Transitievergoeding bij ontslag per 2018 omhoog

Het maximale bedrag dat u verschuldigd bent wanneer u een werknemer na twee jaar ontslaat, gaat per 1 januari 2018 omhoog van € 77.000 naar € 79.000. Ook heeft het nieuwe kabinet aangekondigd deze transitievergoeding op verschillende punten te willen veranderen.

JuridischTransitievergoeding

Sinds 1 juli 2015 bent u als werkgever een transitievergoeding verschuldigd wanneer een tijdelijke of vaste werknemer ten minste twee jaar bij u in dienst is geweest en zijn arbeidscontract op uw initiatief is beëindigd. De transitievergoeding bent u ook verschuldigd wanneer u een zieke werknemer na twee jaar loondoorbetaling ontslaat.

Maximale vergoeding

De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer in dienst is geweest en het maandsalaris. De vergoeding bedraagt momenteel maximaal € 77.000 bruto, of een jaarsalaris als dat hoger is. Het maximale bedrag van € 77.000 gaat per 1 januari 2018 omhoog naar € 79.000.

Verzachting

Het nieuwe kabinet wil enkele ‘scherpe randen’ aan de verplichte betaling van een transitievergoeding, met name voor mkb-werkgevers, verlichten. Twee initiatieven van het oude kabinet worden daarom doorgezet:

  1. Een compensatie aan de werkgever voor de door hem verschuldigde transitievergoeding bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer.
  2. Geen transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen als er een cao-regeling van toepassing is.

Let op! Het nieuwe kabinet komt nog met een voorstel voor een compensatie van de transitievergoeding als een werkgever zijn bedrijf beëindigt vanwege pensionering of vanwege ziekte.

Verruiming

Het nieuwe kabinet gaat ook de criteria om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers (gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst) verruimen en daarmee vereenvoudigen. Ook zijn er plannen voor het verruimen van de op de transitievergoeding in mindering te brengen scholingskosten. Hierdoor kan straks ook scholing binnen de eigen organisatie gericht op een andere functie, in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. 

Veranderingen in de opbouw

In het regeerakkoord stelt het nieuwe kabinet tot slot in de opbouw van de transitievergoeding ook twee veranderingen voor:

  1. In plaats van na twee jaar, krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding.
  2. Voor elk jaar in dienstverband gaat de transitievergoeding 1/3 maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan 10 jaar. Nu geldt voor de eerste tien jaar ook 1/3 maandsalaris per dienstjaar, maar na die tien jaar gaat de vergoeding nu nog naar 1/2 maandsalaris per jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers blijft gehandhaafd.

The post Transitievergoeding bij ontslag per 2018 omhoog appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Wet DBA gaat op de schop!

Het nieuwe kabinet wil af van de Wet DBA. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (Verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor teveel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er een nieuwe wet die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat geen sprake is van een dienstbetrekking. In de tussentijd blijft de handhaving van de Wet DBA opgeschort.

Van DBA naar nieuwe wet

Het nieuwe kabinet heeft dit plan voor een nieuwe ‘zzp-wet’ aangekondigd in het op dinsdag 10 oktober 2017 gepresenteerde regeerakkoord. Het plan moet dus nog verder worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. De hoofdlijnen zijn al wel bekend. Het kabinet heeft drie categorieën van zzp’ers voor ogen:

  • De zelfstandige die werkt tegen een laag tarief in combinatie met een overeenkomst van langer dan drie maanden dan wel in combinatie met het verrichten van reguliere werkzaamheden. In dat geval is altijd sprake van een arbeidsovereenkomst. Een laag tarief zal ergens liggen tussen de € 15 en € 18 per uur.
  • De zelfstandige die werkt tegen een hoog tarief van meer dan € 75 per uur in combinatie met een overeenkomst korter dan één jaar dan wel in combinatie met het niet verrichten van reguliere werkzaamheden. Het kabinet biedt in dit geval een ‘opt out’. Dat wil zeggen dat de zzp’er en zijn opdrachtgever met elkaar overeenkomen dat er geen loonheffingen worden ingehouden.
  • De zelfstandige die tussen het lage en hoge uurtarief in zit. Het kabinet wil hiervoor een ‘opdrachtgeversverklaring’ invoeren. Voor die verklaring moet de opdrachtgever een aantal duidelijke vragen beantwoorden over de arbeidsrelatie met de zzp’er. Als daaruit komt dat geen sprake is van een dienstverband, dan heeft de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen loonbelasting en premies hoeft in te houden en af te dragen. Uiteraard moeten de vragen dan wel naar waarheid zijn beantwoord.

Handhaving opgeschort

Het duurt nog wel even voordat de nieuwe wet kan worden ingevoerd. In het regeerakkoord geeft het nieuwe kabinet aan dat de Belastingdienst tot die tijd niet zal handhaven op de wet DBA. Dat betekent dat de Belastingdienst geen naheffingen, boetes of correctieverplichtingen voor de loonheffingen zal opleggen als achteraf wordt geconstateerd dat toch sprake is van een dienstbetrekking tussen zzp’er en opdrachtgever. Er wordt alleen gehandhaafd bij kwaadwillendheid. Na invoering van de nieuwe wet wordt het niet-handhaven op de Wet DBA geleidelijk afgebouwd. Zo heeft iedereen straks voldoende tijd om te wennen aan nieuwe regels.

Let op! Het oude kabinet had de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot in ieder geval 1 juli 2018. Het nieuwe kabinet schort dit nu verder op.

The post Wet DBA gaat op de schop! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Vof of maatschap fiscaal interessant tussen medici en hun partner?

Als echtgenoten of partners met elkaar een maatschap of vof aangaan, zijn beiden fiscaal ondernemer. Bij medici heeft één van beiden meestal geen recht op ondernemersfaciliteiten omdat een van de twee veelal niet-medische activiteiten verricht.

Maatschap of vof fiscaal interessant

Een maatschap of vof tussen echtgenoten is fiscaal interessant omdat de winst dan verdeeld wordt over de partners. Dit levert een lagere belastingdruk op. Extra aantrekkelijk wordt het als beiden ook recht hebben op ondernemersfaciliteiten. Denk daarbij onder meer aan de zelfstandigenaftrek en oudedagsreserve.

Ondersteunende werkzaamheden

Voor het recht op een aantal faciliteiten is vereist dat meer dan 1.225 uur per jaar in de onderneming wordt gewerkt én dat een van beide partners niet meer dan 70% ondersteunende werkzaamheden verricht. Dit laatste is alleen anders als een dergelijk samenwerkingsverband tussen onafhankelijke derden gebruikelijk is. Deze situatie doet zich echter niet vaak voor; denk aan de situatie dat een tandarts met een tandartsassistente in een maatschap gaat zonder dat zij elkaars partner zijn.

Wat zijn ondersteunende werkzaamheden?

Bij ondersteunende werkzaamheden denken we bijvoorbeeld aan het verzorgen van de administratie of het opnemen van de telefoon. Dit zijn niet de hoofdtaken van een medicus.

Samenwerkingsverband tussen medici

Bij samenwerkingsverbanden tussen medici die ook elkaars partner zijn, wordt ook aan de fiscale eisen niet vaak voldaan. Vaak verricht een van de twee namelijk voornamelijk niet-medische activiteiten voor meer dan 70%. Hij of zij heeft dan dus geen recht op ondernemersfaciliteiten.

Let op! Een samenwerkingsverband waarbij beide echtgenoten of partners wel recht hebben op ondernemersfaciliteiten is wel mogelijk als beiden medicus zijn. Bijvoorbeeld twee gehuwde fysiotherapeuten of tandartsen, die beiden als zodanig werkzaam zijn.

Tip: taken verdelen of uitbestedenOok als beide echtelieden medicus zijn is het dus van belang dat één van beiden niet meer dan 70% ondersteunende werkzaamheden verricht. Verdeel deze taken onderling of besteed ze uit.

The post Vof of maatschap fiscaal interessant tussen medici en hun partner? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Top 5 belangrijkste wijzigingen regeerakkoord

De partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hebben gisteren hun plannen gepresenteerd voor de komende kabinetsperiode.

Met het regeerakkoord, dat de naam ‘Vertrouwen in de toekomst’ heeft gekregen, willen de partijen een lastenverlichting doorvoeren voor de werkende middenklasse en voor de bedrijven die Nederland de afgelopen jaren door de crisis hebben geholpen. Dit doen ze door wijzigingen op diverse vlakken. Wij geven u een top 5 van de belangrijkste wijzigingen die u kunt verwachten. Regeerakkoord

1. Inkomstenbelasting

  • Het toptarief wordt teruggebracht naar 49,5%. Dit toptarief wordt betaald bij een inkomen vanaf € 68.000. Voor inkomens die daaronder vallen bedraagt het tarief 36,93%. Dit zijn de tarieven voor mensen die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.
  • De hypotheekrenteaftrek wordt versneld teruggebracht naar het tarief van de eerste schijf.
  • Het niet moeten opnemen van het eigenwoningforfait bij geen of nagenoeg geen eigenwoningschuld, wordt in 30 jaar afgebouwd. 
  • Alle aftrekposten in de inkomstenbelasting worden, in het tempo van de beperking van de hypotheekrenteaftrek, teruggebracht naar het tarief van de eerste schijf.
  • Het tarief van box 2 gaat in 2020 naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%.
  • Het heffingsvrije vermogen van box 3 wordt verhoogd naar € 30.000 per belastingplichtige.

2. Vennootschapsbelasting

  • Per 1 januari 2018 blijft de eerste schijf in de vennootschapsbelasting € 200.000. 
  • De tarieven in de vennootschapsbelasting worden in drie jaar afgebouwd, waardoor in 2021 het tarief voor de eerste schijf 16% bedraagt en voor de tweede schijf 21%. 
  • De verliesverrekening wordt teruggebracht naar zes jaar. 
  • Afschrijving op gebouwen in eigen gebruik mag tot 100% van de WOZ-waarde.

3. Btw 

  • Het lage tarief van de btw gaat van 6% naar 9%.

4. Werkgever

  • Een werkgever ontvangt een compensatie voor de transitievergoeding die is verschuldigd na twee jaar ziekte.
  • Voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt de loondoorbetalingsverplichting verkort naar één jaar. 
  • Het pensioenstelsel wordt hervormd, waarbij onder andere een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie verplicht wordt en een persoonlijk pensioenvermogen wordt ingevoerd.
  • Partners krijgen recht op kraamverlof van vijf dagen. De werkgever moet tijdens dit verlof het loon doorbetalen. Daarnaast mag een partner aanvullend kraamverlof van vijf weken opnemen. 
  • De periode waarin tijdelijke arbeidsovereenkomsten kunnen worden aangegaan, wordt verlengd van twee naar drie jaar.

5. Zzp’er

  • De wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties wordt vervangen door een nieuwe wet. Deze wet moet zekerheid geven over de arbeidsrelatie en schijnzelfstandigheid aan de onderkant voorkomen.

Let op! Alle wijzigingen zijn voorstellen van de nieuwe coalitie. Er moeten nog wetsvoorstellen worden gemaakt en die moeten nog worden behandeld in het parlement. Wij brengen u op de hoogte als de wetsvoorstellen worden goedgekeurd door het parlement. Heeft u vragen over de voorstellen? Neem dan gerust contact op met uw adviseur.

The post Top 5 belangrijkste wijzigingen regeerakkoord appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Extra administratie bij verlenging WW-uitkering

AdministratieAparte aangifte

De inhouding van de premie vind plaats op het loon van de werknemer. De inhouding moet ook op de salarisspecificatie vermeld staan. Bovendien moet apart aangifte worden gedaan bij de uitvoeringsorganisatie PAWW en moeten de premies apart worden afgedragen.

Aanvulling

Door de aanvulling kan een maximale WW-periode bereikt worden van 38 maanden.

Wat bij werkloosheid?

De Stichting PAWW zorgt dat de werknemer, indien hij hier volgens zijn cao recht op heeft, na het verstrijken van de WW een aanvullende uitkering PAWW krijgt.

Aangifte en afdracht

De werkgever moet op basis van de berekeningen in zijn salarisadministratie maandelijks of iedere vier weken aangifte doen van de PAWW-bijdrage en de afdracht van de premie. De periodiciteit van de aangifte PAWW-bijdrage is dezelfde als die van de Belastingdienst.

Let op! De aangifte moet u indienen via de site www.spaww.nl. Daar dienen de gegevens door de werkgever overgenomen te worden van de totalen die op het overzicht van de salarisadministratie zijn vermeld.

Aanpassen administratie

De administratie van de werkgever zal moeten worden aangepast, zodat de werkgever de juiste informatie kan verstrekken voor de inning en afdracht van de premie. De uitvoeringsorganisatie van de Stichting PAWW kan helpen bij de inrichting van de salaris- en financiële administratie. Het aanbieden van de rekenregels aan ontwikkelaars van salarissoftware vormt daarvoor de eerste stap.

The post Extra administratie bij verlenging WW-uitkering appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Heeft u de administratie van uw horecazaak op orde?

Als horecaondernemer bent u verplicht een administratie te voeren. Aan de hand hiervan moet de fiscus duidelijkheid krijgen over uw financiële verplichtingen. Bij een aantal van u schiet dat er nog wel eens bij in, bijvoorbeeld vanwege drukke werkzaamheden. Bij tekortkomingen in uw administratie kan de inspecteur u echter een informatiebeschikking opleggen.

RekenmachineBelang administratie

Dat een goede administratie voor u als ondernemer van wezenlijk belang is, zal duidelijk zijn. De fiscus dient namelijk op basis hiervan uw winst te bepalen en uw aanslag vast te stellen. Lukt dit niet omdat uw administratie niet deugt, dan kan de inspecteur via een informatiebeschikking eisen dat u de benodigde gegevens toch levert. Doet u dit niet, dan kan hij de bewijslast omdraaien.

Omdraaien bewijslast

Als de bewijslast wordt omgedraaid, legt de inspecteur u een aanslag op en moet u maar bewijzen dat deze te hoog is. Bij een gebrekkige administratie zal dat niet meevallen. Het omdraaien van de bewijslast moet u dus zien te voorkomen.

Informatiebeschikking aanvechten?

Uiteraard moet u fouten in uw administratie zien te voorkomen. Dit wil echter nog niet zeggen dat bij een fout de inspecteur zomaar een informatiebeschikking kan opleggen. Doet hij dat toch, dan kunt u deze met succes aanvechten via bezwaar en zo nodig beroep.

Let op! Kunnen ondanks hiaten in uw administratie toch uw financiële en fiscale verplichtingen vrij eenvoudig worden achterhaald, dan is een informatiebeschikking volgens de rechter een te zwaar middel. Hetzelfde geldt als de tekortkomingen maar van geringe betekenis zijn.

Tip: Voorkom dat de fiscus uw administratie verwerpt. Zorg dan ook altijd voor kopieën van uw administratie, ook digitaal. Gaan deze bijvoorbeeld door brand verloren, dan kan een kopie bij een derde, zoals uw boekhouder, veel ellende voorkomen. Ook digitale kopieën in ‘the cloud’ kunnen dan uitkomst bieden.

The post Heeft u de administratie van uw horecazaak op orde? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Oprenting oudedagsverplichting dga. Hoe werkt dat?

Heeft u ervoor gekozen om uw pensioen in eigen beheer om te zetten in een oudedagsverplichting, dan moet deze verplichting jaarlijks met een marktrente worden opgerent. Hoe die oprenting nu precies werkt, heeft de Belastingdienst onlangs verduidelijkt.

Omzetting naar oudedagsverplichting

Tot uiterlijk 31 december 2019 kunt u ervoor kiezen om uw pensioen in eigen beheer om te zetten naar een oudedagsverplichting. Uw in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak wordt dan eerst zonder fiscale gevolgen afgestempeld van commerciële naar fiscale balanswaarde en vervolgens omgezet in een oudedagsverplichting. Dit potje voor uw oudedag is zichtbaar op de balans van uw bv. Bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd ontvangt u kortgezegd twintig jaar lang oudedagsuitkeringen.

Jaarlijkse oprenting

In tegenstelling tot het inmiddels afgeschafte pensioen in eigen beheer, mag u de oudedagsverplichting niet verder aanvullen. Wel moet deze verplichting tot pensioendatum jaarlijks worden opgerent met een voorgeschreven marktrente. Uw bv moet bij het bepalen van de fiscale winst rekening houden met deze oprenting van de oudedagsverplichting. Hoe dit in zijn werk gaat, hangt af van de volgende situaties: de uitkeringen zijn nog niet ingegaan (uitstelfase), de oudedagsverplichting komt voor het eerst tot uitkering en de uitkeringsfase.

Uitstelfase

In de uitstelfase moet de oudedagsverplichting steeds nadat een jaar is verstreken, worden opgerent. Heeft u bijvoorbeeld op 1 juli 2017 het pensioen in eigen beheer omgezet in een oudedagsverplichting, dan vindt de eerste oprenting van de verplichting plaats op 1 juli 2018.

De jaarlijkse oprenting van uw oudedagsverplichting mag echter ook plaatsvinden aan het einde van het boekjaar. Een boekjaar loopt meestal van 1 januari tot en met 31 december.

Let op! Vindt de omzetting van het pensioen in eigen beheer naar een oudedagsverplichting in de loop van het boekjaar plaats, dan is bij oprenting aan het einde van het boekjaar, de eerste oprentingsperiode korter dan twaalf maanden.

Eerste oudedagsuitkering

In het jaar waarin de oudedagsverplichting voor het eerst tot uitkering komt, moet de verplichting, direct voordat de omvang van de eerste uitkeringstermijn is vastgesteld, tot de ingangsdatum worden opgerent. Heeft bijvoorbeeld de jaarlijkse oprenting in de uitstelfase steeds plaatsgevonden op 1 juli en gaan de uitkeringen in op 1 maart 2020, dan moet direct hieraan voorafgaand uw oudedagsverplichting nog worden opgerent voor de periode 1 juli 2019 tot 1 maart 2020.

Uitkeringsfase

Nadat de uitkeringstermijnen zijn ingegaan, moet de oudedagsverplichting steeds na verloop van één jaar worden opgerent (uitgaande van het voorgaande voorbeeld is dat dus telkens 1 maart).

Let op! Uitgangspunt voor de jaarlijkse oprenting tijdens de uitkeringsfase is het bedrag van de oudedagsverplichting verminderd met de al vervallen uitkeringstermijnen.

The post Oprenting oudedagsverplichting dga. Hoe werkt dat? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Oprenting oudedagsverplichting dga. Hoe werkt dat?

Heeft u ervoor gekozen om uw pensioen in eigen beheer om te zetten in een oudedagsverplichting, dan moet deze verplichting jaarlijks met een marktrente worden opgerent. Hoe die oprenting nu precies werkt, heeft de Belastingdienst onlangs verduidelijkt.

Omzetting naar oudedagsverplichting

Tot uiterlijk 31 december 2019 kunt u ervoor kiezen om uw pensioen in eigen beheer om te zetten naar een oudedagsverplichting. Uw in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraak wordt dan eerst zonder fiscale gevolgen afgestempeld van commerciële naar fiscale balanswaarde en vervolgens omgezet in een oudedagsverplichting. Dit potje voor uw oudedag is zichtbaar op de balans van uw bv. Bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd ontvangt u kortgezegd twintig jaar lang oudedagsuitkeringen.

Jaarlijkse oprenting

In tegenstelling tot het inmiddels afgeschafte pensioen in eigen beheer, mag u de oudedagsverplichting niet verder aanvullen. Wel moet deze verplichting tot pensioendatum jaarlijks worden opgerent met een voorgeschreven marktrente. Uw bv moet bij het bepalen van de fiscale winst rekening houden met deze oprenting van de oudedagsverplichting. Hoe dit in zijn werk gaat, hangt af van de volgende situaties: de uitkeringen zijn nog niet ingegaan (uitstelfase), de oudedagsverplichting komt voor het eerst tot uitkering en de uitkeringsfase.

Uitstelfase

In de uitstelfase moet de oudedagsverplichting steeds nadat een jaar is verstreken, worden opgerent. Heeft u bijvoorbeeld op 1 juli 2017 het pensioen in eigen beheer omgezet in een oudedagsverplichting, dan vindt de eerste oprenting van de verplichting plaats op 1 juli 2018.

De jaarlijkse oprenting van uw oudedagsverplichting mag echter ook plaatsvinden aan het einde van het boekjaar. Een boekjaar loopt meestal van 1 januari tot en met 31 december.

Let op! Vindt de omzetting van het pensioen in eigen beheer naar een oudedagsverplichting in de loop van het boekjaar plaats, dan is bij oprenting aan het einde van het boekjaar, de eerste oprentingsperiode korter dan twaalf maanden.

Eerste oudedagsuitkering

In het jaar waarin de oudedagsverplichting voor het eerst tot uitkering komt, moet de verplichting, direct voordat de omvang van de eerste uitkeringstermijn is vastgesteld, tot de ingangsdatum worden opgerent. Heeft bijvoorbeeld de jaarlijkse oprenting in de uitstelfase steeds plaatsgevonden op 1 juli en gaan de uitkeringen in op 1 maart 2020, dan moet direct hieraan voorafgaand uw oudedagsverplichting nog worden opgerent voor de periode 1 juli 2019 tot 1 maart 2020.

Uitkeringsfase

Nadat de uitkeringstermijnen zijn ingegaan, moet de oudedagsverplichting steeds na verloop van één jaar worden opgerent (uitgaande van het voorgaande voorbeeld is dat dus telkens 1 maart).

Let op! Uitgangspunt voor de jaarlijkse oprenting tijdens de uitkeringsfase is het bedrag van de oudedagsverplichting verminderd met de al vervallen uitkeringstermijnen.

The post Oprenting oudedagsverplichting dga. Hoe werkt dat? appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Meld onjuistheden in Handelsregister!

Oproep

De melding ziet op onjuistheden van gegevens van derden. Wie denkt dat een registratie van een ander bedrijf of organisatie in het Handelsregister niet (helemaal) klopt, kan dit met een speciaal meldingsformulier doorgeven. De KvK neemt de melding binnen 48 uur in behandeling.

Jaarlijks krijgt de KvK zo’n 10.000 meldingen binnen. De helft hiervan leidt tot verbeteringen in het register.

Kwaliteitsslag

Verder gaat de KvK permanente data-analyses op risico-adressen uitvoeren. Het gaat bijvoorbeeld om een adres waar het onwaarschijnlijk is dat daar een onderneming is gevestigd of adressen waar veel a-typische mutaties voorkomen.

Verder verloop controles

Afhankelijk van het resultaat van de controles op het Handelsregister geeft de KvK signalen door aan de Belastingdienst. Het gaat om signalen van schijnzelfstandigheid en katvangers en andere zaken die niet goed lijken te zijn. Verder schrapt de KvK inactieve ondernemingen en worden jaarlijks circa 4.000 inactieve rechtspersonen die niet meer aan hun administratieve verplichtingen voldoen, ontbonden.

The post Meld onjuistheden in Handelsregister! appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.

Nieuwe plannen aankomend kabinet: een update

Nog voor het einde van oktober wordt er zéér waarschijnlijk een nieuwe kabinet aangesteld. De onderhandelingen tussen de beoogde regeringspartijen (VVD, CDA, D66 en ChristenUnie) zijn nagenoeg afgerond. Enkele wensen van het nieuwe kabinet liggen al op straat. Op donderdag 5 oktober zijn er opnieuw maatregelen uitgelekt, zoals een verlaging van het vennootschapsbelastingtarief en een lastenverlichting voor de ‘kleine’ werkgever. De belangrijkste belastingplannen voor de komende jaren hebben we voor u alvast op een rij gezet.

Let op! Onderstaand overzicht is met een klein voorbehoud, aangezien het aankomend regeerakkoord nog niet openbaar is. Dat zal niet lang meer op zich laten wachten. Het regeerakkoord wordt mogelijk in de week van 9 oktober gepresenteerd.

Plannen aankomend kabinetVennootschapsbelasting omlaag

Het nieuwe kabinet wil de vennootschapsbelasting fors verlagen. Voor winsten tot € 250.000 gaat het vennootschapsbelastingtarief omlaag van 20% naar 16%. Het percentage van de tweede schijf (voor het meerdere boven de € 250.000) gaat van 25% naar 21%. Omdat deze verlaging de schatkist fors wat geld kost, zullen zeer waarschijnlijk enkele aftrekposten worden beperkt.

Minder lang loondoorbetaling bij ziekte

Voor kleine werkgevers is er een lastenverlichting in het verschiet. Zij hoeven straks het loon van een zieke werknemer niet meer twee jaar, maar één jaar door te betalen. Voor de loondoorbetalingsverplichting van het tweede jaar komt er een ‘verzekeringspot’, waar alle kleine werkgevers aan meebetalen.

Van vier naar twee belastingschijven

Het nieuwe kabinet wil het belastingstelsel flink vereenvoudigen. Twee van de vier belastingschijven gaan verdwijnen. Het tarief in de eerste schijf gaat naar 37%. Bij een inkomen uit werk en woning van meer dan € 68.000, komt de tweede schijf in beeld met een belastingtarief van 49,5%. Het is de bedoeling dat dit nieuwe systeem ingaat per 2019, mits de Belastingdienst dit aankan.

Btw-verhoging en energieheffing

Voor niets gaat de zon op. Om deze vereenvoudiging van het belastingstelsel te bekostigen, overweegt het nieuwe kabinet een btw-verhoging en een hogere heffing op energie.

Hypotheekrenteaftrek versneld beperken

Op tafel ligt ook het versneld beperken van de hypotheekrenteaftrek. Tot 2041 zakt deze al jaarlijks met 0,5%-punt. In 2018 is de aftrek van de hypotheekrente die u betaalt voor uw eigen woning in de 4e belastingschijf (52%) bijvoorbeeld al beperkt tot 49,5% (2017: 50%). Het nieuwe kabinet wil de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 versneld afbouwen in vier stappen van 3%, zodat de aftrek in 2023 is beperkt tot 37%. Deze maatregel ligt politiek gevoelig, maar nu de rente heel laag is, is dit voor de onderhandelende partijen een reële optie.

Kilometerheffing voor het vrachtverkeer

Voor het vrachtverkeer komt er een soort kilometerheffing. Vervuilende vrachtwagens betalen het meest en de heffing gaat ook gelden voor buitenlandse vrachtwagens.

Heffingsvrij vermogen omhoog

Tot slot ziet het ernaar uit dat het nieuwe kabinet het heffingsvrije vermogen van box 3 gaat verhogen van € 25.000 naar € 30.000 per persoon. Deze maatregel levert u, afhankelijk van de hoogte van uw vermogen, een belastingvoordeel op van € 60 per jaar.

The post Nieuwe plannen aankomend kabinet: een update appeared first on Schagen Lensen & van Krieken accountants.