereen die een lijfrente aanschaft. De aanslag bleef dan ook in stand.

Heeft u vragen over de berekening van de premie Zvw, neem dan contact met ons op.

The post Ondernemer duurder uit dan werknemer bij opbouw lijfrente appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Verzekerings- en schaderapporten vallen onder bewaarplicht

Met name als er met veel cash gehandeld wordt, is de fiscus alert op fraude. Onlangs werd bij een autohandelaar annex reparateur geconstateerd dat verzekerings- en schaderapporten niet waren bewaard. Omdat hiernaar op facturen wel verwezen werd, schoot de administratie tekort. De opgelegde informatiebeschikking bleef dan ook in stand, met alle nadelige gevolgen van dien.

Inrichting van uw administratie

Uw administratie dient in ieder geval zodanig te zijn ingericht, dat de fiscus uw financiële en uiteraard ook uw fiscale verplichtingen eenvoudig kan achterhalen. Alles wat hierbij van belang kán zijn, behoort tot uw administratie. U dient dit bovendien minstens zeven jaar te bewaren.

Let op! Zaken als facturen, loonstaten, offertes en correspondentie behoren uiteraard tot uw administratie. Maar ook minder voor de hand liggende zaken, zoals uw email, kladaantekeningen en aanwezig kasgeld. Het begrip ‘administratie’ is dus omvangrijk.

Omgekeerde bewijslast

Als uw administratie tekort schiet, kan de inspecteur u een informatiebeschikking opleggen. Daarmee kan hij u dwingen de benodigde informatie op te hoesten. Levert u de gevraagde info niet of is dit niet mogelijk omdat u bijvoorbeeld bepaalde zaken niet bewaard heeft, dan kan de inspecteur de bewijslast omkeren. Dit is buitengewoon vervelend, want dan zult u moeten aantonen dat de opgelegde aanslag te hoog is. Dat zal zonder de nodige papieren niet meevallen.

The post Verzekerings- en schaderapporten vallen onder bewaarplicht appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Telt de ruimte onder afdak mee voor legeskosten?

Als u een omgevingsvergunning aanvraagt voor de bouw van een pand, bent u leges verschuldigd. De hoogte hiervan is onder meer afhankelijk van de inhoud van het pand. Hoort hier de ruimte onder een afdak ook bij?

Wat is een gebouw?

Voor het antwoord op deze vraag is van belang wat we onder een gebouw moeten verstaan. Volgens de Woningwet is dit een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte ruimte vormt, die geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten wordt. Onlangs werd voor de rechter een aanslag legesheffing aangevochten, omdat ook de ruimte onder een afdak voor de heffing was meegerekend.

Afgesloten of niet?

De rechter stelde vast dat de ruimte onder het afdak zelf slechts één wand had, maar aan de zijkanten was afgesloten via uitbouwen van een ander gebouw. Per saldo beschikte de ruimte onder het afdak dus maar over één open zijkant. Daarmee kwalificeerde ook deze ruimte als gebouw en telde het dus mee voor de legesheffing.

Waar ligt de grens?

Uit de uitspraak valt niet af te leiden waar de grens ligt, en of bijvoorbeeld een ruimte met maar twee wanden ook als gebouw moet worden aangemerkt. In de betreffende uitspraak werd aan de hand van foto’s bepaald in hoeverre de ruimte onder het afdak als gebouw moest worden aangemerkt. Er lijkt dan ook veel voor te zeggen dat bijvoorbeeld een bouwwerk met twee of minder wanden alleen als gebouw kan worden aangemerkt, als duidelijk is dat het desondanks de functie van een gebouw heeft. In de betreffende uitspraak ging het om een opslagplaats voor kunstmest waarvoor slechts een eenvoudig bouwwerk toereikend was.

Heeft u vragen over de berekening van de legeskosten voor een bouwwerk, neem dan contact met ons op.

The post Telt de ruimte onder afdak mee voor legeskosten? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Samenwerken: wel of niet recht op fiscale voordelen?

Als echtgenoten samen in een vof of maatschap een bedrijf uitoefenen, kunnen ze in beginsel ook allebei recht hebben op ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Een dergelijke samenwerking moet dan wel ‘gebruikelijk’ zijn.

Urencriterium

Voor een aantal ondernemersfaciliteiten, waarvan de zelfstandigenaftrek één van de belangrijkste is, geldt als eis dat de ondernemer minstens 1.225 uur per jaar in het bedrijf werkt én minstens de helft van de werkzame uren.

Niet ondersteunend

Als echtgenoten of partners samen in een vof of maatschap zitten, mogen de gewerkte uren niet meer dan 70% ondersteunend van aard zijn, anders tellen deze niet mee. Deze eis vervalt als de samenwerking ook tussen onafhankelijke derden ‘gebruikelijk’ is.

Wat is ondersteunend?

Bij werkzaamheden van ondersteunende aard moeten we bijvoorbeeld denken aan het verzorgen van de administratie en aan schoonmaakwerkzaamheden. Het is dus van belang dat de kerntaken van de onderneming zoveel mogelijk door beide echtgenoten worden uitgevoerd.

Verschil per branche 

Genoemde eisen gelden voor alle vof’s en maatschappen tussen echtgenoten en partners, maar in de praktijk gaat de fiscus ervan uit dat deze samenwerkingsverbanden in bepaalde branches regelmatig voorkomen.

Besluit

In een Besluit uit 2001 wordt door de staatssecretaris aangegeven dat in de agrarische sector, de horeca en de detailhandel samenwerkingsverbanden tussen echtgenoten en partners gebruikelijk zijn.

Ongebruikelijk

Anderzijds wordt er in het Besluit vanuit gegaan dat samenwerkingsverbanden tussen artiesten, autorijschoolhouders, beeldende kunstenaars, pedicures, schoonheidsspecialisten en sportschoolhouders eerder ongebruikelijk zijn. Vof’s en maatschappen tussen echtgenoten en partners binnen dergelijke beroepen zullen door de fiscus dus niet snel worden geaccepteerd.

Tip: Kunt u echter aantonen dat uw vof of maatschap wel gebruikelijk is, dan kunt u toch de ondernemersfaciliteiten claimen.

Garage

Eerder kwam een zaak voor de rechter waarbij het handelde om een garage die via een man/vrouw-vof werd uitgeoefend. Gelet op de activiteiten van de vrouw, achtte de rechter deze samenwerking toch gebruikelijk.

Heeft u vragen over de gebruikelijkheid van samenwerkingsverbanden tussen echtgenoten en partners, neem dan contact met ons op.

The post Samenwerken: wel of niet recht op fiscale voordelen? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Deadline voor terugvragen buitenlandse btw nadert!

Heeft u als Nederlandse btw-ondernemer in 2016 in een ander EU-land btw betaald, dan kunt u deze btw in de regel terugvragen. U moet dan wel op tijd uw teruggaafverzoek hebben ingediend bij de Belastingdienst. De deadline hiervoor nadert snel. U heeft nog slechts enkele dagen de tijd voor uw teruggaafverzoek.

Terugvragen buitenlandse btw

Om buitenlandse btw terug te kunnen vragen moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • U bent ondernemer voor de omzetbelasting en uw onderneming is gevestigd in Nederland.
  • U doet geen btw-aangifte in het andere EU-land.
  • U gebruikt de goederen en diensten uit het andere EU-land voor u met btw-belaste bedrijfsactiviteiten.

Let op! Heeft u een ontheffing van administratieve verplichtingen in Nederland, dan kunt u de btw uit een ander EU-land niet terugvragen. Hetzelfde geldt als u onder de landbouwregeling valt (tenzij u voldoet aan de voorwaarden voor de teruggaafregeling van agrarische goederen).

Teruggaafverzoek

Wilt en kunt u de in 2016 in het buitenland betaalde btw terugvragen, dan moet uw verzoek hiervoor bij de Belastingdienst binnen zijn vóór 1 oktober 2017. Bent u te laat dan kan het andere EU-land uw teruggaafverzoek weigeren.

The post Deadline voor terugvragen buitenlandse btw nadert! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Medische hulpmiddelen; 6% of 21% btw?

Limitatieve lijst

De volgende zaken zijn belast tegen het 6% tarief:

  • geneesmiddelen en dergelijke
  • diergeneesmiddelen
  • verbandmiddelen
  • hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden
  • hulpmiddelen om de mobiliteit te verbeteren
  • prothesen
  • hulpmiddelen om het lichaam te ondersteunen (orthesen)
  • hulpmiddelen voor diabetici
  • hulphonden
  • medische hulpmiddelen
  • administratiekosten van apothekers

Let op! Ook het verhuren, herstellen, onderhouden, aanpassen, passen en gebruiksklaar maken van hulpmiddelen valt onder het 6%-tarief.

Onduidelijkheid

Soms is niet duidelijk welke zaken onder de wettelijke definitie vallen. Om onduidelijkheid voor de markt weg te nemen is onlangs van een tweetal zaken het btw-tarief bepaald, namelijk de traploophulp en de maagballon.

Traploophulp

Een traploophulp is een mechanisch apparaat dat via een rail aan de muur boven de trap meeloopt. De traploophulp biedt ondersteuning bij het traplopen doordat de gebruiker er met de handen of armen op kan steunen tijdens het traplopen. De traploophulp neemt de loopfunctie niet over, wat ook geldt voor bijvoorbeeld looprekken en rollators. Deze zaken zijn belast met 6%, reden waarom ook voor de traploophulp het lage tarief van toepassing is.

Maagballon

Een maagballon wordt gebruikt om het hongergevoel weg te nemen door de maag gedeeltelijk te vullen. De maagballon is niet vergelijkbaar met een katheter die met 6% belast is, zodat voor een maagballon het tarief van 21% geldt.

The post Medische hulpmiddelen; 6% of 21% btw? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

WBSO mogelijk omlaag in 2018

De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) is één van de belangrijkste fiscale stimuleringsregelingen voor innovatie. Hiermee kunnen bedrijven hun loonkosten voor Speur & Ontwikkelingswerk (S&O) en andere S&O-gerelateerde kosten en uitgaven verlagen. Bedrijven dragen hierdoor minder loonheffing (S&O-afdrachtvermindering) af en de zelfstandig ondernemer krijgt een vaste aftrek (S&O-aftrek).

Wat levert het op?

De S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2017 32% van de totaal gemaakte S&O-(loon)kosten en uitgaven voor zover deze niet meer bedragen dan € 350.000, en 16% over het meerdere. De S&O-aftrek voor de ondernemer bedraagt in 2017 € 12.522. Voor startende werkgevers en zelfstandige ondernemers is het voordeel zelfs nog iets meer.

Waarschijnlijk gaan de voordeelpercentages van de S&O-afdrachtvermindering volgend jaar omlaag van 32% en 16% naar respectievelijk 31% en 14%.

Let op! In november worden de definitieve WBSO-voordeelpercentages en schijflengte voor 2018 vastgesteld. Een eventueel nieuw kabinet kan dus nog anders beslissen.

Meer WBSO nieuws

Er is nog meer WBSO nieuws te melden. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) maakt het aanvragen van WBSO voor 2018 eenvoudiger. Het offline aanvraagprogramma wordt vervangen door een nieuw projectformulier. Ook het online formulier is verbeterd met een logischere opbouw, minder vragen, vereenvoudigde toelichtingen en grotere invoervelden. Dit online formulier komt eind oktober 2017 beschikbaar in eLoket.

Tip: Op de website van RVO.nl zijn alle wijzigingen voor het aanvragen van WBSO terug te vinden.

The post WBSO mogelijk omlaag in 2018 appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Cultuurgift nog een jaar extra aantrekkelijk

Bedrijven en particulieren kunnen tot 2019 profiteren van een extra belastingvoordeel wanneer zij schenken aan culturele instellingen. De zogeheten multiplier voor de giftenaftrek zou met ingang van 2018 worden afgeschaft, maar het kabinet stelt in de Prinsjesdagplannen voor deze maatregel met één jaar te verlengen.

Schenkt u als particulier aan een culturele ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) dan mag u deze gift in uw aangifte inkomstenbelasting verhogen met 25%. Deze verhoging is gemaximeerd op € 1.250. Dat maximum bereikt u dus bij een gift van € 5.000. Een culturele ANBI is een instelling die voor minstens 90% actief is op cultureel gebied zoals in de beeldende kunst, dans of muziek.

Als ondernemer mag u voor de vennootschapsbelasting de aftrek van uw gift met 50% verhogen. Deze verhoging kan maximaal € 2.500 bedragen. Dat maximum bereikt u dus bij een gift van € 10.000.

Let op! Het kabinet moet de verlenging van de ‘multiplier’ voor een gift aan een culturele ANBI nog wel voorleggen aan de Europese Commissie. Ook de Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog mee instemmen.

The post Cultuurgift nog een jaar extra aantrekkelijk appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.